[verzoeker] , v-nummer: [x] , verzoeker
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank op 2 november 2025 meegedeeld dat hij zich verzet tegen toewijzing van het verzoek.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
4. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten, omdat de minister niet tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. De minister heeft immers niet alsnog beslist op verzoekers asielaanvraag. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken nadat de minister de rechtbank op 1 oktober 2025 had meegedeeld dat verzoeker op 4 september 2025 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vrijwillig naar Koeweit is vertrokken. Daarmee is het procesbelang van verzoeker bij het beroep komen te vervallen. Het beroep zou daarom niet-ontvankelijk zijn verklaard.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.