ECLI:NL:RBDHA:2026:27513

ECLI:NL:RBDHA:2026:27513

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer NL26.42450
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Regulier, intrekking verblijfsrecht, beroep niet tijdig ingediend, kennelijk niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.42450

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),

en

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het intrekken van zijn verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank stelt voorop dat zij ambtshalve dient te beoordelen of het beroepschrift ontvankelijk is.

2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van vier weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. De bekendmaking van een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Het ontvangen van het besluit is niet relevant voor de vraag of het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

3. Niet betwist is dat het bestreden besluit van 25 juni 2026 naar het juiste adres is verzonden van zowel eiser als zijn gemachtigde. Gelet op de hiervoor aangehaalde artikelen van de Awb is het besluit aldus op een juiste wijze bekend gemaakt en heeft de termijn van vier weken voor het indienen van het beroep een aanvang genomen op 26 juni 2026. Dat betekent dat de beroepstermijn op 24 juli 2026 eindigde. Het (pro forma) beroep is door eiser ingediend op 28 juli 2026. Dat maakt dat het beroep te laat is ingediend.

4. In de gronden van 25 augustus 2026 heeft eiser erkend dat hij te laat beroep heeft ingesteld. Eiser vermeldt dat het bestreden besluit per gewone post is ontvangen en niet per aangetekende verzending. Deze wijze van verzending is minder betrouwbaar. De gemachtigde van eiser heeft het besluit op 1 juli 2026 ontvangen, dit blijkt uit de poststempel van de secretariële ondersteuning van zijn kantoor.

5. Naar het oordeel van de rechtbank kan hetgeen eiser aanvoert over het ontvangst van de beschikking op bezwaar per post niet tot de conclusie leiden dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is. De door eiser genoemde omstandigheid dat hij pas op 1 juli 2026 over het besluit beschikte is onvoldoende. Niet is gebleken dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt doordat eiser binnen de beroepstermijn geen kennis heeft genomen van het besluit. Verder is niet gebleken dat eiser het beroep niet binnen de beroepstermijn had kunnen indienen, eiser was immers naar eigen zeggen op 1 juli 2026 bekend met de inhoud van het besluit.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 16 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. A.S.J.I. Hendrickx

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand