RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12180812 \ CV EXPL 26-542
Vonnis in verzet van 8 september 2026
in de zaak van
BILLINK FINANCE B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: Billink Finance,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[partij A] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: Smit en Legebeke.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 20 januari 2026 met zaaknummer 11932095 \ CV EXPL 25-1918;- de verzetdagvaarding;- de conclusie van antwoord in verzet;- de conclusie van repliek in verzet.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
In deze zaak heeft Billink Finance zich op het standpunt gesteld dat [partij A] via de webshop van [bedrijf] B.V. te [plaats] een koopovereenkomst op afstand heeft gesloten, waarbij [partij A] hondenvoer van [bedrijf] B.V heeft gekocht en geleverd heeft gekregen.
In een verstekvonnis van 20 januari 2026 heeft de kantonrechter de vorderingen van Billink Finance (gedeeltelijk) toegewezen en is [partij A] veroordeeld in de proceskosten.
In de verzetprocedure heeft [partij A] alsnog gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering van Billink Finance. [partij A] vordert in het verzet -bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis- dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vordering van Billink Finance alsnog wordt afgewezen. Ook vordert [partij A] in het verzet Billink Finance te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens werkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand en Billink Finance te veroordelen in de proceskosten.
Billink Finance heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [partij A] in de verzetsprocedure en verzoekt de kantonrechter [partij A] in zijn verzet niet-ontvankelijk te verklaren en [partij A] te veroordelen in de kosten van de verzetprocedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.
Billink Finance stelt dat [partij A] een bestelling heeft gedaan bij [bedrijf] B.V. voor de aankoop van hondenvoer en deze bestelling ook geleverd heef gekregen. Zij heeft nakoming gevorderd van de betalingsverplichting die voortvloeit uit de tussen [bedrijf] B.V. en [partij A] gesloten koopovereenkomst op afstand.
[partij A] betwist dat zij de persoon is die de bestelling heeft gedaan en geleverd heeft gekregen. [partij A] heeft een andere voornaam dan op de factuur vermeld staat en het e-mailadres en huisadres waarmee de bestelling zou zijn gedaan, zijn niet van hem. Ook heeft [bedrijf] B.V. op 19 februari 2026 een e-mail gestuurd waarin zij aan [partij A] aangeeft dat volgens [bedrijf] B.V. [partij A] slachtoffer is geworden van persoonsfraude. [bedrijf] B.V. geeft in die e-mail ook aan dat zij Billink Finance zal verzoeken om [partij A] te helpen met dit probleem.
De kantonrechter overweegt dat het aan Billink Finance is om te onderbouwen, en bij een gemotiveerde betwisting te bewijzen, dat tussen [bedrijf] B.V. en [partij A] een koopovereenkomst op afstand tot stand is gekomen. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [partij A] had het op de weg van Billink Finance gelegen om (aanvullende) stukken te overleggen waaruit blijkt dat het [partij A] is geweest die de bestelling heeft geplaatst en geleverd heeft gekregen. Dat heeft Billink Finance niet gedaan. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat er een koopovereenkomst op afstand met [partij A] tot stand is gekomen. De conclusie is daarom dat [partij A] de factuur niet hoeft te betalen.
Het verstekvonnis wordt daarom vernietigd.
Billink Finance is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [partij A] in de verstekprocedure betalen. Deze worden begroot op nihil. Billink Finance moet ook de proceskosten (inclusief nakosten) van de verzetprocedure betalen De kosten van het betekenen van het verstekvonnis en van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen echter voor rekening van [partij A] komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat [partij A] in eerste instantie niet is verschenen. [partij A] heeft daarnaast de daadwerkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand gevorderd ter hoogte van € 272,25. De kantonrechter overweegt dat voor een vergoeding van werkelijke proceskosten slechts dan plaats is wanneer sprake is misbruik van procesrecht of wanneer een zaak onrechtmatig is gestart. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Gesteld noch gebleken is dat Billink Finance op voorhand had moeten of kunnen weten dat [partij A] wel eens slachtoffer kon zijn geweest van persoonsfraude en dat zij om die reden geen procedure had mogen starten. Het vermoeden van persoonsfraude kwam immers pas na het verstekvonnis aan het licht. De kantonrechter wijst de vordering voor de daadwerkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand dan ook af en hanteert bij toekennen van het de gemaakte kosten voor juridische bijstand de daarvoor geldende liquidatietarieven. De kosten van [partij A] die Billink Finance moet vergoeden worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
130,50
(1,5 punt × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
174,00
4 De beslissing
De kantonrechter
vernietigt het verstekvonnis van 20 januari 2026 met zaaknummer 11932095 \ CV EXPL 25-1918, voor zover [partij A] daarin is veroordeeld tot betaling van € 208,75 aan Billink Finance,
en opnieuw beslissend
wijst het door [partij A] gevorderde in de verzetprocedure (gedeeltelijk) toe,
veroordeelt Billink Finance in de overige kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van [partij A] tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de overige kosten van de verzetprocedure van € 174,00, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, indien Billink Finance niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het € 174,00 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
veroordeelt [partij A] in de kosten die zijn veroorzaakt door het aanvankelijk niet verschijnen in de verstekprocedure van € 137,60 voor de kosten van de betekening van het verstekvonnis, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, indien [partij A] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 137,60 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.