RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12180671 \ UC EXPL 26-3207 RvdH/1037
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V.,
handelend onder de namen BEUP, MKB CLICKSERVICE en KLIX 360,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarderskantoor B.V.,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13, - het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 15 april 2026, aan te merken als de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte van Proximedia met producties 14 en 15,
- de mondelinge behandeling van 11 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2. De kern van de zaak
Op 17 april 2025 is [gedaagde] bezocht door twee vertegenwoordigers van Proximedia. [gedaagde] heeft tijdens dat bezoek een overeenkomst ondertekend. Die overeenkomst hield in dat Proximedia internetdiensten zou aanbieden en dat [gedaagde] daarvoor een maandelijks bedrag zou betalen. [gedaagde] heeft niet aan Proximedia betaald. Proximedia vordert daarom in deze procedure betaling van de maandelijkse termijnen tot en met augustus 2025 en 40% van de vergoeding voor de resterende overeengekomen looptijd.
3. De beoordeling
[gedaagde] hoeft de vorderingen van Proximedia niet te betalen, omdat er geen overeenkomst tot stand is gekomen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Wat was het aanbod van Proximedia?
Overeenkomsten komen tot stand door aanbod en aanvaarding. In dit geval ligt het aanbod besloten in de (ter plekke aangevulde) schriftelijke overeenkomst van Proximedia. De overeenkomst betreft een duurovereenkomst voor bepaalde tijd (24 maanden) voor de volgende producten en tegen de hierna genoemde prijs:
De totale betalingsverplichting komt neer op € 6.934,76.Proximedia zou hiervoor een mini-website van vijf pagina’s maken en zij zou ervoor zorgen dat de advertenties van [gedaagde] op de boven- en onderzijde op Google zouden worden vertoond en dat potentiële klanten via een klik op die advertenties werden doorgeleid naar de website van [gedaagde] .
In artikel 8.3 van de overeenkomst staat:
‘Indien de Abonnee de overeenkomst tussentijds wenst op te zeggen en in alle gevallen van contractbreuk door de Abonnee, anders dan op grond van een toerekenbaar tekortschieten van MKB ClickService in de nakoming van haar verbintenis, is deze gehouden om aan MKB ClickService te betalen de op dat moment vervallen maar nog niet betaalde maandelijkse bijdragen en 40% van de nog niet vervallen maandelijkse bijdragen voor de nog lopende perioden (excl. SEA/SMA maandbudget).’
In artikel 8.4 van de overeenkomst staat dat alle vorderingen uit de overeenkomst onmiddellijk in hun geheel opeisbaar zijn (exclusief SEA/SMA maandbudget).
Proximedia heeft als onderdeel van het aanbod ook het ‘tarievenformulier’ overgelegd. Volgens Proximedia wordt dit formulier met de klant doorgenomen, voordat de klant de overeenkomst ondertekent. Onderaan het formulier staat dat de overeenkomst niet gratis is. Het formulier is desondanks verwarrend voor wat betreft de omvang van de betalingsverplichting. Op het formulier staat het bedrag van € 229,00, wat indirect is terug te lezen in de overeenkomst (de optelsom van de maandelijkse bijdrage en het SEA maandbudget exclusief btw). Maar de diensten waarop dat bedrag ziet zijn net anders (geformuleerd) dan die op de overeenkomst. Ook is er een deel van de prijzen doorgestreept en vervangen door € 0,00. En er staat handgeschreven ‘€ 7,- per dag’, maar waar dat bedrag op slaat is niet duidelijk.
[gedaagde] wilde deze overeenkomst niet aangaan
De vraag is of [gedaagde] het aanbod van Proximedia heeft aanvaard doordat hij de overeenkomst heeft ondertekend. Een rechtshandeling vereist namelijk een wil en een verklaring die bij elkaar passen. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] aannemelijk heeft gemaakt dat het zetten van zijn handtekening onder de overeenkomst (de verklaring) niet berustte op zijn wil om de overeenkomst aan te gaan. Hierbij is het volgende relevant.
De relevante omstandigheden rondom het gesprek
[gedaagde] is voorafgaand aan het bezoek bij hem thuis, gebeld door een vertegenwoordiger van Proximedia. Volgens [gedaagde] is hem tijdens dit telefoongesprek een winactie voor een gratis website aangeboden en is er een afspraak gemaakt voor een huisbezoek op de dag daarna. [gedaagde] verwachtte één vertegenwoordiger, maar er stonden er twee voor de deur. Volgens [gedaagde] waren de vertegenwoordigers relatief jonge (jonger dan hij, [gedaagde] was op dat moment 28 jaar), vrouwelijke medewerkers met de uitstraling van studenten. [gedaagde] heeft de twee vertegenwoordigers binnen gelaten en zij hebben ongeveer drie kwartier met elkaar gesproken over zijn werk.
[gedaagde] heeft toegelicht dat het gesprek werd onderbroken door een telefoontje aan (een van) de vertegenwoordigers; [gedaagde] moest daarna snel tekenen want de vertegenwoordigers moesten weg. Hij heeft de overeenkomst en de algemene voorwaarden daardoor niet goed kunnen lezen. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij het gevoel had dat het niet klopte en dat hij uit angst een aantal gegevens (waaronder zijn bankrekeningnummer) niet juist heeft opgegeven. Hij heeft de overeenkomst wel ondertekend, maar hoopte dat die hem niet zou achtervolgen.
De kantonrechter vindt de laatstgenoemde verklaring van [gedaagde] die erop neerkomt dat hij de overeenkomst niet wilde sluiten, geloofwaardig. De overeenkomst is een relatief langdurige overeenkomst, die niet tussentijds opzegbaar is en die een betalingsverplichting van bijna € 7.000,00 met zich meebrengt. [gedaagde] had op het moment van het bezoek geen vaste baan. Hij stond met zijn eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, omdat hij zichzelf op die manier kon verhuren aan verschillende bedrijven via platforms voor tijdelijke klussen. Die klussen liepen uiteen van het sorteren van post, werken in de horeca of bouw, tot werken als stemacteur. [gedaagde] had wel al in zijn hoofd dat hij in de toekomst serieus als timmerman aan de slag wilde, maar dat deed hij op dat moment nog niet. [gedaagde] had nog geen website. Het is dus een overeenkomst die voor [gedaagde] als jonge zelfstandige die werkt via platforms allerminst doorsnee is en die voor hem een substantiële financiële belasting zou vormen.[gedaagde] had geen bedenktijd en heeft zijn handtekening gezet op een moment dat de tijdsdruk in het gesprek toenam, door het telefoontje dat de vertegenwoordigers van Proximedia ontvingen.
De gang van zaken na het gesprek
Ook uit de gang van zaken na het bezoek op 17 april 2025 blijkt dat [gedaagde] geen gebruik wilde maken van de diensten van Proximedia.
[gedaagde] heeft na het gesprek bij hem thuis nooit gereageerd op de berichten van Proximedia. Op 22 april 2025 heeft Proximedia een welkomstbrief naar [gedaagde] gestuurd. Volgens Proximedia is het ontwikkelen van landingspagina’s een creatief proces dat in samenwerking met de klant wordt gedaan. Daarvoor wordt een interview met de klant gehouden. Het is Proximedia niet gelukt om een afspraak met [gedaagde] te maken voor het interview, want [gedaagde] reageerde niet.
