RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/616662 / FZ RK 26-709
Datum uitspraak: 24 augustus 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in zonder bekende woon- of verblijfplaats,
verblijvende bij GGz Centraal, locatie [locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. T. Geerdink.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 augustus 2026, mee in de beoordeling.
De zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [A.] , als psychiater verbonden aan GGz;
- [B.] , als begeleider verbonden aan GGz.
Betrokkene heeft na enkele minuten de mondelinge behandeling verlaten door oplopende spanning. De rechtbank de mondelinge behandeling voortgezet.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGz, locatie [locatie] te [plaats] . De burgemeester van Amsterdam heeft de crisismaatregel op 19 augustus 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de
crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Hieronder zal worden toegelicht hoe de rechtbank tot dit oordeel is gekomen.
Namens de advocaat is naar voren gebracht dat er op 3 augustus jl. ook al een voortzetting van de crisismachtiging is behandeld door de rechtbank. De rechtbank heeft de voortzetting van de machtiging toen afgewezen omdat de verstandelijke beperking op de voorgrond zou liggen. In de beschikking (C/16/615833 / FZ RK 26-658) wordt dit duidelijk onder punt 4.4. onderbouwd: ‘Wanneer er sprake is van een samenloop tussen psychische stoornis en een verstandelijke beperking, moet de rechtbank toetsen welke problematiek op dit moment ‘voorliggend’ is. De onafhankelijk psychiater is in de medische verklaring van 3 augustus 2026 tot de (voorlopige) diagnose van een psychotische stoornis gekomen. Desondanks heeft de behandelend psychiater op de zitting verklaard dat er bij betrokkene weliswaar psychotische kenmerken zichtbaar zijn, maar dat er (vermoedelijk) geen sprake is van een psychose in engere zin. Bovendien is de verstandelijke beperking voorliggend. Dit betekent dat niet de Wvggz maar de Wzd de juiste juridische route voor het verlenen van verplichte zorg voor betrokkene is’
In april van dit jaar is ook een zorgmachtiging afgewezen om dezelfde reden. De rechtbank is dus aanhoudend van mening dat de problematiek voortkomt uit zijn verstandelijke beperking en niet door een psychische stoornis. Waar niet de Wvvgz, maar de Wzd de juiste juridische route wordt geacht.
Bij de indiening van het voorliggende verzoek van de voortzetting van de crisismachtiging heeft het OM een mail (van 20 augustus 2026) overgelegd waarin staat dat de psychotische symptomen op dit moment op de voorgrond staan en dat er om die reden gekozen is voor een crisismachtiging in plaats van een inbewaringstelling. De psychiater bij de zitting naar voren heeft gebracht dat er geen sprake is van acute psychotische ontregeling maar dat de verstandelijke beperking nog altijd op de voorgrond ligt. Betrokkene valt tussen wal en schip nu hij multi problematiek en gedragsproblemen heeft, wat hem nog moeilijker te plaatsen maakt. De rechtbank volgt dit.
Betrokkene beschikt niet over een vaste woon- en verblijfplaats en de dakloze opvang geeft teveel overprikkeling waardoor hij ontregelend gedrag laat zien. De rechtbank voorziet dat, zolang er geen passende woonplek is gevonden, er meer van zulke procedures zullen volgen. Het is zeer verdrietig dat er geen passende plek en hulp voor betrokkene geworden kan worden ondanks de onvermoeide inspanning van de advocaat en de instelling.
Een voortzetting van de crisismachtiging is niet het juiste juridische middel en kan daardoor niet worden toegewezen. Ter zitting is besproken dat betrokkene vrijwillig nog een paar dagen in de instelling mag verblijven.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.