ECLI:NL:RBDHA:2026:27654

ECLI:NL:RBDHA:2026:27654

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer SGR 24/9284
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

WOO - gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van [4 september 2026] in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

Het bestuur van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), verweerder

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/9284 Woo

en

(gemachtigden: mr. W.E. Pors en [gemachtigde]).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 23 mei 2023 een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser heeft verzocht om openbaarmaking van de geluidsopnamen van de ledenraadsvergaderingen van de KNB.

Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 12 juni 2023 afgewezen. Met het besluit van 19 oktober 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.

Eiser heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van 13 november 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:15778) is het beroep gegrond verklaard en heeft de rechtbank verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Bij bestreden besluit van 30 oktober 2024 heeft verweerder opnieuw op het bezwaar beslist. Vervolgens heeft verweerder op 31 oktober 2024 een transcript van de vergadering van 17 mei 2023 gestuurd en op 2 november 2024 nog vier transcripten gestuurd.

Eiser heeft op 25 november 2024 beroep ingesteld. Verweerder heeft op 27 november 2024 nog een transcript gestuurd en op 3 januari 2026 een verweerschrift uitgebracht.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

2. Eiser verzoekt om openbaarmaking van de geluidsopnamen van de ledenraadsvergaderingen van de KNB van na 23 maart 2022. Uit de uitspraak van 13 november 2024 blijkt dat eiser akkoord gaat met transcripten van de vergaderingen. De KNB heeft bij bestreden besluit van 30 oktober 2024 een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser genomen, het bezwaar gegrond verklaard en transcripten van openbare vergaderingen vrijgegeven. Voor zover er fragmenten en gedeeltes zijn weggelaten, heeft verweerder dit gemotiveerd op het derde tabblad van het bestand.

Wat vindt eiser?

3. Zoals ter zitting besproken voert eiser, kort samengevat, het volgende aan. Verweerder heeft de weggelaten gedeeltes van het transcript van de vergadering van 17 mei 2023 ten onrechte niet gemotiveerd. Daarnaast wijst eiser erop dat de vergadering openbaar was. Verweerder kan niet achteraf alsnog gedeeltes van de openbare vergadering weglaten. Als onderwerpen ten onrechte in de openbare vergadering zijn besproken, komt dat voor rekening en risico van verweerder. Eiser verzoekt om het ongeredigeerde transcript van de vergadering van 17 mei 2023. Specifiek verwijst eiser naar het derde weggelaten fragment, van regel 1196 tot en met regel 1681 van dat transcript.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank stelt vast dat het transcript van de vergadering van 17 mei 2023 als enige transcript geen tabblad met motiveringen van de ontbrekende fragmenten bevat. Dat betekent dat aan het besluit een motiveringsgebrek kleeft. Dat, zoals verweerder ter zitting heeft opgemerkt deze vergadering als eerste is uitgewerkt, maakt het gebrek niet anders.

Eiser betoogt over het derde weggelaten fragment, van regel 1196 tot en met 1681, dat dit gedeelte van de vergadering van 17 mei 2023 besloten was verklaard en dat hier is gesproken over pensioen. Verweerder heeft in zijn verweerschrift ter motivering naar voren gebracht dat -naar de rechtbank begrijpt- dit deel van de vergadering besloten is verklaard omdat daarin is gesproken over onderhandelingen met het pensioenfonds. Hiervoor geldt volgens verweerder een wettelijke geheimhoudingsplicht. Verweerder beroept zich op artikel 204 Pensioenwet. Volgens verweerder kan in een Woo-procedure ook niet worden getoetst of een deel van de vergadering terecht besloten is verklaard. Met betrekking tot dit fragment overweegt de rechtbank het volgende.

Met partijen gaat de rechtbank er vanuit dat het fragment van regel 1196 tot en met 1681 gaat over een besloten deel van de vergadering waarin is gesproken over pensioenen. Ingevolge de bijlage bij artikel 8.8 van de Woo zijn de artikelen 164, 185, 191 en 203 tot en met 208 van de Pensioenwet uitgezonderd van artikel 4.1. van de Woo.

De rechtbank stelt voorop dat als de informatie die is gedeeld in het besloten deel van de vergadering valt onder deze uitzonderingsregels, die informatie niet openbaar kan worden gemaakt. Echter, de enkele omstandigheid dat over pensioenen is gesproken in een besloten deel van de vergadering betekent nog niet dat wat is besproken onder artikel 204 Pensioenwet valt en dus onder de geheimhoudingsplicht. Verweerder dient zijn standpunt nader te motiveren.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt vanwege strijd met het motiveringsbeginsel het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de weggelaten fragmenten van het transcript van de vergadering van 17 mei 2023. Dat betekent dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij hij moet motiveren waarom hij fragmenten uit dat transcript heeft weggelaten. Voor het overige laat de rechtbank het bestreden besluit in stand.

6. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, moet verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- vergoeden. Ook moet verweerder de reiskosten van eiser van € 55,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 30 oktober 2024 voor zover het betrekking heeft op het transcript van de vergadering van 17 mei 2023;

- bepaalt dat het bestreden besluit van 30 oktober 2024 voor het overige in stand blijft;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 242,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Paridon, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van Paridon

Griffier

  • mr. J.R. Froma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand