RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12115155 \ CV EXPL 26-395
Vonnis van 8 september 2026
in de zaak van
[partij A] , h.o.d.n. [bedrijf 1],
wonende en zaakdoende te [woonplaats],
eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: D.C.E. Werter, werkzaam bij Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STRUKTGLAS B.V.,
gevestigd te Hengelo (O),
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: Struktglas,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding; - de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 10 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
[partij A] heeft in opdracht van Struktglas een raam op hoogte vervangen en daarvoor een bedrag van € 5.953,20 (inclusief btw) in rekening gebracht. Struktglas is het niet eens met de hoogte van de factuur van [partij A] en meent een deel van de factuur te kunnen verrekenen.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat Struktglas een totaalbedrag van € 4.610,10 inclusief btw aan [partij A] had moeten betalen. De kosten die voor de werkzaamheden op 26 november 2024 zijn gefactureerd, is Struktglas niet verschuldigd. Struktglas heeft al € 2.119,92 voldaan en moet daarom nog € 2.490,18 met bijkomende kosten voldoen. Niet gebleken is dat Struktglas een verrekenbare tegenvordering op [partij A] heeft.
3. De feiten
[partij A] voert in opdracht diverse (hijskraan)werkzaamheden uit.
Struktglas heeft [partij A] opdracht gegeven om een raam in een flatgebouw op circa 35 meter hoogte te vervangen.
[partij A] heeft Struktglas via WhatsApp geïnformeerd over de kosten:
‘(…) kwa kosten moet je tellen op het volgende: autolaadkraan glaskar + 2x minihijskraan C1 totaal € 3480,0 ex btw
dit bedrag is wel echt de max ik denk dat het minder wordt (…)’
[partij A] zou het raam op 26 november 2024 vervangen en huurde voor het uitvoeren van de werkzaamheden een kraan bij ‘[bedrijf 2]’. Nadat [partij A] het te vervangen raam had verwijderd, raakte de gehuurde kraan in storing. De werkzaamheden konden daardoor niet op 26 november 2024 worden afgerond.
De werkzaamheden werden op 2 december 2024 hervat en afgerond.
[partij A] heeft na de uitgevoerde werkzaamheden een factuur aan Struktglas gestuurd. De volgende bedragen zijn in rekening gebracht:
‘(…)
Datum Aantal Omschrijving Stukprijs Totaal btw
26-11-2024 10.25 uur Minihijskraan C1 met € 80,00 € 820,00 21%
machinist
1 dag Glaszuiger 500 kg € 65,00 € 65,00 21%
1 dag Daghuur tilhulp 300 kg € 100,00 € 100,00 21%
1 dag Grote spin glaszuiger € 125,00 € 125,00 21%
600 kg
02-12-2024 14 uur Minihijskraan C1 met € 80,00 € 1.120,00 21%
machinist
1 dag Glaszuiger 500 kg € 65,00 € 65,00 21%
1 dag Daghuur tilhulp 300 kg € 100,00 € 100,00 21%
10 maal Autolaadkraan € 240,00 € 2.400,00 21%
1 dag Spin glaszuiger 600 kg € 125,00 € 125,00 21%
Subtotaal: € 4.920,00
Btw 21%: € 1.033,20
(…)’
Struktglas heeft – ondanks diverse aanmaningen van [partij A] – slechts een gedeelte van de factuur betaald.
4. Het geschil
De vordering
[partij A] vordert – samengevat – veroordeling van Struktglas tot betaling van een bedrag van € 4.756,14, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.833,28 en met veroordeling van Struktglas in de proceskosten.
[partij A] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [partij A] werkzaamheden voor Struktglas heeft uitgevoerd en Struktglas daarvoor een bedrag van € 5.953,20 moest betalen. Struktglas heeft slechts € 2.119,92 betaald en verzuimt om het resterende bedrag van € 3.833,28 te betalen. Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom vraagt [partij A] ook om Struktglas te veroordelen in de incassokosten van € 508,33.
Het verweer
Struktglas stelt dat zij slechts een bedrag van € 3.685,00 exclusief btw (zijnde € 4.458,85 inclusief btw) was verschuldigd en dat zij dit bedrag heeft voldaan; Struktglas heeft € 2.119,92 betaald en € 1.933,00 verrekend met door haar gemaakte kosten.
5. De beoordeling
Aan de orde is of [partij A] voor de verleende diensten recht heeft op de gefactureerde € 4.920,00 exclusief btw. Nu Struktglas dit betwist, is het aan [partij A] om voldoende te stellen ter onderbouwing hiervan. Aan de orde is of [partij A] dat heeft gedaan.
[partij A] stelt hiertoe dat partijen al acht jaar samen zaken doen en hij altijd werkt op basis van daadwerkelijk bestede uren, niet op basis van een vaste prijs. [partij A] heeft voor de opdracht een richtprijs afgegeven van € 3.480,00 excl. btw. Dat de vordering een stuk hoger is dan de richtprijs, komt volgens [partij A] door na de gegeven richtprijs van Struktglas ontvangen aanvullende informatie over de werkzaamheden, waardoor bleek dat deze uitgebreider waren. Welke informatie dit was en wat de uitbreiding inhield, stelt [partij A] niet. Ook niet dat hij met Struktglas de hogere prijs heeft besproken.
Struktglas betwist niet dat partijen een richtprijs hebben afgesproken en dus geen vaste prijs. Struktglas betwist dat alle in rekening gebrachte kosten voor haar rekening komen. Volgens Struktglas is de door [partij A] gehuurde autolaadkraan in storing gegaan waardoor de werkzaamheden niet op dezelfde dag afgerond konden worden en op een tweede dag moesten worden afgerond. De extra kosten die [partij A] hierdoor heeft gemaakt, brengt [partij A] ten onrechte in rekening bij Struktglas, aldus Struktglas. Struktglas erkent dat hij een bedrag van € 3.685,00 (ex btw) is verschuldigd voor de uitgevoerde werkzaamheden en stelt een tegenvordering te hebben.
Er is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk
De kantonrechter stelt voorop dat partijen een overeenkomst tot aanneming van werk hebben gesloten waarop titel 7.12 Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is. [partij A] heeft zich immers, als aannemer, tegenover Struktglas, als opdrachtgever, verbonden om werkzaamheden te verrichten met een tastbaar resultaat (het vervangen van een raam).
Indien de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald, is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd (artikel 7:752 lid 1 BW). De hoofdregel is dat de richtprijs met maximaal 10% mag worden overschreden. Deze wettelijke marge dient de rechtszekerheid. Wanneer de aannemer heeft gewaarschuwd voor de overschrijding van de richtprijs met meer dan 10%, dan kan de aannemer zich met succes er op beroepen dat de opdrachtgeer had moeten begrijpen dat een hogere prijs zou worden gefactureerd (7:752 lis 2 BW). Niet gesteld en gebleken is dat [partij A] vooraf heeft gewaarschuwd.
[partij A] betwist dat hij de extra kosten als gevolg van de storing van de kraan bij Struktglas in rekening heeft gebracht. Volgens [partij A] is de daadwerkelijke prijs hoger dan de richtprijs door na de gegeven richtprijs van Struktglas ontvangen aanvullende informatie over de werkzaamheden. [partij A] stelt echter niet wat die aanvullingen inhielden en welk effect deze concreet hadden op de prijs. De kantonrechter gaat hieraan dan ook voorbij.
[partij A] heeft via WhatsApp laten weten dat voor de werkzaamheden maximaal € 3.480,00 in rekening zou worden gebracht. Bij het afgeven van deze richtprijs, was in hoofdlijnen duidelijk wat de werkzaamheden zouden inhouden. Op het moment dat de werkzaamheden (via WhatsApp) nader werden geconcretiseerd, kwam [partij A] niet terug op de afgegeven prijs. De kantonrechter stelt vast dat [partij A] hierdoor dusdanig richting heeft gegeven aan het totaal te declareren bedrag dat Struktglas daarop in grote lijnen mocht vertrouwen.
Het verschil tussen de richtprijs van € 3.480,00 en de gefactureerde prijs van €4.920,00 bedraagt € 1.440,00. Dat is een afwijking van meer dan 10%. Nu niet is gesteld en gebleken dat [partij A] heeft gewaarschuwd, is een hogere afwijking reeds op grond hiervan niet toegestaan.
Ter zitting heeft [partij A] erkend dat de gehuurde autolaadkraan in storing is gegaan en vervangen diende te worden. Als gevolg hiervan konden de werkzaamheden niet op dag 1 worden afgerond. Ter zitting is vervolgens samen naar de op de factuur in rekening gebrachte kosten gekeken. Geconstateerd is dat op de factuur dubbele kosten staan bij dag 1 en dag 2 en deze kosten op dag 2 niet gemaakt zouden zijn, als de opdracht op dag 1 afgerond had kunnen worden. Wanneer gekeken wordt naar de werkzaamheden die op 2 december 2024 zijn uitgevoerd dan wel de materialen die zijn gebruikt voor deze werkzaamheden dan wordt gekomen tot de volgende bedragen als redelijke prijs:
“14 uur Minihijskraan C1 met € 80,00 € 1.120,00 21%
machinist
1 dag Glaszuiger 500 kg € 65,00 € 65,00 21%
1 dag Daghuur tilhulp 300 kg € 100,00 € 100,00 21%
10 maal Autolaadkraan € 240,00 € 2.400,00 21%”
Daarnaast dient Struktglas 1 x € 125,00 te betalen voor ‘Spin glaszuiger 600 kg’ nu die nodig is geweest voor het verwijderen van de ruit. Struktglas is op grond hiervan een bedrag van € 3.810,00 (ex btw) als redelijke prijs verschuldigd. Dat blijft binnen de wettelijke marge van 10%.
De conclusie is dan ook dat Struktglas een bedrag van € 3.810,00 exclusief btw, zijnde een bedrag van € 4.610,10 inclusief btw, aan [partij A] was verschuldigd.
De kantonrechter beoordeelt hierna of het beroep op verrekening slaagt en dus of Struktglas nog een bedrag aan [partij A] moet betalen.
Slaagt het beroep op verrekening?
Struktglas stelt dat hij een vordering heeft op [partij A] van € 1.933,00 exclusief btw, die hij heeft verrekend met de factuur van [partij A]. De kantonrechter moet beoordelen of sprake is van een verrekenbare vordering. Nu [partij A] betwist dat Struktglas een verrekenbare tegenvordering heeft is het aan Struktglas om voldoende te stellen ter onderbouwing van haar vordering. De kantonrechter is van oordeel dat Struktglas hieraan niet heeft voldaan. Hieronder wordt dat uitgelegd.
Struktglas verwijst ter onderbouwing van zijn vordering naar productie 7. Struktglas brengt in die productie de uren van de monteurs in rekening bij [partij A]: 22 uur x € 85,00 en € 63,- kilometervergoeding, totaal € 1.933,00. Ter zitting heeft Struktglas hierover verklaard dat doordat de kraan van ‘[bedrijf 2]’ in storing schoot, de monteurs 22 uur hebben gewerkt, in plaats van de verwachtte 16 uur. Uitgaande van deze stelling kan niet tot een schade van 22 uur worden gekomen, hooguit 6 uur (22-16). Struktglas heeft echter haar schade onvoldoende onderbouwd. De schade bestaat uit de door de monteurs meer in rekening gebrachte uren, maar wat de monteurs in rekening hebben gebracht en wat Struktglas daadwerkelijk heeft betaald, onderbouwd zij niet. Struktglas heef hiermee onvoldoende onderbouwd dat zij een verrekenbare vordering heeft.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat Struktglas ten onrechte een bedrag van € 1.933,00 heeft verrekend met de factuur van [partij A].
Conclusie betalingsverplichting Struktglas
Struktglas was € 4.610,10 (inclusief btw) aan [partij A] verschuldigd en heeft € 2,119,92 aan [partij A] betaald. Dit betekent dat Struktglas nog een bedrag van (€ 4.610,10 - € 2.119,92 =) € 2.490,18 aan [partij A] moet betalen.
Wettelijke handelsrente
Struktglas is vanaf 4 januari 2025 in verzuim en moet vanaf deze dag de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 2.490,18 betalen.
De wettelijke handelsrente zoals gevorderd wordt afgewezen, omdat deze wettelijke handelsrente is berekend over een onjuiste (te hoge) hoofdsom.
Incassokosten
Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom moet Struktglas de incassokosten – passend bij de toegewezen hoofdsom – betalen. Dit is een bedrag van € 350,84.
Proceskosten
Struktglas heeft niet mogen verrekenen en [partij A] heeft een te hoge factuur gestuurd. Beide partijen worden gedeeltelijk in het ongelijk gesteld. De kantonrechter ziet hierin aanleiding te bepalen dat Struktglas de helft van de proceskosten van [partij A] dient te voldoen. De totale proceskosten, passend bij de toegewezen hoofdsom (inclusief nakosten) bedragen € 1.026,15 en bestaan uit:
- dagvaarding € 128,65
- griffierecht € 265,00
- salaris gemachtigde € 506,00 (tweemaal tarief € 253,00)
- nakosten € 126,50
Totaal € 1.026,15
Struktglas dient hiervan € 513,00 te voldoen aan [partij A].
Reconventie
Struktglas vordert in reconventie betaling van € 5.500,00 exclusief btw. Volgens Struktglas moet [partij A] aan haar een billijke compensatie voldoen voor het sturen van een niet correcte factuur en de achtervolging door het incassobureau. Die compensatie bestaat volgens Struktglas uit 22 uur x uurtarief € 250,00. De kantonrechter is van oordeel dat deze vordering dient te worden afgewezen omdat geen rechtsgrond voor toewijzing aanwezig is. Voor zover dit als schade wordt gevorderd is niet gebleken dat Struktglas deze schade daadwerkelijk heeft geleden.
Struktglas wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten van [partij A] betalen. De kosten worden aan de zijde van [partij A] begroot op nihil.
6. De beslissing
De kantonrechter:
In conventie:
veroordeelt Struktglas tot betaling van een bedrag van € 2.490,18, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 4 januari 2025 tot de dag van gehele betaling;
veroordeelt Struktglas tot betaling van € 350,84 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt Struktglas in de proceskosten van € 513,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Struktglas niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Struktglas ook de kosten van betekening betalen;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
In reconventie
wijst de vordering af;
veroordeelt Struktglas in de proceskosten en begroot deze op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.