ECLI:NL:RBMNE:2026:6434

ECLI:NL:RBMNE:2026:6434

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 20-09-2026
Zaaknummer 12205288 \ UC EXPL 26-3794
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Onderbewindgestelde heeft spullen gekocht bij een webwinkel en daarbij gekozen voor achteraf betalen. Omdat daarbij een valse naam en geboortedatum is gebruikt, kon de webwinkel niet weten dat zij onder bewind stond. De factuur moet daarom wel worden betaald.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12205288 \ UC EXPL 26-3794

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V., handelend onder de naam [handelsnaam],

gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [handelsnaam] ,

gemachtigde: E.A.P. van Lith,

tegen

de stichting

[gedaagde] , in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van

[onderbewindgestelde] ,

gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

in deze procedure vertegenwoordigd door haar bestuurder [A] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] is de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] . [onderbewindgestelde] heeft spullen gekocht bij een webwinkel en daarbij gekozen voor achteraf betalen. Omdat [onderbewindgestelde] daarbij een valse naam en geboortedatum heeft gebruikt, kon de webwinkel niet weten dat zij onder bewind stond. De factuur moet daarom wel worden betaald.

3. De feiten

De goederen van [onderbewindgestelde] zijn onder bewind gesteld. Dat bewind is op 26 september 2019 gepubliceerd in het Centraal curatele- en bewindregister (verder het register). [gedaagde] is de bewindvoerder.

[onderbewindgestelde] heeft in januari 2025 voor € 68,23 spullen gekocht bij de webwinkel [webwinkel] en heeft daarbij niet haar eigen naam en geboortedatum gebruikt. [onderbewindgestelde] heeft als betaalwijze gekozen voor achteraf betalen met [handelsnaam] . [onderbewindgestelde] zou dus aan [handelsnaam] moeten betalen, maar heeft dat niet gedaan.

4. Het geschil

[handelsnaam] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 68,23, vermeerderd met rente en kosten.

[gedaagde] voert verweer en vraagt om de vordering af te wijzen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

De gevolgen van het bewind

De kantonrechter stelt voorop dat onderbewindstelling een maatregel is die is bedoeld om mensen te beschermen die zelf hun zaken niet goed kunnen regelen. De betrokkene waarvan de goederen onder bewind zijn gesteld heeft daarom toestemming van de bewindvoerder nodig om over die goederen te kunnen beschikken. Als de bewindvoerder geen toestemming heeft gegeven, maakt dat een rechtshandeling niet nietig. Het ontbreken van toestemming heeft wel tot gevolg dat schulden die voortvloeien uit die rechtshandelingen niet op de onder bewind gestelde goederen kunnen worden verhaald als de andere partij bekend had kunnen zijn met het bewind. In deze zaak betekent dat dat als de webwinkel had kunnen weten dat [onderbewindgestelde] onder bewind stond, de vordering moet worden afgewezen.

De webwinkel kon niet weten dat [onderbewindgestelde] onder bewind stond

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de webwinkel de identiteit van [onderbewindgestelde] had moeten vaststellen en dan in het register had kunnen zien dat zij onder bewind is gesteld. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. [handelsnaam] wijst er terecht op dat de webwinkel niet de mogelijkheid of de bevoegdheid heeft om door klanten ingevulde gegevens te controleren door die te vergelijken met de geregistreerde gegevens in de BRP . Voor de aankoop die [onderbewindgestelde] heeft gedaan mag een webwinkel ook niet om een kopie van een identiteitsbewijs vragen. De webwinkel mag ervan uitgaan dat geen valse gegevens worden ingevuld. Omdat met de gegevens die [onderbewindgestelde] had ingevuld het bewind niet was te vinden in het register, kon de webwinkel dus niet weten dat zij onder bewind is gesteld.

[gedaagde] wijst er nog op dat [onderbewindgestelde] in 2021 ook spullen met achteraf betalen bij [handelsnaam] had gekocht en dat [handelsnaam] die vordering, na correspondentie over en weer, niet heeft geïnd. Voor zover [gedaagde] daarmee bedoelt dat [handelsnaam] daardoor op de hoogte had kunnen zijn van het bewind van [onderbewindgestelde] , gaat dat niet op. Destijds had [onderbewindgestelde] immers wel haar eigen naam en geboortedatum gebruikt. Dat de bestelling op hetzelfde adres moest worden afgeleverd is onvoldoende om ervan uit te gaan dat die bestelling door dezelfde persoon is gedaan. Zeker als daar een aantal jaren tussen zit, zoals in dit geval.

De kantonrechter begrijpt de zorgen van [gedaagde] , omdat zij als bewindvoerder niet in staat is om [onderbewindgestelde] te beschermen tegen de gevolgen van haar handelen in een wereld waarin de verleiding om ondoordachte aankopen te doen voor iedereen steeds groter wordt. Maar zelfs met de veel verderstrekkende maatregel van ondercuratelestelling, waardoor een rechtshandeling wel nietig zou zijn, zou dat niet kunnen. Het gebruiken van een valse naam en geboortedatum bij het doen van een bestelling met achteraf betalen kwalificeert als een onrechtmatige daad. Dat bij [onderbewindgestelde] sprake is van een verstandelijke beperking is geen reden om die onrechtmatige daad niet toe te rekenen. Ook als de rechtshandeling wel nietig zou zijn, zou [onderbewindgestelde] moeten betalen, maar dan als schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad.

Dat [onderbewindgestelde] onder bewind staat, is dus geen reden om de vordering van [handelsnaam] af te wijzen. Hieronder zal worden beoordeeld of er andere redenen zijn om de vordering (deels) af te wijzen.

Ambtshalve toetsing

[onderbewindgestelde] heeft als gezegd gekozen voor de aangeboden mogelijkheid van uitgestelde betaling. Zo’n uitstel van betaling is een vorm van kredietverstrekking. Aldus is naast de koopovereenkomst tussen [onderbewindgestelde] en de webwinkel ook een kredietovereenkomst tot stand gekomen tussen [onderbewindgestelde] en [handelsnaam] (aan wie de webwinkel haar vordering op de gedaagde partij heeft overgedragen).

Op kredietovereenkomsten zijn in de regel strenge consumentenbeschermende bepalingen van toepassing, maar in dit geval is sprake van een uitzondering, namelijk voor kredieten die binnen drie maanden moeten worden terugbetaald en waarvoor slechts onbetekenende kosten worden aangerekend, als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 onder e van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een consument loopt bij een dergelijk krediet minder financieel risico en daarom worden beschermende bepalingen minder noodzakelijk geacht.

Ook op consumentenkoopovereenkomsten zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Daarvoor geldt in deze procedure geen uitzondering. De kantonrechter moet ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) beoordelen of een aantal belangrijk geachte beschermende bepalingen is nageleefd. Die beoordeling ziet met name op de naleving van toepasselijke informatieplichten en op de inhoud van algemene voorwaarden.

In deze procedure, waarin de koopovereenkomst online is gesloten, gaat het om de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v BW. De kantonrechter constateert dat de toepasselijke essentiële informatieplichten zijn nageleefd. Daarom wordt er geen sanctie opgelegd en moet [gedaagde] de hoofdsom van € 68,23 volledig betalen.

De kantonrechter heeft ambtshalve de toepasselijke algemene voorwaarden van de webwinkel beoordeeld. Daarin is geen beding opgenomen dat ziet op de vordering en dat zo afwijkt van de wet dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld.

[handelsnaam] vordert rente over de hoofdsom, tot aan de dagvaarding berekend op € 4,25. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar als volgt onder de beslissing.

Voor toewijzing van de gevorderde vergoeding van gemaakte incassokosten is het ontbreken van een onredelijk bezwarend beding in de algemene voorwaarden niet voldoende. Die vergoeding is namelijk pas verschuldigd als de gedaagde partij ook daadwerkelijk is aangemaand om de betalingsverplichting alsnog na te komen, op een manier die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dat is in dit geval gebeurd, waardoor de gevorderde vergoeding van € 40,00 toewijsbaar is.

Conclusie

[gedaagde] moet aan [handelsnaam] betalen voor de spullen die [onderbewindgestelde] heeft gekocht. Omdat er niet op tijd is betaald, moet [gedaagde] ook rente en kosten betalen, in totaal dus € 112,48.

De proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [handelsnaam] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

130,16

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

86,00

(2 punten × € 43,00)

- nakosten

€

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

376,66

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad

De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen in hoger beroep gaat, tot dat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [handelsnaam] te betalen een bedrag van € 112,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 68,23, met ingang van 24 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 376,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand