RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.46946
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. Klaver)
en
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2026 op zitting behandeld. De gemachtigden van partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
2. Eiser heeft op 27 mei 2026 een asielaanvraag ingediend. Op 8 september 2026 heeft verweerder een schermafbeelding in het digitale dossier gezet, waaruit volgt dat eiser vanaf 25 augustus 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 10 september 2026 de gemachtigde van eiser verzocht kenbaar te maken of hij nog recent contact heeft gehad met eiser en wanneer het laatste contactmoment tussen eiser en gemachtigde heeft plaatsgevonden. Bij bericht van 14 september 2026 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij eiser sinds 4 september 2026 niet heeft kunnen bereiken en niet op de zitting van 16 september 2026 aanwezig zal zijn. De rechtbank concludeert dat uit de informatie van gemachtigde van eiser niet blijkt dat er contact wordt onderhouden met eiser over de procedure.
3. Gelet op het vorenstaande alsmede het feit dat eiser ook niet op de zitting is verschenen, neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en het proces-verbaal van de uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.