RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12033380 \ EJ VERZ 25-375
Beschikking van 10 september 2026
in de zaak van
[verzoekster] ,
te [woonplaats],
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster],
procederend in persoon,
tegen
STICHTING ISALA KLINIEKEN,
te Zwolle,
verweerster,
hierna te noemen: Isala,
gemachtigde: mr. D. Schuurman.
1. De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 12 mei 2026, hersteld bij beschikking van 26 mei 2026,- de brief met bijlagen van 9 juni 2026 van Isala,- de brief met bijlagen van 4 augustus 2026 van [verzoekster].
Ten slotte is bepaald dat de kantonrechter een beschikking zal nemen.
2. De verdere beoordeling
Bij beschikking van 12 mei 2026 is Isala in de gelegenheid gesteld om een volledige en controleerbare berekening te overleggen van het vakantiedagensaldo, waarna [verzoekster] de gelegenheid zal worden geboden om daarop te reageren.
Isala heeft vervolgens bij akte van 9 juni 2026 een overzicht van een vakantiesaldo in het geding gebracht en deze van een schriftelijke toelichting voorzien. Daarnaast is uiteengezet dat géén opbouw van vakantiedagen heeft plaatsgevonden na 7 februari 2024 (twee jaar na ziekmelding). Voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat na 7 februari 2024 wel vakantiedagen heeft opgebouwd, heeft Isala, onder verwijzing naar verschillende e-mails van de 45,7 opgebouwde vakantiedagen er 37 heeft opgenomen.
Onder verwijzing naar 18 bijlagen die zij bij haar brief heeft gevoegd, heeft [verzoekster] onder meer de juistheid van het door Isala in geding gebrachte vakantiedagen saldo betwist.
Isala is nog niet in de gelegenheid gesteld haar standpunt kenbaar te maken ten aanzien van deze in het geding gebrachte bijlagen. De kantonrechter zal haar daar alsnog toe in de gelegenheid stellen.
3. De beslissing
De kantonrechter
bepaalt dat Isala in de gelegenheid zal worden gesteld om uiterlijk op 23 september 2026 zich uit te laten over de bijlagen, genoemd onder 2.3;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.