ECLI:NL:RBOVE:2026:5579

ECLI:NL:RBOVE:2026:5579

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer C/08/350643 / HA RK 26-102
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Machtiging te gelde maken van voormalige echtelijke woning.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : C/08/350643 / HA RK 26-102

Beschikking van 10 september 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats 1],

verzoekende partij, hierna te noemen [verzoeker],

advocaat: mr. D. Beuving te Hengelo,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats 2],

verwerende partij, hierna te noemen [verweerder],

advocaat: mr. K. Eliyo te Nijverdal.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 14 augustus 2026 ontvangen verzoekschrift met producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 september 2026 waar [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en waar mr. Eliyo voor [verweerder] is verschenen. Mr. Eliyo heeft zich daarbij bediend van een pleitnota. [verweerder] is niet verschenen.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. Samenvatting

Het huwelijk van partijen is op 1 september 2026 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 1 juni 2026. Partijen hebben nog een gezamenlijke woning. Bij dezelfde beschikking van 1 juni 2026 heeft de rechtbank de verdeling van de woning aan de [adres] vastgesteld waarbij partijen aan [bedrijf] Makelaars te [vestigingsplaats] opdracht geven om de woning te verkopen zo nodig tegen de door die makelaar te bepalen marktconforme vraagprijs en waarbij partijen met de hoogste bieder een koopovereenkomst zullen sluiten.

Partijen hebben een bod ontvangen ter hoogte van de door de makelaar vastgestelde vraagprijs van € 319.000. [verweerder] weigert de koopovereenkomst te tekenen. [verzoeker] heeft voldoende gemotiveerd welk belang hij heeft bij het verzoek om te worden gemachtigd om de woning te gelde te maken. Het verzoek wordt toegewezen.

3. De feiten

Partijen zijn op 12 mei 2020 met elkaar getrouwd.

Bij beschikking van 1 juni 2026 van de rechtbank Overijssel, team Familierecht (zaaknummers C/08/334293 / ES RK 25-3674 en C/08/342145 / ES RK 25-7816) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn voorwaarden vastgesteld voor de verdeling van de gezamenlijke woning aan de [adres].

Het huwelijk van partijen is op 1 september 2026 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 1 juni 2026. Partijen hebben berust in de beschikking.

Rechtsoverweging 4.4. van deze beschikking luidt:

“stelt de verdeling van de woning aan de [adres] en

de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening als volgt vast:

- partijen geven - voor zover dit nog niet is gebeurd- binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking aan [bedrijf] Makelaars in [plaats] de opdracht om de woning te verkopen;

- partijen zullen in onderling overleg met de makelaar de vraagprijs, die dient te zijn gebaseerd op de woningmarkt ter plaatse en de kwaliteit van de woning, bepalen; indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen om gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, zal de makelaar de woning te koop mogen aanbieden tegen een marktconforme vraagprijs;

- partijen zullen in overleg met de makelaar de verkoopovereenkomst aangaan met degene die de hoogste prijs biedt indien en voor zover die prijs volgens beide partijen de best mogelijke prijs is. In het geval partijen het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod de best mogelijke prijs is, dan zal de makelaar dit bindend kunnen bepalen;

- als de verkoopprijs bindend is vastgesteld zijn beide partijen verplicht hun medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning;

- na verkoop moet met de verkoopopbrengst de hypothecaire geldlening worden afgelost en de kosten de door de man gemaakte kosten voor het leeghalen van de woning en de aan de verkoop verbonden kosten worden betaald; het eventuele restant moeten partijen bij helfte delen, dan wel voor zover er een restschuld ontstaat, moeten zij ieder de helft daarvan dragen;”

Partijen zijn niet gezamenlijk tot een vraagprijs gekomen. Ter uitvoering van de beschikking heeft [bedrijf] Makelaars op 29 april 2026 een verkoopactieplan opgesteld, waarin op basis van een marktanalyse een vraagprijs van € 319.000 is geadviseerd.

Aspirant kopers mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] hebben een bod uitgebracht op de woning ter grootte van de vraagprijs.

De makelaar heeft partijen bij e-mail van 4 augustus 2026 verzocht om schriftelijk akkoord te geven voor de verkoop van de woning onder de volgende voorwaarden:

de koopprijs bedraagt € 319.000;

conditie: kosten koper;

voorbehoud van financiering ten behoeve van de koper ter hoogte van€ 319.000 met Nationale Hypotheekgarantie, met als einddatum 14 september 2026;

- bankgarantie of waarborgsom van tien procent van de koopprijs (€ 31.900), in handen van de notaris vóór of uiterlijk op 21 september 2026;

datum van levering en sleuteloverdracht: 15 oktober 2026;

oplevering: leeg, ontruimd en bezemschoon, met inachtneming van de lijst van zaken.

Verzoeker heeft schriftelijk zijn akkoord gegeven.

Bij e-mail van 12 augustus 2026 heeft de makelaar aan de advocaten van partijen bericht dat de koopovereenkomst via DocuSign aan alle betrokkenen ter ondertekening is aangeboden. Blijkens het bij die e-mail gevoegde statusoverzicht hebben makelaar [naam 3] en [verzoeker] op 10 augustus 2026 getekend en de kopers mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] op 11 augustus 2026. [verweerder] stond op 12 augustus 2026 om 09.15 uur nog steeds als enige ondertekenaar open.

4. Het geschil

[verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift de rechtbank verzocht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

I.

Primair:

[verzoeker] op grond van artikel 3:174 lid 1 BW te machtigen om, zonder medewerking van [verweerder], over te gaan tot verkoop en levering van de aan partijen gezamenlijk toebehorende woning aan de [adres] aan mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] voor een koopsom van € 319.000 kosten koper, overeenkomstig de essentialia zoals opgenomen in het koopvoorstel van [bedrijf] Makelaars van 4 en 7 augustus 2026, te weten: financieringsvoorbehoud met Nationale Hypotheekgarantie met einddatum 14 september 2026, bankgarantie of waarborgsom van tien procent van de koopprijs (€ 31.900) in handen van de notaris uiterlijk op 21 september 2026, levering en sleuteloverdracht op 15 oktober 2026 en oplevering leeg, ontruimd en bezemschoon met inachtneming van de lijst van zaken;

Subsidiair:

voor het geval de koopovereenkomst met mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2], ondanks ondertekening daarvan door [verzoeker] en de kopers, om welke reden dan ook geen doorgang vindt, waaronder begrepen het geval dat de kopers zich terugtrekken omdat de handtekening van [verweerder] is uitgebleven: [verzoeker] op grond van artikel 3:174 lid 1 BW te machtigen om, zonder medewerking van [verweerder], de woning aan de [adres] binnen een redelijke termijn na het onherroepelijk worden van de te geven beschikking alsnog te verkopen en te leveren aan een andere gegadigde, tegen een door de makelaar geadviseerde prijs;

II.

op grond van artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW te bepalen dat de te geven beschikking in de plaats treedt van de voor de koopovereenkomst en de akte van levering met betrekking tot voormelde woning vereiste toestemming, wilsverklaring, medewerking en handtekening van [verweerder], alsmede van haar toestemming en handtekening op de aan [bedrijf] Makelaars te verstrekken opdracht tot dienstverlening, voor zover die voor de verkoop en levering nog benodigd is; alsmede te bepalen dat de te geven beschikking, indien de subsidiair verzochte machtiging wordt verleend en daarvan gebruik wordt gemaakt, eveneens in de plaats treedt van de voor de koopovereenkomst en de akte van levering met een andere gegadigde vereiste toestemming, wilsverklaring, medewerking en handtekening van [verweerder];

III.

[verweerder] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

[verzoeker] brengt naar voren dat het van groot belang is dat de koopovereenkomst wordt getekend. Er is slechts één bod gekomen en beide partijen hebben er belang bij dat de koopovereenkomst door kan gaan.

[verweerder] voert aan dat een koopprijs van € 319.000,00 niet de maximaal haalbare verkoopprijs is. Zij wijst er in dit verband op dat de woning nog maar kort te koop staat, te weten vanaf 3 juli 2026. Het is in het belang van [verweerder] dat een hoogst mogelijke verkoopprijs wordt gehaald. [verweerder] voert verder aan dat door haar persoonlijke omstandigheden het voor haar moeilijk is om te reageren en uitgebreide stukken te lezen.

5. De beoordeling

Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging tot te gelde maken om een gewichtige reden als bedoeld in artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek (BW).

Bevoegd is de rechter die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering reeds aanhangig is (artikel 3:174, lid 1, 1e volzin BW). Gelet op de ligging van de woning te [plaats], is deze rechtbank relatief bevoegd van het verzoek kennis te nemen.

Ingevolge artikel 3:174, lid 1, BW kan de rechter een deelgenoot op diens verzoek ten behoeve van de voldoening van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld of om andere gewichtige redenen machtigen tot het te gelde maken van een gemeenschappelijk goed.

De rechtbank is van oordeel dat de door [verzoeker] aangevoerde grond een gewichtige reden vormt en zal daarom het verzoek grotendeels toewijzen. Hiertoe is navolgende redengevend.

Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat [verweerder] geen medewerking geeft aan het voorstel van de makelaar en zij niet akkoord kan gaan met een verkoopprijs van € 319.000,00.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de stappen zijn gevolgd als beschreven in 4.4 van de beschikking van 1 juni 2026. De opdracht om de woning te verkopen is gegeven aan [bedrijf] Makelaars te [plaats]. Omdat partijen het niet eens hebben kunnen worden over de verkoopprijs is het, ingevolge de beschikking van 1 juni 2026, aan de makelaar om de woning te koop aan te bieden tegen een marktconforme vraagprijs. Er is een bod gedaan en de makelaar heeft verklaard dat dit bod de best mogelijke prijs is. Ook dit is in lijn met de beschikking van 1 juni 2026. Partijen zijn het immers onderling niet eens wat de best mogelijke prijs is zodat de makelaar deze bindend kan bepalen.

Hierbij komt dat [verweerder] haar stelling dat een verkoopprijs van € 319.000,00 niet de maximaal haalbare verkoopprijs is, niet nader heeft onderbouwd. De stelling dat dit beneden de WOZ-waarde is, is hiertoe ontoereikend. [verzoeker] heeft onweersproken gesteld dat de woning een actieve lekkage heeft en dat door het houden van veel huisdieren de staat van de woning is verslechterd. Bijvoorbeeld is sprake van schimmelvorming door hoge binnentemperaturen. Ook heeft [verzoeker] onweersproken gesteld dat diverse kandidaten zijn afgehaakt omdat er aan de woning geklust moet worden. Er is slechts één bod gekomen.

Bij het bovenstaande is nog van belang dat de makelaar partijen adequaat heeft geïnformeerd over de voortgang van het verkoopproces. Dat [verweerder] vanwege haar persoonlijke omstandigheden moeite had om hierop adequaat te reageren maakt dit niet anders.

De rechtbank concludeert dat het verweer van [verweerder] niet kan slagen. De rechtbank volgt haar niet aan haar stelling dat de verkoopprijs van € 319.000,00 onvoldoende onderbouwd is en onvoldoende recht doet aan de waarde van de woning. Ook kan zij niet worden gevolgd in haar stelling dat het verkoopproces niet goed is verlopen.

Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat de einddatum van het voorbehoud van financiering is gewijzigd van 14 september 2026 in 5 oktober 2026 en de bankgarantie van uiterlijk 21 september 2026 naar 12 oktober 2026. [verzoeker] heeft verklaard dat de kopers onderhavige procedure willen afwachten. De rechtbank zal bij haar beslissing uitgaan van deze gewijzigde termijnen.

Gelet op het bovenstaande zal het primair door [verzoeker] verzochte worden toegewezen waarbij rekening zal worden gehouden met de gewijzigde termijnen.

Omdat kopers hebben verklaard deze procedure te willen afwachten en dus nog steeds bereid zijn om de woning af te nemen bestaat geen aanleiding om het subsidiair verzochte toe te wijzen.

Gelet op het voorgaande bestaat er ook voldoende aanleiding om de op artikel 3:300 BW gebaseerde vordering van [verzoeker] toe te wijzen, op de wijze zoals verwoord in de beslissing. Dat [verweerder] voortaan aan de verkoop en levering zal medewerken kan uit voorgaande niet worden afgeleid.

Proceskosten

Gelet op de betrekkingen tussen de partijen zullen de kosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. Hetgeen [verzoeker] heeft gesteld over alle kosten die hij tot nu toe heeft moeten maken maakt het niet anders.

6 De beslissing

De rechtbank:

verleent [verzoeker] op grond van artikel 3:174 lid 1 BW machtiging om, zonder medewerking van [verweerder], over te gaan tot verkoop en levering van de aan partijen gezamenlijk toebehorende woning aan de [adres] aan mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] voor een koopsom van € 319.000 kosten koper, overeenkomstig de essentialia zoals opgenomen in het koopvoorstel van [bedrijf] Makelaars van 4 en 7 augustus 2026, te weten: financieringsvoorbehoud met Nationale Hypotheekgarantie met einddatum 5 oktober 2026, bankgarantie of waarborgsom van tien procent van de koopprijs (€ 31.900) in handen van de notaris uiterlijk op 12 oktober 2026, levering en sleuteloverdracht op 15 oktober 2026 en oplevering leeg, ontruimd en bezemschoon met inachtneming van de lijst van zaken,

bepaalt dat op grond van artikel 3:300 lid 1 en lid 2 BW deze beschikking in de plaats treedt van de voor de koopovereenkomst en de akte van levering met betrekking tot voormelde woning vereiste toestemming, wilsverklaring, medewerking en handtekening van [verweerder], alsmede van haar toestemming en handtekening op de aan [bedrijf] Makelaars te verstrekken opdracht tot dienstverlening, voor zover die voor de verkoop en levering nog benodigd is,

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

(SA(O)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand