RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/615188 / HL RK 26-48
Beschikking van 11 september 2026
in de zaak van
GEMEENTE WOERDEN,
te Woerden,
verzoekende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. R.R. Oudijk,
tegen
1. [belanghebbende 1] ,
te [plaats 1] ,2. [belanghebbende 2],
te [plaats 2] ,3. [belanghebbende 3],
te [plaats 1] ,4. [belanghebbende 4],
te [plaats 3] ,5. [belanghebbende 5],
te [plaats 4] ,
belanghebbenden,
hierna samen te noemen: [belanghebbende 1] c.s.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 22 juli 2026;
- het bewijs dat de onteigende en de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden het verzoekschrift hebben ontvangen (de betekeningsexploten van 24 juli 2026);
- de brief van de rechtbank van 29 juli 2026 aan de Gemeente en aan [belanghebbende 1] c.s. waarin [belanghebbende 1] c.s. in de gelegenheid is gesteld een verweerschrift in te dienen voorafgaande aan de descente, en partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde deskundigen; - de e-mail van mr. Oudijk van 10 augustus 2026;
- de e-mail van [A] , adviseur van belanghebbenden sub 1 tot en met 4, van 14 augustus 2026.
Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.
2. De feiten
De gemeenteraad van de gemeente [gemeente 1] heeft op 19 juni 2025 een onteigeningsbeschikking afgegeven. Een afschrift daarvan heeft verzoeker als productie 2 overgelegd. In die beschikking zijn de volgende percelen ter onteigening aangewezen, kadastraal bekend gemeente [gemeente 2] :
- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 1] , groot 5.270 m2;- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 2] , groot 15.390 m2;- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 3] (ged.), groot 44.847;
hierna te noemen: de onroerende zaken.
De onteigeningsbeschikking is op de in artikel 16.33d Omgevingswet (hierna: Ow) voorgeschreven wijze bekendgemaakt en ter inzage gelegd, hetgeen volgt uit producties 3 tot en met 5, met dien verstande dat de (ontwerp)onteigeningsbeschikking niet is toegezonden aan de belanghebbende sub 5. In de bekrachtigingsprocedure is de rechtbank hier met toepassing van artikel 6:22 Awb aan voorbijgegaan. De onteigeningsbeschikking is onherroepelijk.
De onroerende zaken zijn in eigendom van belanghebbenden sub 1 tot en met 4. De eigenaar heeft op grond van artikel 15.17 Ow recht op schadeloosstelling.
De onroerende zaken zijn volgens opgave van de Gemeente belast met een pachtrecht ten gunste van de belanghebbende sub 5. Deze partij is rechthebbende zoals bedoeld in artikel 15.27 Ow die ook recht op schadeloosstelling heeft. Zij is rechtsgeldig opgeroepen in deze verzoekschriftprocedure.
Bij de Gemeente zijn geen andere gerechtigden in de zin van artikel 15.27 Ow bekend.
In het verzoekschrift is de schadeloosstelling opgenomen die door de Gemeente aan elk van de belanghebbenden wordt aangeboden. Aan belanghebbenden sub 1 tot en met 4 is een schadeloosstelling van € 3.275.350,00 aangeboden en aan belanghebbende sub 5 een schadeloosstelling van nihil. Als bijkomend aanbod heeft de Gemeente [belanghebbende 1] c.s. aangeboden het overblijvende deel van het perceel sectie [letter] nummer [nummeraanduiding 3] aan te kopen voor € 66.270,00.
3. Het geschil
De Gemeente vraagt de rechtbank – kort samengevat – de schadeloosstelling die het gevolg is van de onteigening vast te stellen, daartoe een oneven aantal deskundigen te benoemen die de rechtbank dienen te adviseren over de prijs, om een opneming van de onroerende zaken te gelasten, om daarna de voorlopige schadeloosstelling vast te stellen en tot slot de definitieve schadeloosstelling vast te stellen.
Belanghebbenden hebben nog niet gereageerd op het aanbod tot schadeloosstelling, zoals opgenomen in het verzoekschrift.
4. De beoordeling
Ontvankelijkheid
De Gemeente is ontvankelijk in haar verzoek omdat het is ingediend nadat de onteigeningsbeschikking is bekendgemaakt (artikel 11.14 Ow) en omdat de termijn van 12 maanden als genoemd in artikel 11.12 Ow nog niet is verstreken.
Verder voldoet het verzoek aan alle vormvoorschriften zoals opgenomen in artikel 278 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en artikel 15.37 Ow.
Bevoegdheid
Deze rechtbank is ook bevoegd een beslissing te nemen over de hoogte van de schadeloosstelling, omdat de onroerende zaken zijn gelegen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.
