RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/614622 / JE RK 26-1074
Datum uitspraak: 21 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland,
hierna te noemen de Raad,
gevestigd in Utrecht,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.M.E. Derks,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats]
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 juli 2026;
het verweerschrift van de moeder van 18 augustus 2026;
de brief van de vader van 21 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [A] namens de Raad;
- [B] namens de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, (hierna te noemen: de GI).
De vader heeft wel een uitnodiging gekregen, maar hij is niet naar de zitting gekomen.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die beslissing.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar gehuwd. Er loopt een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank Limburg.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De vader is het eens met het verzoek van de Raad.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de Raad. Zij stelt dat er geen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.
5. De beoordeling
De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad af. Dat betekent dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet onder toezicht worden gesteld. De kinderrechter zal hierna uitleggen hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat, als er sprake is van conflicten tussen ouders, communicatieproblemen of problemen rondom de uitvoering van een zorgregeling, inzichtelijk moet worden gemaakt welke concrete gevolgen de situatie voor de kinderen heeft, waarom die gevolgen als ernstig moeten worden aangemerkt en waarom een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Er zijn zorgen over dat de kinderen klem (komen te) zitten tussen de ouders, maar de kinderrechter vindt dat niet is gebleken dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. De kinderrechter ziet juist dat de situatie voor de kinderen is gestabiliseerd sinds de moeder bij de vader is weggegaan en met de kinderen in [woonplaats] woont. Ten overvloede merkt de kinderrechter nog op dat daarnaast ook de noodzaak voor een ondertoezichtstelling onvoldoende is onderbouwd. Het is namelijk volgens de kinderrechter mogelijk om hulpverlening in het vrijwillig kader in te zetten. Het buurtteam is ook betrokken en kan een meer regievoerende functie uitoefenen. Op de zitting is naar voren gekomen dat de begeleide omgang tussen de vader en de kinderen via ’t Opstapje niet van de grond is gekomen, omdat zich een incident heeft voorgedaan tussen de vader en ’t Opstapje. Ook is naar voren gebracht door moeder dat zij graag speltherapie wil voor de kinderen, maar dat vader daar geen toestemming voor geeft. Het buurtteam kan beoordelen hoe het nu verder moet met de begeleide omgangsmomenten en verdere hulpverlening voor de kinderen en de ouders. Er zijn, in het geval dat een ouder geen toestemming verleent om hulpverlening voor de kinderen in te zetten, ook andere mogelijkheden om hulpverlening voor de kinderen te kunnen starten zoals de vervangende toestemmingsprocedure.
6. De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. Riani el Achhab, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. I.C. van Schip als griffier, en op schrift gesteld op 28 augustus 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.