RECHTBANK GELDERLAND
[betrokkene] B.V.
de officier van justitie
uitspraak
Team strafrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 11720014 \ BR VERZ 25-968 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 262908518 / 0254F8
zitting van 18 augustus 2026
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
gevestigd te [vestigingsplaats]
betrokkene
gemachtigde M. de Grouw
tegen
Gronden voor de beslissing:
Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege 29 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. Bij beslissing van 11 juni 2024 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. Betrokkene had tot en met 23 juli 2024 de gelegenheid tegen deze beslissing een beroepschrift in te dienen.
Het beroepschrift van 27 augustus 2024 is blijkens het op de bijlage geplaatste ontvangststempel op 29 augustus 2024 bij het Parket CVOM te Utrecht ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkheid op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De reden waarom het beroep te laat is ingesteld, is de volgende. Binnen het bedrijf worden dit soort zaken afgehandeld door een administratief medewerkster die met enige regelmaat afwezig is wegens ziekte. Normaliter blijft dat beperkt, maar in de bewuste periode was zij langere tijd afwezig zodat de beschikking van het CVOM langer onaangeroerd is blijven liggen waardoor de beroepstermijn ongebruikt is verstreken.
Hoewel de kantonrechter begrip kan opbrengen voor de lastige situatie als medewerkers uitvallen door ziekte, leidt dit niet tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Betrokkene is blijkend informatie van de gemachtigde ter zitting een relatief grote onderneming met tientallen vrachtwagens en enkele honderden medewerkers, waarvan ook tientallen met administratieve taken. Als bekend is dat uitgerekend een administratieve medewerker die belast is met de afhandeling van correspondentie inzake juridische procedures regelmatig afwezig is wegens ziekte, is het aan de werkgever om hiervoor maatregelen te treffen zodat de betreffende post wel adequaat wordt afgehandeld.
Betrokkene heeft dat niet gedaan en daarom is de termijnoverschrijding haar aan te rekenen.
Feiten of omstandigheden op grond waarvan het overschrijden van de beroepstermijn verschoonbaar was zijn niet aannemelijk geworden.
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.