ECLI:NL:RBMNE:2026:6419

ECLI:NL:RBMNE:2026:6419

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 16/337353-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsauto een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte sloeg op een kruising rechtsaf zonder voorrang te verlenen aan een fietser die naast/achter de auto van de verdachte fietste en bij de kruising rechtdoor wilde rijden. Daarnaast was de verdachte onder invloed van amfetamine, THC en van meer dan acht keer de toegestane hoeveelheid GHB en heeft hij de plaats van het ongeval verlaten. Straf: voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en proeftijd van 2 jaar. Daarnaast een taakstraf van 160 uur en een OBM van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/337353-25

Verstek

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 september 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] in [plaats]

(hierna: de verdachte).

1. Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 3 september 2026.

Op de zitting was aanwezig:

- de officier van justitie: mr. I.L.Y. Verheijden.

2. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat, op 8 september 2025 in Breukelen:

Feit 1

primair: als bestuurder van een bedrijfsauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt door, terwijl hij onder invloed was van amfetamine, cannabis en GHB, op een kruising rechtsaf te slaan en geen voorrang te verlenen aan een fietser die naast hem reed, waardoor hij in botsing kwam met deze fietser en waardoor de fietser, [slachtoffer] , (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen;

subsidiair: op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt;

Feit 2: onder invloed van amfetamine, THC en GHB een auto heeft bestuurd;

Feit 3: de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] letsel had opgelopen en in hulpeloze toestand werd achtergelaten.

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3. Bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte feit 1 primair, feit 2 en feit 3 heeft gepleegd.

Voor de mate van schuld van de verdachte aan het verkeersongeval (feit 1 primair) gaat de officier van justitie uit van aanmerkelijke schuld. Daarnaast vindt zij dat het letsel van [slachtoffer] (hierna: slachtoffer) moet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.2.

Oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 1 primair, feit 2 en feit 3

De rechtbank oordeelt dat feit 1 primair (schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW)), feit 2 (het rijden onder invloed van verdovende middelen) en feit 3 (het verlaten van de plaats van het ongeval) zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 (het verkeersongeval) en feit 2 (rijden onder invloed)

Vastgestelde feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 8 september 2025 heeft er in Breukelen op het kruispunt gevormd door de Karel Doormanweg en de Gijsbrecht van Nijenrodestraat een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een door de verdachte bestuurde bedrijfsauto en een fietser (het slachtoffer). De verdachte sloeg met zijn auto op de kruising rechtsaf in de richting van de Griftenstein. Het slachtoffer die op dezelfde weg en in dezelfde richting rechts naast/achter de auto van de verdachte fietste, wilde bij de kruising rechtdoor rijden. Zij had daarbij op grond van de verkeersregels voorrang op de rechtsaf slaande verdachte (artikel 18 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990). De verdachte verleende echter geen voorrang, waardoor er een botsing plaatsvond. Als gevolg van deze botsing heeft het slachtoffer letsel opgelopen.

Na het ongeval kwam de politie ter plaatse en heeft de verdachte meegewerkt aan een bloedonderzoek. Uit dit onderzoek bleek dat de verdachte een hoeveelheid van 34 microgram amfetamine, 2,3 microgram THC, en 44 milligram GHB per liter in zijn bloed had, daar waar de grenswaarden bij combinatiegebruik respectievelijk 25 microgram amfetamine, 1,0 microgram THC en 5 milligram GHB per liter bloed zijn.

Juridisch kader

De verdachte wordt er onder feit 1 primair van beschuldigd dat hij artikel 6 WVW heeft overtreden, doordat hij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor een ander ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen. Voor een bewezenverklaring van deze schuld, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht.

Van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij zijn gedrag afstemt op (onder meer) andere, voor hem waarneembare of te verwachten verkeersdeelnemers aan wie hij voorrang moet verlenen of met wie hij anderszins in zijn rijgedrag rekening moet houden. De omstandigheden van het geval – waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend – kunnen zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.

Beoordeling

Bij de beoordeling van de (mate van) schuld die de verdachte aan het verkeersongeval heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden.

De verdachte is op de kruising rechtsaf geslagen en heeft geen voorrang verleend aan het rechtdoorgaand verkeer (in dit geval aan het slachtoffer), terwijl hij dat wel had moeten doen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte het slachtoffer op enig moment in zijn spiegels heeft gezien toen hij de kruising naderde en voordat hij rechtsaf sloeg. De verdachte heeft namelijk bij de politie verklaard dat hij het slachtoffer in zijn spiegel zag. De verdachte moest op dat moment dus rekening houden met de mogelijkheid dat het slachtoffer rechtdoor zou fietsen om de kruising over te steken en dat hij haar dus voorrang zou moeten verlenen voordat hij rechtsaf zou slaan. Dit heeft er echter niet toe geleid dat de verdachte zijn rijgedrag heeft aangepast. De verdachte heeft verklaard dat hij ‘dacht dat hij het wel zou halen’ en is zonder te stoppen rechtsaf geslagen zonder daarbij goed te (blijven) kijken waar het slachtoffer zich op dat moment precies bevond en zonder zich ervan te (blijven) vergewissen dat hij zonder het slachtoffer in gevaar te brengen de bocht kon nemen.

Daar komt bij dat de verdachte een (te) grote hoeveelheid drugs in zijn bloed had, namelijk amfetamine, THC en meer dan acht keer de toegestane hoeveelheid GHB. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs de rijvaardigheid en het inschattings- en reactievermogen negatief beïnvloedt. De verklaring van de verdachte bij de politie – kort gezegd inhoudende dat hij na het ongeval naar een vriendin is gegaan en daar pas de amfetamine en GHB zou hebben gebruikt – vindt de rechtbank niet aannemelijk. Naast dat er sprake is van een kort tijdsverloop tussen het moment van het ongeval en de bloedafname, heeft de desbetreffende vriendin namelijk verklaard dat de verdachte na het ongeval weliswaar bij haar is geweest om zijn hond op te halen maar dat zij met hem heeft afgesproken dat hij geen drugs in haar huis mag gebruiken. De verdachte zou die dag voortdurend in haar zicht zijn geweest en is ook niet naar het toilet – en dus uit haar zicht – geweest. Daarna zou hij weer terug zijn gegaan naar de plaats van het ongeval. Gelet op deze omstandigheden vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat de verdachte pas na het ongeval de drugs heeft gebruikt.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met het (hiervoor beschreven) verkeersgedrag tekortgeschoten is ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in deze situatie mag worden verwacht. De verdachte had anders kunnen en moeten handelen dan hij heeft gedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van zeer onvoorzichtig rijgedrag (ernstige schuld). Om vast te kunnen stellen dat daarvan sprake is, is namelijk meer nodig dan wat er in deze zaak bewezen kan worden. Naast de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, is niet van andere verwijtbare verkeersgedragingen gebleken. De rechtbank zal de verdachte daarom gedeeltelijk vrijspreken van de zwaardere ten laste gelegde schuldgradatie van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

De rechtbank kwalificeert het verkeersgedrag van de verdachte – net als de officier van justitie – daarom als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en daarmee is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Zwaar lichamelijk letsel

Uit de medische informatie en de verklaring van het slachtoffer volgt dat het slachtoffer als gevolg van het ongeval breuken in haar elleboog, knie en voet en daarnaast een gekneusde borstkas en gekneusde wervelkolom heeft opgelopen. Hiervoor is zij een week opgenomen geweest in het ziekenhuis en was operatief ingrijpen nodig aan haar elleboog. Na de ziekenhuisopname is het slachtoffer voor in ieder geval vier weken naar een revalidatiecentrum gegaan en heeft zij te horen gekregen dat zij haar arm nooit meer voor 100 procent zal kunnen gebruiken.

Vanwege de aard van het letsel, de noodzaak van medisch ingrijpen, de lange duur van het herstel en het feit dat er geen uitzicht is op volledig herstel, kwalificeert de rechtbank het letsel van het slachtoffer als zwaar lichamelijk letsel.

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen vindt dat de verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden, dat hij aanmerkelijke schuld heeft aan het ontstaan van het verkeersongeval en dat het slachtoffer door de verkeersovertredingen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 1 primair.

Daarnaast vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte onder invloed van de in de tenlastelegging vermelde hoeveelheden verdovende middelen heeft gereden en komt daarmee ook tot een bewezenverklaring van feit 2.

Ten aanzien van feit 3 (verlaten plaats ongeval)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte vlak na het ongeval weg is gegaan naar een vriendin. Hij heeft de plaats van het ongeval dus verlaten. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het slachtoffer tegen zijn auto was aangereden en was gevallen. De verdachte wist dus dat er een aanrijding had plaatsgevonden en uit de getuigenverklaring van getuige [getuige] blijkt dat verdachte ook wist dat het slachtoffer letsel had opgelopen. Zoals hiervoor overwogen, heeft het slachtoffer daadwerkelijk zwaar lichamelijk letsel overgehouden aan het ongeval. Doordat de verdachte zich niet meteen om het slachtoffer bekommerde maar weg is gegaan, heeft de verdachte het slachtoffer in hulpeloze toestand achtergelaten. Dat er een omstander aanwezig was en dat de verdachte uiteindelijk ook weer terug is gekomen doet hier niet aan af.

De rechtbank vindt dus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de plaats van het ongeval heeft verlaten terwijl hij wist dat het slachtoffer letsel had opgelopen en haar daarmee in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

Feit 1 primair:

op 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de Karel Doormanweg en de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,

- na voorafgaand gebruik van amfetamine en cannabis en GHB en

- bij de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat rechtsaf te slaan in de richting van de Griftenstein en

- zich er daarbij niet voldoende van te vergewissen en te blijven vergewissen dat de weg/kruising vrij was van enig kruisend verkeer en

- in strijd met artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 een bestuurster van een fiets, te weten [slachtoffer] , die zich rechts naast hem, verdachte, bevond geen voorrang te verlenen, waarna hij, verdachte, vervolgens in aanrijding en/of botsing is gekomen met voornoemde [slachtoffer] , waardoor een ander, te weten [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een elleboogfractuur en een kniefractuur en een gekneusde borstkas en een gekneusde wervelkolom en een fractuur in de voet, werd toegebracht terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Feit 2:

op 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, een voertuig, te weten een bedrijfsauto, heeft bestuurd na gebruik van meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen alsbedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en cannabis en GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 34 microgram per liter amfetamine en 2,3 microgram per liter THC en 44 milligram per liter GHB bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

Feit 3:

op 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Karel Doormanweg en de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat, de plaats van dat ongeval heeft verlaten, terwijl

- bij dat ongeval, naar hij (verdachte) wist, aan

een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel was toegebracht en

- daardoor, naar hij (verdachte) wist, een ander (te weten [slachtoffer] ) aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

De eendaadse samenloop van

Feit 1 primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid van deze wet

en

Feit 2: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Feit 3: overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a en c van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5. Straf

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:

een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan een gedeelte van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van twee jaar.

Oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

De verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsauto een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte sloeg op een kruising rechtsaf zonder voorrang te verlenen aan een fietser die naast/achter de auto van de verdachte fietste en bij de kruising rechtdoor wilde rijden. De verdachte had de fietser wel in zijn spiegels gezien. Doordat de verdachte geen voorrang heeft verleend, heeft een botsing plaatsgevonden, waardoor de fietser zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft meerdere breuken en kneuzingen opgelopen, onder andere aan haar elleboog, knie, borstkas en wervelkolom. Zij is voor langere tijd opgenomen geweest in het ziekenhuis en het revalidatiecentrum.

Daarnaast was de verdachte onder invloed van amfetamine, THC en van meer dan acht keer de toegestane hoeveelheid GHB.

Ondanks dat de verdachte gemerkt had dat er een botsing was geweest en had gezien dat het slachtoffer was gevallen, is hij na het ongeval weggegaan zonder zich om het slachtoffer te bekommeren. Hiermee heeft de verdachte laten zien dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. De verdachte is daarnaast ook niet op de zitting verschenen om zijn kant van het verhaal te vertellen en inzicht te geven in zijn beweegredenen. De rechtbank vraagt zich daarmee af of de verdachte bewust is van de ernst van zijn gedragingen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 12 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. De rechtbank weegt het strafblad daarom niet in strafverzwarende zin mee. Uit het strafblad volgt wel dat de verdachte zowel vóór als (twee keer) na dit ongeval met politie en justitie in aanraking is gekomen vanwege een verdenking van rijden onder invloed van drugs. De rechtbank vindt het zorgelijk dat de verdachte in relatief korte tijd meerdere malen met politie en justitie in aanraking is gekomen vanwege een soortgelijke verdenking.

De reclassering heeft geen reclasseringsadvies op kunnen stellen. Uit het retourverslag van 1 mei 2026 blijkt dat de reclassering meerdere malen heeft geprobeerd om in contact te komen met de verdachte, maar dat dit niet is gelukt. Zij hebben niets van de verdachte vernomen. De reclassering heeft daarom niet kunnen vaststellen of er bij de verdachte sprake is van problematiek op leefgebieden en zo ja, welke problematiek.

Strafkader

Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Er is geen oriëntatiepunt dat ziet op het onder invloed van drugs veroorzaken van een ongeval, maar wel voor het onder invloed van alcohol veroorzaken van een ongeval. De rechtbank ziet aanleiding om in dit geval aan te sluiten bij het oriëntatiepunt voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van een aanmerkelijke mate van schuld, waarbij de verdachte onder invloed van alcohol (> 570 ug/l) verkeerde en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De oriëntatiepunten nemen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 2 jaar als uitgangspunt. Daarbij is van belang de grote hoeveelheid drugs die de verdachte heeft gebruikt, te weten meer dan acht keer de toegestane hoeveelheid GHB in combinatie met cannabis en amfetamine. Door het combinatiegebruik van verdovende middelen wordt de kans op een verkeersongeval vergroot ten opzichte van het gebruik van één enkel middel.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst en de omstandigheden van de gepleegde feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank ziet echter aanleiding om hiervan in het voordeel van de verdachte af te wijken, omdat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Gelet hierop legt de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf op van een maand, geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 160 uur. Verder zal de rechtbank, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, aan de verdachte een onvoorwaardelijke rijontzegging opleggen voor de duur van 2 jaar.

6. Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

7. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van één (1) maand;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaar vast;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 160 uur;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 80 dagen hechtenis;

- ontzegt de verdachte ter zake van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.L. Veendrick, voorzitter, mr. L.M. Reijnierse en mr. S.E. van den Brink rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij, op of omstreeks 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmede rijdende over de weg, de Karel Doormanweg en/of de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- na voorafgaand gebruik van amfetamine en/of cannabis en/of GHB en/of

- bij de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat rechtsaf te slaan (in de richting van de Griftenstein) en/of

- zich er daarbij niet voldoende van te vergewissen en/of is blijven vergewissen dat de weg/kruising vrij was van enig kruisend verkeer en/of

- in strijd met artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 een bestuurster van een fiets, te weten [slachtoffer] , die zich rechts naast hem, verdachte, bevond geen voorrang te verlenen, waarna hij, verdachte vervolgens in aanrijding en/of botsing is gekomen met voornoemde [slachtoffer] ,

waardoor een ander, te weten [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een elleboogfractuur en/of een kniefractuur en/of een gekneusde borstkas en/of een gekneusde wervelkolom en/of een fractuur in de voet, werd toegebracht en/of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstond, terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de Karel Doormanweg en/of de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat,

- na voorafgaand gebruik van amfetamine en/of cannabis en/of GHB en/of

- bij de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat rechtsaf is geslagen (in de richting van de Griftenstein) en/of

- zich er daarbij niet voldoende van heeft vergewist en/of is blijven vergewissen dat de weg/kruising vrij was van enig kruisend verkeer en/of

- in strijd met artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990 een bestuurster van een fiets, te weten [slachtoffer] , die zich rechts naast hem, verdachte, bevond geen voorrang heeft verleend, waarna hij, verdachte vervolgens in aanrijding en/of botsing is gekomen met voornoemde [slachtoffer] , door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2

hij, op of omstreeks 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, een voertuig, te weten een bedrijfsauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen, na gebruik van een of meer in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten amfetamine en/of cannabis en/of GHB, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stoffen vermelde meetbare stoffen 34 microgram per liter amfetamine en/of 2,3 microgram per liter THC en/of 44 milligram per liter GHB bedroeg, in elk geval (telkens) zijnde hoger dan de in artikel 3 van het genoemd Besluit, bij die stoffen afzonderlijk vermelde grenswaarde;

