Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/709980 / KG ZA 26-855
Vonnis in kort geding van 20 augustus 2026
in de zaak van
[de vader] te [woonplaats 1],
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. I. van Troost te Rotterdam.
tegen:
[de moeder] te [woonplaats 2],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. S. Imdahl te Zoetermeer.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met productie 1 tot en met 28;
- de conclusie van antwoord inhoudende een eis in reconventie met productie 1.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2026, waarbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2. De feiten in conventie en in reconventie
Op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad gedurende de periode oktober 2014 tot maart 2017.
Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats].
De vader en de moeder zijn bij beschikking van deze rechtbank van 23 augustus 2015 gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1]. Voorts zijn de vader en de moeder bij beschikking van 15 december 2018 gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2].
De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Bij de beschikking van deze rechtbank van 24 oktober 2019 is een zorgregeling vastgelegd.
3. Het geschil
in conventie
De vader vordert voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens dat– zakelijk weergegeven – :
aan hem vervangende toestemming wordt verleend voor een volledig diagnostisch onderzoek naar [minderjarige 1] bij een door de man aan te wijzen gecertificeerde instantie én aan hem vervangende toestemming wordt verleend voor alle informatie-uitwisseling die rondom dat het diagnostisch onderzoek nodig is tussen hulpverleningsinstanties (waaronder De opvoedpoli / iHub, de huisarts, en de betrokken onderwijsinstellingen;
aan hem vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven bij een voetbalvereniging met het bevel aan de moeder om mee te werken aan en uitvoering te geven aan deze sportdeelname (trainingen en wedstrijden) en haar te verbieden [minderjarige 1] eenzijdig af te melden voor deze deelname en daarbij te bepalen dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 250,- per dag(deel) voor ieder keer dat de moeder niet voldoet aan nakoming van deze bepalingen;
de vader de exclusieve beslissingsbevoegdheid toekomt om de schoolkeuze en het instroomniveau voor [minderjarige 1] te bepalen en de vader daarvoor vervangende toestemming te verlenen én te bepalen dat aan de vader vervangende toestemming wordt verleend om [minderjarige 1] in te schrijven op een school voor het voortgezet onderwijs, vmbo-basis of vmbo-kader.
Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan.
De vader maakt zich ernstige zorgen om [minderjarige 1] die volledig vastloopt op school. Volgens de vader loopt [minderjarige 1] continu tegen teleurstellingen aan en zijn verminderde concentratie uit zich tot ongewenst gedrag in de klas. De vader stelt dat het nodig is dat er onderzoek komt zodat [minderjarige 1] de hulpmiddelen kan krijgen die hij nodig heeft. De vader is anders bang dat [minderjarige 1] een laag schooladvies krijgt met een risico op uitval in het voortgezet onderwijs. Volgens de vader kan en wil de moeder het schoolniveau van [minderjarige 1] niet goed inschatten waardoor het de vader beter lijkt als hem de bevoegdheid toe te kennen om de schoolkeuze en het instroomniveau te bepalen.
Volgens de vader wil met name [minderjarige 1] graag op voetbal. De vader acht het van belang dat de kinderen voor de start van het seizoen bij de voetbalvereniging starten zodat zij direct aansluiting hebben bij het team en niets hoeven te missen.
De moeder voert verweer. De moeder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de
vader dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de vader althans zodanig te
beslissen als de voorzieningenrechter juist acht.
in reconventie
De moeder vordert, uitvoerbaar bij voorraad, de vader te veroordelen in de
proceskosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde
van gedaagde, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor
het geval de voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn
plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf
bedoelde termijn voor voldoening, alsmede de nakosten.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan.
De moeder stelt zich op het standpunt dat de vader deze procedure aanhangig heeft gemaakt terwijl een spoedeisend belang ontbreekt dan wel onvoldoende is onderbouwd. Daarnaast heeft de vader deze procedure gestart terwijl de moeder op vakantie was en daardoor binnen zeer korte termijn rechtsbijstand heeft moeten inschakelen om verweer te kunnen voeren. Dit is onredelijk volgens de moeder en daarom dient de vader te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
4. De beoordeling van het geschil
in conventie
Spoedeisendheid
Tussen de ouders is in geschil of de kinderen op een voetbalclub dienen te worden ingeschreven, of er diagnostisch onderzoek voor [minderjarige 1] nodig is en naar welke middelbare school [minderjarige 1] zou moeten gaan. Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van beide ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Deze geschillen kunnen bij verzoekschrift aan de familierechter worden voorgelegd (de zogenaamde 1:253a-procedure). Deze verzoeken worden in zijn algemeenheid binnen zes weken na indiening van het verzoek mondeling behandeld Procesreglement Gezag en Omgang artikel 5.2). De voorzieningenrechter is gebleken dat een verzoek op dit punt nog niet is ingesteld, maar de vader kan dat desgewenst alsnog doen.
Vooruitlopend op een procedure bij de familierechter, kan op grond van artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de voorzieningenrechter in kort geding in alle spoedeisende zaken een onmiddellijke voorziening bij voorraad geven als dit, gelet op de belangen van partijen, wordt vereist. De voorzieningenrechter kan in kort geding dan ook vervangende toestemming verlenen. Vereist is dan wel dat sprake is van een zodanig spoedeisend belang dat de uitkomst van de procedure bij de familierechter niet kan worden afgewacht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van een spoedeisend belang zoals hiervoor bedoeld geen sprake is. De 1:253a-procedure bij de familierechter is een procedure waarin op een aanvaardbare termijn een beslissing kan worden verkregen. Bovendien is deze procedure met veel waarborgen, onder meer ten aanzien van het belang van de kinderen, omgeven. Anders dan in een kortgedingprocedure, kan in deze procedures nader onderzoek plaatsvinden en is ook de Raad voor de Kinderbescherming als informant betrokken.
Met de vader is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering ten aanzien van het diagnostisch onderzoek een voldoende spoedeisend belang heeft. De ouders zijn een aantal maanden met de school in overleg geweest over een dergelijk onderzoek dat de school noodzakelijk acht. Het schooljaar start binnenkort en is van belang van de ontwikkeling van [minderjarige 1] dat dit onderzoek snel van start kan gaan. Op de zitting heeft de moeder aangegeven te kunnen instemmen met het diagnostisch onderzoek voor [minderjarige 1]. De voorzieningenrechter zal deze vordering van de vader toewijzen, ook omdat de voorzieningenrechter een dergelijk onderzoek in het belang van [minderjarige 1] acht.
De vader heeft daarentegen onvoldoende gesteld waarom hij voor de vorderingen ten aanzien van de aanmelding van voetbal en de bepaling van het instroomniveau en de inschrijving op middelbare scholen de procedure bij de familierechter niet kan benutten en afwachten. De enkele omstandigheid dat het voetbalseizoen binnenkort start en komend schooljaar keuzes voor een middelbare school moeten worden gemaakt is daartoe onvoldoende. Temeer omdat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de uitkomst van een dergelijke procedure in dit geval niet kan worden afgewacht.
Het voorgaande leidt ertoe dat die vorderingen van de vader wegens gebrek aan spoedeisendheid worden afgewezen. De overige vorderingen van de vader tot vervangende toestemming om de kinderen in te schrijven bij een voetbalvereniging en tot bepaling van het instroomniveau en inschrijving van [minderjarige 1] op een middelbare school, zal de voorzieningenrechter afwijzen.
in reconventie
Proceskosten
De voorzieningenrechter zal beslissen dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, omdat deze zaak een familierechtelijke kwestie betreft.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie
verleent toestemming aan de vader, die de toestemming van de moeder vervangt, om
een volledig diagnostisch onderzoek naar [minderjarige 1] in te stellen bij een door de vader aan te wijzen gecertificeerde instantie waarbij de vader alle informatie mag uitwisselen
tussen hulpverleningsinstanties (waaronder De opvoedpoli / iHub, de huisarts, en de
betrokken onderwijsinstelling die nodig is voor het diagnostisch onderzoek;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Boone en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.
RW