RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.36463
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
Procesverloop
Eiseres heeft op 1 juli 2026 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.
Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak buiten zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres nog belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar zij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk verzochte internationale bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met haar gemachtigde onderhoudt.
3. Verweerder heeft de rechtbank op 6 september 2026 bericht dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Naar aanleiding van het bericht van verweerder heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres verzocht om binnen vijf werkdagen kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiseres en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiseres heeft niet op dit bericht gereageerd.
4. Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat eiseres niet langer prijs stelt op de aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiseres heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.