3

hij, op of omstreeks 8 september 2025, te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), betrokken bij en/of door wiens gedraging een verkeersongeval is veroorzaakt op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Karel Doormanweg en/of de kruising van de Karel Doormanweg met de Gijsbrecht van Nijenrodestraat, de plaats van dat ongeval heeft verlaten, terwijl

- bij dat ongeval, naar hij (verdachte) wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer] ) letsel en/of schade was toegebracht en/of

- daardoor, naar hij (verdachte) wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [slachtoffer] ) aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;

Bijlage II: Bewijsmiddelen

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

Een proces-verbaal van aanrijding misdrijf, voor zover inhoudende:

Locatie ongeval

Datum: 8 september 2025

Plaats: Breukelen, gemeente Stichtse Vecht

Karel Doormanweg op de kruising met Gijsbrecht van Nijenrodestraat.

Betrokken partijen:

- bedrijfsauto, bestuurder [verdachte] .

- fiets, bestuurder [slachtoffer] .

Een proces-verbaal van FO verkeer, voor zover inhoudende:

Op 8 september 2025 had er een verkeersongeval plaatsgevonden op het kruispunt gevormd door de Karel Doormanweg en de Gijsbrecht van Nijenrodestraat te Breukelen.

De bestuurder van de bedrijfsauto reed op de Karel Doormanweg en sloeg op het kruispunt af naar rechts in de richting van de Griftenstein. De bestuurder van de bedrijfsauto heeft bij het naar rechts afslaan de bestuurster van de fiets die op dezelfde weg (dicht) achter hem bevond niet voor laten gaan.

Ingevolge artikel 18, lid 1 van het RW 1990 moeten bestuurders die afslaan het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechtsdicht achter hen bevindt, voor laten gaan.

Een proces-verbaal van het verhoor van de verdachte op 11 september 2025, voor zover inhoudende:

V: Wat kunt u verklaren over de aanrijding, 8 september 2025 op de Gijsbrecht v Nijenrodestraat in Breukelen?

A: Dat die vrouw tegen mij is aangereden. Wat ik kon zien is dat de vrouw wiebelde van schrik met haar stuur. Ik ben even weggegaan na de aanrijding.

V: U sloeg rechtsaf?A: Ja dat klopt.

V: Heeft u de fietser gezien toen u rechtsaf sloeg?A: Ik heb die mevrouw gezien in mijn spiegel.

Een proces-verbaal van rijden onder invloed, voor zover inhoudende:

Op 8 september 2025 kregen wij kennis van een verkeersongeval in Breukelen.

Verdachte: [verdachte] .

Op 8 september heeft de verpleegkundige de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

Tevens heb ik het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TADF2672NL.

Een rapport ‘drugs in het verkeer’, voor zover inhoudende:

Te onderzoeken materiaal: TADF2672NL (bloed van [verdachte] ).

Tabel resultaten:

Een proces-verbaal van de verklaring van getuige [getuige] , voor zover inhoudende:

Die fietser wilde eigenlijk rechtdoor, de bus is rechtsaf geslagen.

Ik vond de reactie van de man raar. Mevrouw was redelijk emotioneel, had veel pijn en meneer vond zijn hond thuis belangrijker dan mevrouw. Wij zeiden van nee, er is een ongeluk gebeurd, dus je mag niet weg. Hij ging toch.

De geneeskundige verklaring van 8 september 2025, voor zover inhoudende:

Betreft: [slachtoffer]

Bovengenoemde patiënte zag ik 8-9-2025.

Conclusie:1. Olecranon fractuur links met grote gap2. Tibia plateau fractuur knie links3. Contusie thorax/thoracale wervelkolom4. pijn linker voet DD mogelijk kleine avulsiefractuur van de hallux DD contusie

Tav 1.

- Operatieindicatie

- OK-order: plaat.

Een proces-verbaal van de verklaring van slachtoffer [slachtoffer] op 15 oktober 2025, voor zover inhoudende:

Ik heb na de aanrijding een week in het ziekenhuis gelegen en daarna ben ik naar een revalidatiecentrum gegaan. Inmiddels ben ik daar al vier weken. Ik heb te horen gekregen dat ik mijn arm nooit meer voor 100 procent kan gebruiken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand