ECLI:NL:RBMNE:2026:6445

ECLI:NL:RBMNE:2026:6445

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 20-09-2026
Zaaknummer 12051368 \ LC EXPL 26-66
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming. Professionele hennepkwekerijen in huurwoning. Kwetsbare huurders, maar de belangen van verhuurder bij ontruiming wegen zwaarder.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Lelystad

Zaaknummer: 12051368 \ LC EXPL 26-66 JD/51246

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

de stichting

WOONSTICHTING CENTRADA,

gevestigd in Lelystad,

eisende partij,

hierna te noemen: Centrada,

gemachtigde: mr. T. Mulder,

tegen

de besloten vennootschap

1. [onderneming] B.V.,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1],

gevestigd in [plaats 1] ,

gemachtigde: mr. K. van Polen,

de besloten vennootschap

1. [onderneming] B.V.,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde 2],

gevestigd in [plaats 1] ,

gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg,

gedaagde partijen,

hierna samen ook te noemen: de bewindvoerder.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2025 met 16 producties;- de conclusie van antwoord van de bewindvoerder namens [onderbewindgestelde 1] met 5 producties;

- de conclusie van antwoord van de bewindvoerder namens [onderbewindgestelde 2] met 2 producties;

- de aanvullende producties 17 tot en met 19 van Centrada;

- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2026.

Tijdens de mondelinge behandeling op 12 augustus 2026 waren namens Centrada mevrouw [A] en mevrouw [B] aanwezig. Zij zijn [functie] bij Centrada. Ook mr. Mulder was aanwezig. Namens het bewindvoeringskantoor is mevrouw [C] naar de zitting gekomen. Zij is bewindvoerder. Ook [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] waren aanwezig, samen met mr. Van Polen en mr. Langeweg. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.

De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.

2. De kern van de zaak

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben een affectieve relatie en huren samen van Centrada de woning aan de [adres] in [plaats 2] . In september 2025 heeft de politie twee hennepkwekerijen in de woning ontdekt. Daarom eist Centrada dat de huurovereenkomst eindigt en dat de bewindvoerder (of eigenlijk: [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] ) de woning moet ontruimen. De kantonrechter wijst die vorderingen toe. Van Centrada kan niet worden verwacht dat zij de huurovereenkomst met [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] voortzet. Daarbij weegt de kantonrechter onder andere mee dat er een aantal maanden na de ontdekking van de hennepkwekerijen hard- en softdrugs en wapens in de woning zijn gevonden.

3. De beoordeling

De bewindvoerder voert geen ontvankelijkheidsverweer meer

In de processtukken voert de bewindvoerder aan dat Centrada geen procedure tot ontbinding en ontruiming mocht starten, omdat de aanwezigheid van de hennepkwekerijen al bij de beoordeling van een moratoriumverzoek aan de orde zijn gekomen. Volgens de bewindvoerder lijkt de ontruimingsvordering van Centrada op een verkapt hoger beroep tegen het uitgesproken moratorium (waarover later meer), is deze procedure in strijd met de redelijkheid en billijkheid en is sprake van misbruik van recht. De bewindvoerder stelt zich in de processtukken dus op het standpunt dat Centrada niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder haar ontvankelijkheidsverweer laten varen. De gemachtigden van de bewindvoerder hebben aangegeven dat het Centrada vrij stond om deze procedure te starten. De kantonrechter gaat daarom niet verder in op het verweer.

De vereisten voor ontbinding en ontruiming

Voor ontbinding is allereerst vereist dat de huurder zijn of haar verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden of de wet niet (goed) is nagekomen. Daarnaast is vereist dat de huurder in verzuim is geraakt. Als aan deze vereisten is voldaan, is de huurder tekortgeschoten. Het vereiste van verzuim geldt niet als nakoming van de verplichting(en) blijvend of tijdelijk onmogelijk is.

De kantonrechter kan besluiten de huurovereenkomst niet te ontbinden als de tekortkoming zo’n bijzonder karakter of zo weinig betekenis heeft, dat die tekortkoming een ontbinding met alle gevolgen daarvan niet rechtvaardigt. Een gevolg van de ontbinding van een huurovereenkomst is dat de huurder het gehuurde moet ontruimen.

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] mogen geen hennepkwekerij in de woning hebben

Volgens Centrada hebben [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hun verplichtingen uit de algemene huurvoorwaarden van 1 januari 2021 geschonden en moet de kantonrechter de huurovereenkomst daarom ontbinden. De bewindvoerder vindt dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de huurovereenkomst tussen Centrada en [onderbewindgestelde 1] . Zij voert aan dat [onderbewindgestelde 1] vóór deze procedure niet bekend was met de algemene voorwaarden en dat hij niet apart voor de ontvangst van die voorwaarden heeft getekend. Dit verweer kan de bewindvoerder niet helpen. In de huurovereenkomst staat dat het huurreglement van 1 januari 2021 van Centrada onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Tijdens de zitting heeft Centrada toegelicht dat met ‘huurreglement’ de algemene voorwaarden worden bedoeld. De bewindvoerder heeft dit niet tegengesproken. [onderbewindgestelde 1] heeft de huurovereenkomst ondertekend en heeft daarmee voor de ontvangst van de algemene voorwaarden getekend. Hij heeft er dus mee ingestemd dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dat betekent dat de algemene voorwaarden ook voor [onderbewindgestelde 1] gelden. Daarvoor is niet vereist dat [onderbewindgestelde 1] de voorwaarden heeft ontvangen en afzonderlijk voor akkoord heeft getekend (artikel 6:232 van het Burgerlijk Wetboek, hierna: BW).

In artikel 6.11 van de algemene voorwaarden staat dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] in de woning in geen enkele hoeveelheid hennep aanwezig mogen hebben of mogen (laten) vervaardigen. Daarnaast mogen [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] geen activiteiten (laten) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn. Dat staat ook in artikel 6.11 van de algemene voorwaarden.

Centrada noemt in de dagvaarding ook dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] de woning alleen volgens de woonbestemming mogen gebruiken, dat zij geen overlast mogen veroorzaken en dat zij zich als goed huurder moeten gedragen. Het klopt dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] deze verplichtingen hebben, maar het is voor de beoordeling niet nodig om die verplichtingen te bespreken.

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] zijn tekortgeschoten, want er waren hennepkwekerijen in de woning

[onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben met de hennepkwekerijen in de woning hun verplichtingen uit artikel 6.11 van de algemene voorwaarden geschonden. Daarmee zijn [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] tekortgeschoten. Verzuim is in dit geval niet vereist. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] kunnen hun verplichting om geen hennep in de woning te hebben of te vervaardigen achteraf niet alsnog goed nakomen. Nakoming is dus blijvend onmogelijk.

De huurovereenkomst eindigt en [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] moeten de woning ontruimen

De kantonrechter stelt voorop dat een hennepkwekerij in een woning in het algemeen ernstig genoeg is voor een ontruiming. De bewindvoerder voert aan dat de ontruiming in dit geval toch moet worden afgewezen, omdat de belangen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] om in de woning te blijven wonen zwaarder wegen dan het belang van Centrada bij ontruiming. Volgens de bewindvoerder zijn [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] kwetsbare huurders, zijn zij maar beperkt zelfredzaam en zijn zij zeer beïnvloedbaar. De bewindvoerder zegt dat [onderbewindgestelde 1] de hennepkwekerijen heeft toegestaan omdat hij onder druk werd gezet door anderen en omdat hij geen andere oplossing zag voor zijn financiële problemen. [onderbewindgestelde 2] was volgens de bewindvoerder niet betrokken bij de hennepkwekerijen en was door haar chronische lichamelijke en psychische gezondheidsproblemen (waarvoor zij veel medicatie gebruikt) niet in staat om weerstand te bieden. Volgens de bewindvoerder willen [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hun leven onder begeleiding op orde brengen, willen zij naar de toekomst kijken en willen zij er alles aan doen om het vertrouwen van Centrada te herstellen. Daarom hebben zij zich in oktober 2025 onder bewind laten stellen. Er is inmiddels ook een mentor aangesteld, maar die houdt zich volgens de bewindvoerder te veel op de achtergrond. De bewindvoerder vindt het voor het hulpverleningstraject, de wettelijke schuldsanering (die goed loopt) en de gezondheid van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] essentieel dat zij in de woning mogen blijven wonen. Daarnaast voert de bewindvoerder aan dat er ondanks de hennepkwekerijen een moratorium is uitgesproken, omdat de faillissementsrechter het belang van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] bij stabilisatie zwaarder heeft laten wegen dan het belang van Centrada bij ontruiming.