De plaatsopneming
De rechtbank zal een gerechtelijke plaatsopneming (artikel 15.40 Ow) gelasten. Direct daaraan voorafgaand zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld hun standpunten aan de hand van een (schriftelijke) nota nader toe te lichten ten overstaan van een door de rechtbank te benoemen rechter-commissaris en de deskundigen. De rechtbank wijst [belanghebbende 1] c.s. erop dat dit enkel door tussenkomst van een advocaat mogelijk is. [belanghebbende 1] c.s. kan zich niet laten bijstaan door een gemachtigde die geen advocaat is.
De rechtbank heeft [belanghebbende 1] c.s. bij brief in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de descente een schriftelijk verweer in te dienen en daarbij ook bericht dat de rechtbank voornemens is om de volgende deskundigen te benoemen: mr. I.P.A. van Heijst, ing. H.M. Dorenbosch en ing. J.L. Scheffer. Ook de Gemeente is bij brief van de voorgenomen benoeming op de hoogte gesteld. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de door de rechtbank voorgestelde deskundigen.
Overeenkomstig artikelen 15.39 Ow zal de rechtbank deze deskundigen benoemen om over de schadeloosstelling een schriftelijk bericht uit brengen. Verder zal de rechtbank één van haar leden als rechter-commissaris benoemen om, vergezeld van de griffier, bij de plaatsopneming aanwezig te zijn.
Tot slot zal de rechtbank overeenkomstig artikel 15.40 lid 3 Ow een nieuwsblad aanwijzen waarin kennis wordt gegeven van de tijd en de plaats van de plaatsopneming. Ingevolge artikel 15.46 lid 5 Ow zal verzoeker als onteigenaar worden veroordeeld in de kosten van deze publicatie. Daartoe zal verzoeker een factuur ontvangen van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht.
5. De beslissing
De rechtbank:
de deskundigen
benoemt tot deskundigen die de schadeloosstelling zullen begroten:
- mr. I.P.A. van Heijst, voorzitter
adres: [adres 1] , [postcode 1] [plaats 5]
telefoon: [telefoonnummer 1]
e-mail: [e-mailadres 1]
- ing. H.M. Dorenbosch
adres: [adres 2] , [postcode 2] [plaats 6]
telefoon: [telefoonnummer 2]
e-mail: [e-mailadres 2]
- ing. J.L. Scheffer
adres: [adres 3] , [postcode 3] [plaats 7]
telefoon: [telefoonnummer 3]
e-mail: [e-mailadres 3]
draagt aan de deskundigen op om advies uit te brengen over de schadeloosstelling van de onroerende zaken, te weten de percelen kadastraal bekend gemeente [gemeente 2] :
- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 1] , groot 5.270 m2;- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 2] , groot 15.390 m2;- sectie [letter] , nummer [nummeraanduiding 3] (ged.), groot 44.847;
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan iedere deskundige zal sturen;
bepaalt dat de Gemeente de deskundigen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 14 dagen vóór de opneming van de onroerende zaken, in het bezit moet stellen van alle processtukken;
de plaatsopneming
benoemt mr. J.M. van Wegen tot rechter-commissaris om, vergezeld van de griffier, bij de opneming door de deskundigen van de ligging en de gesteldheid van de onroerende zaken aanwezig te zijn;
bepaalt dat verzoeker, belanghebbenden en de deskundigen uiterlijk op
25 september 2026 bij brief aan de rechtbank kunnen opgeven op welke dagen zij in de maanden januari tot en met mei 2027 verhinderd zijn, daarbij moeten ten minste 15 dagen, of 30 dagdelen, vrij zijn gelaten waarop de plaatsopneming kan plaatsvinden;
bepaalt dat voor het opgeven van verhinderdagen geen nader uitstel zal worden verleend;
wijst de deskundigen erop dat bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in hun schriftelijk advies moeten vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken;
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen moeten verstrekken als de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;
bepaalt dat de partij die schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekt;
het schriftelijk rapport
bepaalt dat dat bij de plaatsopneming wordt bepaald op welke termijn de deskundigen het advies schriftelijk en ondertekend in drievoud bij de griffie van de rechtbank dienen in te leveren;
wijst de deskundigen erop dat: - uit het deskundigenrapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd;- de deskundigen een concept van het rapport aan partijen moeten toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moet vermelden;
bepaalt dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren;
de publicatie
wijst de in de gemeente [gemeente 1] verschijnende editie van het Algemeen Dagblad aan als nieuws- en advertentieblad waarin door de griffier van deze rechtbank van de tijd en de plaats van de plaatsopneming kennis wordt gegeven;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van deze publicatie.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.
5274