Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 19 januari 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
hierna: verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Boorder.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de duomoeder],
hierna: de duomoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. mr. I.G.M. van Gorkum, advocaat te ’s-Gravenhage,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 maart 2026 van verzoekster, met bijlage;
- de instemmingsverklaring van de duomoeder;
- het verslag van de bijzondere curator van 31 maart 2026.
Verzoek en verweer
Het verzoekschrift strekt tot de vernietiging van de erkenning van de minderjarige door [de duomoeder], voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De bijzondere curator heeft zelfstandig verzocht om de erkenning van [minderjarige] door de duomoeder te vernietigen.
De duomoeder heeft een instemmingsverklaring overgelegd.
Feiten
- Verzoekster en de duomoeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Uit verzoekster is op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1] het minderjarige kind [minderjarige] geboren.
- De duomoeder heeft met toestemming van verzoekster [minderjarige] erkend. Hierbij is gekozen voor de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam]’.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2026 is mr. I.G.M. van Gorkum voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Beoordeling
Ontvankelijkheid
Ingevolge artikel 1:205a lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de door de moeder gedane erkenning, op de grond dat de moeder niet de biologische moeder van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 1:205a lid 1 sub c BW, zodat verzoekster niet kan worden ontvangen in haar verzoek. De bijzondere curator heeft namens de [minderjarige] zelfstandig verzocht tot vernietiging van de erkenning op grond van artikel 1:205a lid 1 sub a BW. Dit verzoek heeft zij tijdig ingediend. De rechtbank zal daarom de bijzondere curator ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Op het moment van de erkenning had verzoekster een relatie met de duomoeder. Haar intentie was om samen met de duomoeder een gezin te vormen. Verzoekster vond het daarbij een fijne gedachte dat de duomoeder voor [minderjarige] zou kunnen zorgen als verzoekster iets zou overkomen. Door de jaren heen verslechterde de relatie tussen verzoekster en duomoeder. Na een aangifte gedaan door verzoekster in 2025 is de relatie tussen partijen beëindigd. Verzoekster wenst daarom dat de erkenning door de duomoeder wordt vernietigd.
De bijzondere curator stelt zich op het standpunt dat vernietiging van de erkenning door de duomoeder in het belang van [minderjarige] is. De duomoeder is niet de biologische moeder van [minderjarige]. Daarnaast heeft de duomoeder al een jaar geen contact meer met [minderjarige]. [minderjarige] lijkt niets meer te verwachten te hebben van de duomoeder. De duomoeder heeft duidelijk aangegeven zich te kunnen vinden in een vernietiging van de erkenning. Dit heeft zij aangegeven bij de advocaat van de moeder, de bijzondere curator en middels de instemmingsverklaring bij de rechtbank. Volgens de bijzondere curator is daarmee aan de eisen van artikel 1:205a BW voldaan en kan de erkenning vernietigd worden.
De rechtbank overweegt als volgt. Met de bijzondere curator is de rechtbank van oordeel dat vernietiging van de erkenning door de duomoeder in het belang van [minderjarige] is. De duomoeder is niet de biologische moeder van [minderjarige] en voor de rechtbank is duidelijk geworden dat hij in zijn leven niets meer van de duomoeder te verwachten heeft. De duomoeder heeft met het verzoek ingestemd. De rechtbank zal het verzoek van de bijzondere curator namens [minderjarige] toewijzen.
Nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning door de duomoeder geacht nimmer gevolg te hebben gehad (artikel 1:206 lid 1 BW). Door de vernietiging van de erkenning staat [minderjarige] enkel in familierechtelijke betrekking tot de moeder en zal hij dan ook van rechtswege ingevolge artikel 1:5 lid 1 BW de geslachtsnaam van de moeder dragen.
Bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
De aard van de zaak verzet zich tegen het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van deze beschikking, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Proceskosten
In het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten als na te melden te compenseren.
Beslissing
De rechtbank:
*
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek;
*
vernietigt de erkenning door:
[de duomoeder], geboren op [geboortedatum 2] 1989 te [geboorteplaats 2],
van:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1],
geboren uit:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 3] 1994 te [geboorteplaats 1];
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.