5RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.17505
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D.P.J. Grommen)
en
de minister van Asiel en Migratie , verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 30 maart 2026 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 februari 2024.
Op 25 augustus 2026 heeft verweerder meegedeeld dat verzoeker Nederland zelfstandig heeft verlaten, hetgeen blijkt uit informatie in de Basis Voorziening Vreemdelingen (hierna: BVV).
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu het beroep door verzoeker is ingetrokken omdat er, vanwege zijn vertrek uit Nederland, geen procesbelang meer is bij een verdere behandeling van zijn beroep en niet omdat verweerder zou zijn tegemoetgekomen aan verzoeker, wordt het verzoek als
kennelijk ongegrond afgewezen. Er bestaat geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Biyikli, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.