Centrada stelt daartegenover dat haar belangen bij ontruiming zwaarder moeten wegen dan de belangen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Volgens Centrada heeft zij een zero tolerance beleid als het gaat om drugs in de woning. Zij treedt op tegen hennepkwekerijen in haar huurwoningen, omdat dit andere huurders afschrikt om uit financieel gewin hennepkwekerijen in hun huurwoning aan te leggen. Daarnaast heeft Centrada er belang bij om haar andere huurders en omwonenden in de buurt tegen de risico’s van hennepkwekerijen (zoals brandgevaar en wateroverlast) te beschermen.

De kantonrechter vindt dat de belangen van Centrada bij ontruiming zwaarder wegen dan de belangen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] om in de woning te blijven wonen. Het is duidelijk dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] maatschappelijke hulp en begeleiding nodig hebben en dat een ontruiming grote gevolgen voor hen zal hebben. Dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] aangeven dat zij hun leven op orde willen krijgen, is een stap in de goede richting. Maar die stap komt te laat. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben bepaalde keuzes gemaakt en moeten daarvan de consequenties dragen. De kantonrechter licht dit oordeel hierna met drie redenen toe.

Ten eerste weegt de kantonrechter mee dat de hennepkwekerijen in de woning omvangrijk en professioneel ingericht waren. Er was een hennepkwekerij in een van de slaapkamers en er was een hennepkwekerij en -drogerij op zolder. In totaal zijn er 110 plantenpotten gevonden. Daarnaast was er allerlei professionele apparatuur geïnstalleerd en werd er buiten de meter om illegaal stroom afgetapt, wat brandgevaar oplevert. Dit blijkt uit documenten van de politie Flevoland, die Centrada heeft ingediend. Dit zijn ernstige tekortkomingen. Tijdens de zitting is gebleken dat [onderbewindgestelde 1] de hennepkwekerijen heeft toegestaan om uit de financiële problemen te komen. [onderbewindgestelde 1] heeft uitgelegd dat hij na verschillende persoonlijke omstandigheden in geldnood zat, dat hij zijn financiële problemen met een vriend uit het verleden heeft besproken en dat dit uiteindelijk tot de hennepkwekerijen heeft geleid. De hennepkwekerijen waren dus bedoeld om geld te verdienen. [onderbewindgestelde 1] heeft tijdens de zitting weliswaar gezegd dat anderen misbruik van hem en [onderbewindgestelde 2] hebben gemaakt en dat sprake was van dreigende woorden, maar hij heeft niet met concrete voorbeelden uitgelegd hoe dit is gegaan. De bewindvoerder heeft ook geen toelichting gegeven. Dat had zij wel moeten doen, al helemaal omdat er volgens Centrada geen sprake is geweest van druk van buitenaf. Dat [onderbewindgestelde 1] (en [onderbewindgestelde 2] ) onder druk zijn gezet om de hennepkwekerijen toe te staan, is de kantonrechter dan ook niet gebleken.

Ten tweede weegt de kantonrechter mee dat de politie een paar maanden geleden (in april 2026) allerlei hard- en softdrugs en wapens in de woning heeft gevonden. Centrada heeft tijdens de zitting uitgelegd dat zij die ochtend van de gemeente heeft begrepen dat de woning voor negen maanden gesloten zou gaan worden. De gemachtigden van de bewindvoerder hebben vervolgens erkend dat dit speelt. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben zelf tijdens de zitting weinig tot geen openheid willen geven over waarom de drugs en wapens in de woning aanwezig waren. De kantonrechter begrijpt dat Centrada geen enkel vertrouwen meer heeft in [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Dat geldt al helemaal omdat zij (en de bewindvoerder en haar gemachtigden) sinds april 2026 uit zichzelf niets over de aangetroffen drugs en wapens hebben gezegd. Zelfs niet aan het begin van de zitting, toen [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] uitgebreid vertelden over hun behoefte aan hulp en begeleiding.

Ten derde weegt de kantonrechter mee dat Centrada [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] al genoeg kansen heeft gegeven. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben in het verleden een huurachterstand gehad en zijn daarom in een vonnis van 4 januari 2023 veroordeeld om de woning te ontruimen. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] waren toen dus al gewaarschuwd: zij wisten (of konden weten) dat een schending van hun verplichtingen tot een ontruiming zou (kunnen) leiden. Centrada heeft na het vonnis uit 2023 een laatstekansovereenkomst met [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] gesloten. Uiteindelijk is een nieuwe huurachterstand ontstaan en zijn [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] in een vonnis van 4 juni 2025 opnieuw veroordeeld om de woning te ontruimen. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben daarna een moratoriumverzoek ingediend bij de rechtbank. Dat verzoek is toegewezen. Op dat moment was al bekend dat de politie de hennepkwekerijen in de woning had ontdekt. De faillissementsrechter heeft deze omstandigheid in het vonnis besproken. Dat de hennepkwekerijen geen belemmering waren voor het moratorium betekent nog niet dat de belangen van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] in deze zaak ook zwaarder moeten wegen. Integendeel: met het moratorium hebben [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] opnieuw een kans gehad. Zij hebben uiteindelijk een adempauze van zes maanden gekregen om hun financiële situatie weer op de rit te krijgen. Zo konden [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] een daadwerkelijke ontruiming misschien nog voorkomen. De bewindvoerder is aangesteld om hen hierin te begeleiden. Op de achtergrond speelt mee dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , ondanks alle ingeschakelde hulp en alle waarschuwingen, ervoor hebben gekozen om opnieuw hun verplichtingen te schenden door drugs en wapens in de woning te brengen of toe te laten. Zij zijn hier als huurders voor verantwoordelijk. Van Centrada kan niet worden verwacht dat zij [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] nu nóg een keer een kans geeft om hun verplichtingen uit de huurovereenkomst goed na te komen. Dat geldt al helemaal omdat Centrada een zero tolerance beleid heeft als het gaat om drugs in de woning. Daarnaast heeft Centrada als woningcorporatie de taak om de leefbaarheid in wijken en buurten te verbeteren en moet zij ervoor zorgen dat haar andere huurders en omwonenden in de buurt veilig kunnen wonen. Centrada kan die taak niet goed uitvoeren als [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] in de woning mogen blijven wonen.

De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst tussen Centrada en [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] . Dat betekent dat de huurovereenkomst eindigt en dat de bewindvoerder (of eigenlijk: [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] ) de woning moet ontruimen. De bewindvoerder krijgt hiervoor veertien dagen de tijd. Die termijn gaat in vanaf het moment dat dit vonnis aan haar is betekend. De bewindvoerder heeft gevraagd om een langere ontruimingstermijn vanwege de kwetsbaarheid van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] , maar de kantonrechter vindt die kwetsbaarheid niet voldoende. [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] hebben al vaker voor een ontruiming gestaan en waren dus gewaarschuwd. Er zijn geen andere omstandigheden (bijvoorbeeld minderjarige kinderen) die reden geven voor een langere ontruimingstermijn.

De bewindvoerder moet de proceskosten betalen

De bewindvoerder heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Centrada worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

150,00

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

€

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

831,50

De kantonrechter wijst de door Centrada gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals staat vermeld in de beslissing.

De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat de bewindvoerder kan worden gedwongen om de proceskosten volledig uit het vermogen van [onderbewindgestelde 1] of volledig uit het vermogen van [onderbewindgestelde 2] te betalen. Als de bewindvoerder (een deel van) de proceskosten uit één vermogen betaalt, hoeft de bewindvoerder dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen uit het andere vermogen.

De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad

Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Centrada het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als de bewindvoerder niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. De bewindvoerder kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als zij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van de bewindvoerder (of eigenlijk van [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] ) om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Centrada om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd in rechtsoverwegingen 3.8 en 3.9. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van Centrada zwaarder wegen dan de belangen van de bewindvoerder. Daarbij weegt de kantonrechter vooral mee dat [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] al meerdere kansen hebben gehad en dat Centrada haar taak als woningcorporatie niet goed kan uitvoeren als [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] langer in de woning mogen blijven. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen Centrada en [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] bestaande huurovereenkomst voor de woning aan de [adres] in [plaats 2] ;

veroordeelt de bewindvoerder (althans: [onderbewindgestelde 1] en [onderbewindgestelde 2] ) om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis:

de woning te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Centrada zijn;

de woning in oorspronkelijke, onbeschadigde en schone staat op te leveren;

de sleutels af te geven aan Centrada;

met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken of te gebruiken;

veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 831,50, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;

veroordeelt de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 1] en de bewindvoerder van [onderbewindgestelde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand