RECHTBANK GELDERLAND
[betrokkene]
de officier van justitie
proces-verbaal/uitspraak
Team strafrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 11502971 \ BR VERZ 25-109 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 263473292 / 018Y43
zitting van 18 augustus 2026
proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
wonende te [adres] [woonplaats]
betrokkene
gemachtigde M. Lagas
tegen
De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, bijgestaan door H.H. Roelofs als griffier.
Verschenen zijn:
[persoon 1] , gemachtigde
[persoon 2] , medewerker van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), als vertegenwoordiger van de officier van justitie, hierna te noemen de officier van justitie
Gemachtigde voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
De gedraging wordt niet ontkend. De omstandigheden van het geval rechtvaardigen een matiging. De bestuurster was vanwege een nachtdienst vermoeid. Toen ze de fout ontdekte is ze achteruit gereden om de fout te herstellen. Ook is de redelijke termijn van berechting overschreden.
De officier van justitie voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan.
Dat de bestuurster door rood is gereden is niet goed te praten. Het herstellen door achteruit te rijden is nog gevaarlijker. Andere weggebruikers verwachten dat niet. De gedraging kan worden vastgesteld. Daarnaast is de redelijke termijn van berechting overschreden. Ik vraag daarom gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en matiging van het sanctiebedrag. De proceskosten voor de kantonfase kunnen worden toegewezen.
Gronden voor de beslissing:
Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht dat op rood staat.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Gelet op de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht en hetgeen betrokkene heeft aangevoerd is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Vervolgens dient de kantonrechter te beoordelen of er redenen zijn om het bedrag van de sanctie te matigen of kwijt te schelden.
Betrokkene heeft weliswaar de stopstreep voor het verkeerslicht met rood licht overschreden, maar heeft die fout meteen onderkend en gecorrigeerd door achteruit te rijden. Uit het dossier blijkt niet dat dit als zodanig gevaar heeft opgeleverd. Een en ander gebeurde op 1 januari 2024 om 07.20 uur en het is niet aannemelijk dat er toen erg veel verkeer op de weg was. Bovendien ziet de opgelegde bekeuring niet hierop.
De reden waarom het negeren van een rood verkeerslicht wordt bestraft is het gevaar dat uitgaat van het oversteken van een kruising, verkeersplein etc waar kruisend verkeer te verwachten is. Dat is precies wat betrokkene niet heeft gedaan door een stukje achteruit te rijden en achter de stopstreep alsnog te wachten op groen licht.
De kantonrechter ziet daarin aanleiding voor matiging van het sanctiebedrag tot
€ 180.
Gelet op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2023:6369) ziet de kantonrechter aanleiding om het bedrag van de administratieve sanctie verder te matigen met 25 procent, wegens het overschrijden van de redelijke termijn van berechting.
De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan (de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Wahv juncto artikel 7:28, tweede lid, van de Awb zodat de in administratief beroep gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Aan het indienen van het beroep bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in toaal 2 procespunten te worden toegekend. De waarde per punt bij de kantonrechter bedraagt € 934. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 toegepast. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in de procedure bij de kantonrechter gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. De officier van justitie zal derhalve worden veroordeeld in de kosten tot een bedrag van € 233,50 (2 x € 934 x 0,5 x 0,25).
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
-verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing;
-verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
-wijzigt de beschikking, in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot € 140;
-verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
-bepaalt dat wat betrokkene teveel aan zekerheid heeft gesteld, door de officier van justitie wordt gerestitueerd;
-veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 233,50.