Proximedia is hierna desondanks wel aan de slag gegaan voor [gedaagde] . Zij heeft landingspagina’s gemaakt, ‘call tracking’ ontwikkeld en een SEA campagne aangemaakt bij Google AdWords. Daarvoor heeft zij de gegevens gebruikt die in het handelsregister over [gedaagde] te vinden waren. Proximedia heeft op 23 mei en 5 juni 2025 per e-mail aan [gedaagde] laten weten dat die werkzaamheden gereed waren. [gedaagde] heeft ook hierop niet gereageerd. [gedaagde] heeft ook geen gebruik gemaakt van de diensten van Proximedia: hij heeft nog steeds geen website. Op 29 september 2025 heeft een medewerker van Proximedia telefonisch contact opgenomen met [gedaagde] . [gedaagde] heeft toen ontkend een overeenkomst te hebben gesloten. Proximedia heeft geprobeerd automatisch te incasseren, maar dat is niet gelukt omdat het bankrekeningnummer dat is ingevuld niet klopte.
Het bewijsaanbod van Proximedia
De kantonrechter gaat voorbij aan het aanbod van Proximedia om de twee vertegenwoordigers als getuigen te horen over de wijze waarop het bezoek is verlopen.
Proximedia was na ontvangst van de conclusie van antwoord al op de hoogte van het verweer van [gedaagde] . Desondanks heeft zij een algemeen bewijsaanbod gedaan; het horen van de vertegenwoordigers zou nodig zijn om beide kanten van het verhaal te kunnen beoordelen. Proximedia heeft echter geen concrete aanknopingspunten genoemd op basis waarvan kan worden aangenomen dat de vertegenwoordigers anders zullen verklaren over het bezoek dan [gedaagde] . Een schriftelijke verklaring of een (begin van een) toelichting over hun beleving van het gesprek ontbreekt namelijk. De gemachtigde van Proximedia heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien verklaard dat hij zelf niet met de vertegenwoordigers heeft gesproken, maar slechts met de behandelaar van de zaak.
Daar komt bij dat nader bewijs – bijvoorbeeld dat [gedaagde] wist dat hij een betalingsverplichting aanging – niet ter zake dienend is: [gedaagde] heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen overeenkomst met Proximedia wilde sluiten om tegen betaling van een aanzienlijk bedrag een website te krijgen.
Geen gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van Proximedia
De kantonrechter is van oordeel dat Proximedia er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [gedaagde] de overeenkomst wel wilde aangaan. Hierbij is het volgende relevant.
Proximedia heeft zelf met [gedaagde] contact gezocht met het oog op het sluiten van de overeenkomst. De vertegenwoordigers hadden tijdens het bezoek kunnen waarnemen, althans hadden moeten begrijpen, dat [gedaagde] op dat moment geen serieuze onderneming dreef. Zoals gezegd verhuurde hij zichzelf via platforms voor verschillende werkzaamheden. [gedaagde] had geen website en geen personeel. [gedaagde] was nog niet serieus bezig met de timmerwerkzaamheden en meubelmakerij. Hij woonde nog bij zijn ouders en werkte vanuit zijn ouderlijk huis. De vertegenwoordigers hadden onder deze omstandigheden moeten onderzoeken of de overeenkomst wel toegevoegde waarde voor [gedaagde] zou kunnen hebben. Niet is gebleken dat zij dat hebben gedaan. De enkele stelling van Proximedia dat een website een normaal onderdeel van de bedrijfsvoering is, is daarvoor onvoldoende. Onder al deze omstandigheden mochten de vertegenwoordigers van Proximedia er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat [gedaagde] voldoende begreep waarvoor hij tekende en dat zijn handtekening een uiting was van zijn wil om de overeenkomst met de onder 3.2 tot en met 3.5 omschreven inhoud aan te gaan.
Conclusie
[gedaagde] hoeft de betalingsachterstand en de vergoeding voor de resterende termijnen niet te betalen, omdat de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen. De nevenvorderingen (waaronder de buitengerechtelijke incassokosten) delen dat lot.
De proceskosten
Proximedia is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] procedeert in persoon en daarom bestaan zijn proceskosten uit de reis- verletkosten in verband met het bijwonen van de rolzitting en de mondelinge behandeling (2 × € 50,00). De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 100,00.
4. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Proximedia af,
veroordeelt Proximedia in de proceskosten van € 100,00, te betalen aan [gedaagde] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Proximedia niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.