RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709714 / JE RK 26-1308
Datum uitspraak: 8 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
hierna tezamen te noemen: de ouders,
tezamen wonende in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam], namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij de vader en de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 13 september 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot de meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Aan het verzoek ligt het volgende, samengevat en zakelijk weergegeven, ten grondslag. De gecertificeerde instelling is sinds 2022 betrokken bij [minderjarige] wegens grote zorgen over haar sociaal-emotionele ontwikkeling en emotieregulatie. Deze zorgen zijn momenteel nog onverminderd aanwezig. [minderjarige] heeft een belast verleden en kampt met ernstige psychische problematiek. [minderjarige] heeft last van somberheidsklachten, faalangst, een laag zelfbeeld en negatieve stemmen in haar hoofd die haar aansporen tot suïcide. Wanneer [minderjarige] zich niet goed voelt kan zij handelen naar deze gedachten en is er een risico op wegloopgedrag. Ook is [minderjarige] bekend met automutilatie en heeft zij een euthanasiewens. Zij leeft al langere tijd in een isolement en heeft geen passende dagbesteding of intrinsieke motivatie voor het aangaan van hulpverlening. [minderjarige] gaat op dit moment wel wekelijks naar het [zorginstantie], omdat dit van haar ouders wordt verwacht. De problematiek van [minderjarige] vraagt veel van de ouders, zoals de constante nabijheid van een ouder. Ondanks dat de ouders beter zijn geworden in het inschatten van onveiligheid (zoals wegloop- en suïcidegedrag van [minderjarige]), blijft de situatie onvoorspelbaar en uitdagend. Om de veiligheid voor [minderjarige] en de overige gezinsleden te kunnen waarborgen, is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk. Tot de meerderjarigheid van [minderjarige] beoogt de jeugdbeschermer om nog in te zetten op hulpverlening die aansluit bij [minderjarige] haar interesses, zoals therapie met dieren. Daarnaast zullen achttienplus zaken geregeld moeten worden, waarbij [minderjarige] zo veel als mogelijk betrokken zal worden. Om de ouders en [minderjarige] de komende tijd te kunnen blijven ondersteunen en een gedegen overdracht naar de verlengde jeugdzorg te kunnen realiseren, is het noodzakelijk dat de betrokkenheid van de jeugdbeschermer tot de meerderjarigheid van [minderjarige] blijft.
4. De standpunten
De vader en de moeder stemmen in met het verzoek. De zorgen over [minderjarige] haar mentale en fysieke gezondheid blijven aanwezig. De ouders zijn blij dat zij hierbij worden ondersteund door een jeugdbeschermer, met wie zij een prettige samenwerking hebben. Deze samenwerking zetten de ouders graag voort, om zodoende samen belangrijke achttien plus zaken voor [minderjarige] te kunnen regelen en tot die tijd samen op trekken om passende hulpverlening voor [minderjarige] in te zetten.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is op dit moment nog sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige]. De gecertificeerde instelling heeft voldoende onderbouwd naar voren gebracht welke zorgen er op dit moment nog zijn over de ontwikkeling van [minderjarige]. De problematiek van [minderjarige] is omvangrijk en vraagt veel van haar omgeving. Haar opvoedvraag overstijgt momenteel nog de draagkracht van de ouders, waarmee de kinderrechter van oordeel is dat het noodzakelijk is dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. Zodoende kunnen zowel [minderjarige] als de ouders de komende maanden nog profiteren van de ondersteuning van de jeugdbeschermer en de inzet van de benodigde hulpverlening. Gelet op [minderjarige] haar leeftijd is het belangrijk dat er zorgvuldig wordt toegewerkt naar een gedegen overdracht naar de verlengde jeugdzorg. De kinderrechter ziet gelet op het voorgaande voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen zoals is verzocht.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot de meerderjarigheid.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot de meerderjarigheid, zijnde tot [datum] 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2026 door mr. M. de Kleine, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Gillot als griffier, en op schrift gesteld op 14 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.