RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12219634 \ CV EXPL 26-746
Vonnis in verzet van 8 september 2026
in de zaak van
BILLINK FINANCE B.V.,
te Gouda,
eisende partij,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[partij A] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- het verstekvonnis van 17 maart 2026 met zaaknummer 11932077 \ CV EXPL. 25-1917- de verzetdagvaarding- de conclusie van antwoord in verzet- de conclusie van repliek in verzet.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten en het geschil
[partij A] is bij verstekvonnis van 17 maart 2026 veroordeeld om aan Billink te betalen een bedrag van € 71,92, met rente en proceskosten, in verband met een door [partij A] niet betaalde factuur. In de dagvaarding die tot het verstekvonnis heeft geleid heeft Billink onder meer gesteld dat [partij A] als consument bij webwinkel Totaalinkt inktcartridges heeft besteld en deze geleverd heeft gekregen, dat de vordering van Totaalinkt is overgenomen door Billink en dat [partij A] ondanks aanmaning in gebreke is gebleven met betaling van de factuur.
[partij A] vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Billink alsnog worden afgewezen. [partij A] stelt dat hij pas in september 2025 op de hoogte is gekomen van deze claim. Dat komt omdat het bij de bestelling opgegeven e-mailadres (aan welk adres overigens ook de factuur en aanmaningen van Billink zijn verzonden) afwijkt van zijn eigen e-mailadres. [partij A] stelt dat hij de inktcartridges niet heeft besteld en ook niet heeft ontvangen. Hij heeft Billink in september 2025, dus al vóór het uitbrengen van de dagvaarding, onder meer gevraagd wie de inktcartridges daadwerkelijk heeft besteld en wie het pakket heeft ontvangen, en om dat te onderbouwen. Volgens [partij A] is dat niet of onvoldoende gebeurd en moet daarom de vordering worden afgewezen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.
[partij A] heeft zowel in september 2025 als in de verzetdagvaarding gesteld dat hij de inktcartridges niet heeft besteld en ook niet in ontvangst heeft genomen.
In de conclusie van antwoord in verzet van Billink verwijst zij naar hetgeen hierover in de dagvaarding staat en wijst zij er in het bijzonder op dat [partij A] contact heeft opgenomen met Billink via het klantenportaal en dat hij toen heeft aangegeven dat de rekening nimmer was ontvangen en hij daarom geen incassokosten wilde betalen.
[partij A] heeft in zijn conclusie van repliek in verzet uitdrukkelijk betwist dat het bericht in het klantenportaal door hem is verzonden en hij stelt dat het bericht niet van hem afkomstig is. Volgens [partij A] heeft hij meerdere malen verzocht om bewijsstukken waaruit blijkt dat de bestelling aan hem is geleverd en Billink gaat daar ten onrechte volledig aan voorbij.
Uit het bericht in het klantenportaal zou kunnen worden afgeleid dat [partij A] alleen heeft geklaagd over het niet ontvangen hebben van de rekening, en dat hij de rekening op zich wel en de incassokosten niet zou willen betalen, maar [partij A] heeft betwist dat hij het bericht heeft verzonden. Het bericht, productie 1 achter de conclusie van antwoord in verzet, is eigenlijk een bericht van Billink waarin de Operations Manager van Billink stelt dat “deze debiteur” op 05-02-2025 het volgende bezwaar heeft ingediend:
“Ik heb de rekening van de after pag nooit ontvangen, dus de € 40.00 incassokosten wil ik niet b”. Meer is niet leesbaar. Volgens Billink blijkt hieruit dat nimmer is gesteld dat er niet is besteld en ook is er toen geen afleverbewijs opgevraagd. De kantonrechter is, anders dan Billink, van oordeel dat hieruit niet kan worden afgeleid dat het bericht van [partij A] afkomstig is geweest, met alle gevolgen van dien. [partij A] heeft betwist dat het bericht van hem afkomstig is en uit het bericht blijkt dat ook niet. Onbekend is wie “deze debiteur” is. Nergens staan gegevens waaruit blijkt dat het bericht van [partij A] afkomstig is (en zo ja, van welk e-mailadres) of dat het überhaupt betrekking heeft op de zaak van [partij A] . Aan dit bericht gaat de kantonrechter dan ook voorbij.
Billink heeft ten aanzien van haar stelling dat [partij A] de goederen heeft besteld verwezen naar de dagvaarding. De kantonrechter kan uit de gegevens in de dagvaarding niet afleiden dat [partij A] de goederen heeft besteld. Billink heeft slechts schermafdrukken bijgevoegd waaruit het bestelproces blijkt en welke stappen er moeten worden ondernomen bij het plaatsen van een bestelling. Gegevens over het daadwerkelijk door [partij A] doorlopen proces waarin de gegevens door [partij A] zijn ingevuld, kan volgens Billink niet bewaard worden en om die reden niet overgelegd worden. De kantonrechter is van oordeel dat Billink met het overleggen van de schermafdrukken van het bestelproces onvoldoende heeft onderbouwd dat [partij A] de bestelling (zelf) heeft geplaatst.
Bovendien heeft Billink ook onvoldoende onderbouwd dat [partij A] de bestelling heeft ontvangen. [partij A] heeft dat betwist en uit het track and trace overzicht van DHL (productie 6 verzetdagvaarding) blijkt weliswaar dat het pakket volgens DHL aan [partij A] althans aan het adres van [partij A] is afgeleverd, maar uit het bericht blijkt ook dat er niet door [partij A] is getekend voor ontvangst. Deze verzendwijze brengt het risico met zich mee dat de daadwerkelijke aflevering van het pakket niet kan worden bewezen als dat wordt betwist, en dat risico komt voor rekening van Billink omdat zij de bewijslast draagt van het feit dat de goederen aan [partij A] zijn geleverd. Dat het pakket volgens het bericht van DHL is afgeleverd is in dit geval onvoldoende want het is algemeen bekend dat er wel eens wat mis gaat met de bezorging van pakketten; zo kan de bezorger van DHL de gegevens onjuist hebben ingevuld of het pakket kan bijvoorbeeld zijn afgegeven bij de buren of buiten zijn achtergelaten en meegenomen door een ander.
Billink heeft dus onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [partij A] de producten heeft besteld en deze geleverd heeft gekregen zodat de vordering van Billink alsnog zal worden afgewezen. Het verstekvonnis, waarbij [partij A] is veroordeeld, zal worden vernietigd en Billink zal worden veroordeeld in de proceskosten. [partij A] dient wel de kosten te dragen die zijn ontstaan door het aanvankelijk niet verschijnen op de dagvaarding van Billink, zijnde een bedrag van € 137,60 voor de kosten van betekening van het vonnis (en de kosten van de verzetdagvaarding die al voor rekening van [partij A] zijn gekomen).
4. De beslissing
De kantonrechter
vernietigt het verstekvonnis van 17 maart 2026 met zaaknummer 11932077 \ CV EXPL. 25-1917,
en opnieuw beslissend
wijst het door Billink gevorderde af,
veroordeelt [partij A] in de kosten die zijn veroorzaakt door het aanvankelijk niet verschijnen, € 137,60 voor de kosten van de betekening van het verstekvonnis en de kosten van de verzetdagvaarding,
veroordeelt Billink in de overige proceskosten van de verstekprocedure, aan de zijde van [partij A] begroot op nihil en in de kosten van de verzetprocedure begroot op € 86,00 gemachtigdesalaris en € 21,50 nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart dit vonnis wat betreft de kosten van de betekening van het verstekvonnis en de proceskosten in de verzetprocedure uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.