RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12011805 \ CV EXPL 25-3612
Vonnis van 8 september 2026
in de zaak van
STICHTING ACIBADEM INTERNATIONAL MEDICAL CENTER,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Acibadem,
gemachtigde: mr. H.A. Roos,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juni 2026.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
Bij tussenvonnis van 16 juni 2026 is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de specificatie van Menzis over te leggen waaruit blijkt dat hij een bedrag van € 1.447,64 heeft uitgekeerd gekregen in verband met de factuur van 27 september 2024 van Infomedics/Acibadem. [gedaagde] heeft niet gereageerd naar aanleiding van het tussenvonnis en heeft dus ook de specificatie niet overgelegd. .
De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis.
Door de betaalinstructies van Acibadem niet op te volgen, is [gedaagde] dan ook (totdat hij de instructies wel heeft opgevolgd) de passantentarieven en daarmee de onderhavige factuur volledig verschuldigd. De gevorderde hoofdsom is daarom in beginsel toewijsbaar. Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] een betaalbewijs overgelegd, waaruit blijkt dat hij op 2 februari 2026 een bedrag van € 1.447,63 aan de gemachtigde van Acibadem heeft overgemaakt. Acibadem heeft deze betaling niet weersproken. Dat betekent dat de kantonrechter deze betaling in mindering zal brengen op de hoofdsom en nog zal toewijzen een bedrag van € 1.940,37.
Op de medische behandelovereenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Die heeft Acibadem ook niet. Toetsing van bedingen op oneerlijkheid is daardoor niet aan de orde. Acibadem kan zich daarom rechtsgeldig beroepen op de wettelijke regelingen ten aanzien van rente en buitengerechtelijke kosten.
De vervallen rente (€ 205,51) is als onweersproken toewijsbaar. De verdere rente zal worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.
Acibadem vordert een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Nu [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Acibadem heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het tarief voortvloeiend uit het Besluit. Daarom zal een bedrag van € 561,20 (inclusief 21% BTW) worden toegewezen.
Wat betekent dit voor [gedaagde] ?
[gedaagde] moet aan Acibadem betalen een bedrag van € 2.707,08 (€ 1.940,37 aan hoofdsom + € 205,51 aan berekende rente tot 2 december 2025 + € 561,20 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief 21% BTW)), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.388,00 vanaf 2 december 2025 tot de dag van betaling van € 1.447,63 zijnde, 2 februari 2026, daarna over € 1.940,37 tot de dag van volledige betaling;
[gedaagde] is in deze procedure in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De kosten aan de kant van Acibadem worden begroot op:- dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 541,00 (1 pnt x tarief € 288,00 + 1 pnt x tarief € 253,00)
- nakosten € 126,50Totaal € 1.327,64
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Acibadem te betalen een bedrag van € 2.707,08
te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.388,00 vanaf 2 december 2025 tot de dag van betaling van € 1.447,63 zijnde, 2 februari 2026, daarna over € 1.940,37 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.327,64, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag
€ 1.327,64 en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. (ak)
!