RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] , v-nummer: [x] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.23233 en NL26.23234
[eiser 2] , v-nummer: [x] , eiseres (gezamenlijk: eisers)
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en
(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvragen van eisers. Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Sierra Leone. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben aanvragen om verlening van verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 22 april 2026 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, hun gemachtigde en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
3. Op deze zaken is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.
Het asielrelaas
4. Eisers hebben de Sierra Leoonse nationaliteit. Zij leggen aan hun asielaanvragen het volgende ten grondslag. Eisers zijn ’s nachts thuis overvallen. Eiser is toen in gevecht geraakt met een van de overvallers, waarna hij het mes van de overvaller afpakte en hem in zijn schouder stak. Eiser heeft zijn zoon naar zijn oma gebracht. Daarna zijn eisers met hun twee andere kinderen gevlucht.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eisers bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de overval op de woning van eisers.
De minister stelt zich op het standpunt dat beide asielmotieven geloofwaardig zijn. De minister heeft vervolgens beoordeeld of deze asielmotieven reden geven om aan eisers een asielvergunning te verlenen. Dat is volgens de minister niet het geval. De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen ongegrond zijn.
Hebben eisers hun vrees voor ernstige schade bij terugkeer aannemelijk gemaakt?
6. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt een reëel risico op ernstige schade te lopen bij terugkeer naar Sierra Leone. De minister heeft het asielrelaas van eisers integraal geloofwaardig geacht. Hij erkent dus dat eiser één van de twee daders neergestoken heeft en dat het onbekend is of hij dit overleefd heeft. Dat de overvallers en/of hun nabestaanden dit zonder gevolgen zullen laten is niet waarschijnlijk. De minister doet dus een aanname, die niet objectief onderbouwd is. De minister herhaalt dat eisers hun vrees baseren op een gevoel, maar dit doet geen recht aan het volledige relaas zoals dit door eiser is verteld en door de minister geloofwaardig is geacht. De overvallers weten exact wie eiser is, dan wel waar hij woont. Daarom is hij bij terugkeer zijn leven niet zeker. De minister heeft dit miskend.
De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers er niet in zijn geslaagd om aannemelijk te maken dat zij een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer. Eisers hebben namelijk eenmaal te maken gehad met een overval en hebben geen concrete aanwijzingen naar voren gebracht dat de overvallers nog naar hen op zoek zouden zijn. Eiser heeft in zijn nader gehoor verklaard een gevoel te hebben dat dit het geval is, maar de rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat enkel een gevoel onvoldoende is. Evenmin is de enkele stelling van eisers dat de overvallers dan wel hun nabestaanden het niet erbij zullen laten zitten, onvoldoende. De minister heeft er ook terecht op gewezen dat niet bekend is of de overvallers wel weten wie eiser is. Eiser heeft weliswaar verklaard dat de overvallers hem kenden, maar hij heeft geen concrete redenen naar voren gebracht waarom hij dat denkt, terwijl hij in ieder geval duidelijk heeft verklaard dat de overvallers zijn naam niet hebben genoemd tijdens de overval. De stelling van eisers dat de overvallers precies zouden weten wie eiser is wordt daarom niet gevolgd. Evenmin wordt de gemachtigde van eisers gevolgd in zijn betoog tijdens de zitting dat, nu de minister hun asielrelaas integraal geloofwaardig vindt, het onzorgvuldig is dat de verklaringen van eiser aan hen worden tegengeworpen. Eisers verklaringen worden namelijk niet aan hen tegengeworpen. Zoals uit het voorgaande blijkt, hebben eisers met die op zich geloofwaardige verklaringen onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade lopen.
Conclusie en gevolgen
7. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen als ongegrond.
De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.