RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
[cliënt] ,
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/711158 / FA RK 26-8514
Datum beschikking: 21 augustus 2026
Beschikking naar aanleiding van het op 18 augustus 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. S.M. Gaasbeek-Wielinga te Haarlem.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Haarlem van 17 augustus 2026;
- de op 17 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, A.A. Schram, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Wegens een uitbraak van het Norovirus op de afdeling van cliënt was bezoek aan de instelling niet verantwoord, daarom heeft de zitting digitaal plaatsgevonden. De volgende personen zijn via beeld- en geluidverbinding gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de specialist ouderengeneeskunde, [naam 1] ;
- [naam 2] , de verpleegkundige;
- de broer van cliënt.
Standpunten ter zitting
Cliënt heeft naar voren gebracht dat zij een plek voor zichzelf wil.
De advocaat heeft zich namens betrokkene gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het is goed dat de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgegeven. Cliënt begrijpt meer dan wat zij momenteel tot uiting kan brengen.
De specialist ouderengeneeskunde heeft naar voren gebracht dat cliënt in de [instelling] was opgenomen voor revalidatie maar dat de situatie daar onhoudbaar was door de verwardheid van cliënt. Vervolgens is cliënt naar de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis overgeplaatst, maar dit was geen passende plek met het oog op de benodigde zorg. Op de scans wordt op meerdere plekken schade aan de hersenen van cliënt gezien. Er is een vermoeden van vasculaire dementie. Op dit moment is cliënt zo kwetsbaar en cognitief aangedaan dat zij niet voor zichzelf kan zorgen en er moet tijd worden genomen om te kijken welke schade overblijft.
De broer van cliënt heeft naar voren gebracht dat de huidige plek passend is voor cliënt.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een vasculaire ziekte, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
In juli 2026 is bij cliënt door de neurologie van het Spaarne Gasthuis een CVA (beroerte) vastgesteld van de linkerhersenhelft met hierbij spraakstoornissen. Het begrip van cliënt is hierbij volledig gestoord. Cliënt heeft afasie en apraxie, dat beeld staat erg op de voorgrond op de afdeling. Cliënt komt niet op woorden en zij weet op momenten niet waar zij is. Zij is niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Cliënt kan niet haar eigen eten klaarmaken. Zonder behandeling is het voor cliënt niet mogelijk te revalideren van de beroerte, wat zal leiden tot ernstig lichamelijk letsel. Er is mogelijk sprake van een bijkomende depressie, welke tot psychische schade kan leiden als deze onbehandeld blijft. Door de beroerte is er geen ziektebesef en -inzicht waardoor behandeling niet goed mogelijk is.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Tot voor kort was er sprake van fysiek en verbaal verzet. Op dit moment is er geen sprake van actief verzet bij cliënt. Cliënt spreekt over een eigen plek en weg willen maar er worden geen fysieke uitingen van verzet waargenomen. Cliënt heeft kalmerende medicatie en door de beduusdheid en apraxie is het op de huidige afdeling lastig om het verzet te duiden. De rechtbank kan niet uitsluiten dat in de komende zes weken geen sprake zal zijn van verzet.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. Rochat, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 augustus 2026.