RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/616205 / FZ RK 26-681
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] (Syrië),
hierna te noemen: betrokkene,
wonende en verblijvende in [plaats] ,
advocaat mr. A.E.M.C. Koudijs.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 augustus 2026, mee in de beoordeling.
De zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A.] , als sociaal psychiatrisch verpleegkundige verbonden aan GGz Centraal.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is namelijk voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een schizofreniespectrum stoornis. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 10 augustus 2026.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De advocaat heeft namens betrokkene verzocht om afwijzing van het verzoek. Er volgens de advocaat onvoldoende sprake van ernstig nadeel en er is bij betrokkene geen sprake van verzet. De hulpverlening kan dus op vrijwillige basis plaatsvinden. Het gaat goed met betrokkene en hij heeft zijn leven op orde. Hij veroorzaakt geen overlast en de kans is niet aanwezig dat hij er zich zonder zorgmachtiging ernstig nadeel zal voordoen. De rechtbank volgt dit verweer niet. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige geeft aan dat het juist goed gaat omdat er een zorgmachtiging is. Betrokkene heeft last van bijwerkingen en wil het liefste direct met de medicatie stoppen. De bijwerkingen worden serieus genomen en betrokkene is nu, onder begeleiding, bezig met afbouw van de medicatie. Daarnaast gaat betrokkene begin september verhuizen naar een andere woonvorm, waardoor hij ook over gaat naar een ander GGz team. Dit brengt veel spanning met zich mee, wat ook de reden is dat er een zorgmachtiging voor slechts zes maanden gevraagd is. De combinatie van de afbouw van de medicatie en de verhuizing maakt dat de kans op instabiliteit, en dus ernstig nadeel, toeneemt. De kans is aanwezig dat zonder de zorgmachtiging betrokkene gelijk met de medicatie stopt, wat voor ontregeling kan zorgen en waardoor zijn vervolgplek in het geding komt. De rechtbank volgt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige en vindt dat er voldoende aangetoond is dat er nog kans is op ernstig nadeel en acht de vrijwilligheid voor nu te fragiel.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk als betrokkene psychisch ontregeld raakt en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. en 3.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 februari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh, griffier en op schrift gesteld op 1 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.