ECLI:NL:RBDHA:2026:27340

ECLI:NL:RBDHA:2026:27340

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 19-09-2026
Zaaknummer C/09/709588 / KG ZA 26-837
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

kort geding - proceskostenveroordeling

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/709588 / KG ZA 26-837

Vonnis in kort geding van 19 augustus 2026

in de zaak van

[de man] te [woonplaats 1],

eiser,

advocaat mr. D.H. Stibbe te Amsterdam,

tegen:

[de vrouw] te [woonplaats 2],

gedaagde.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de brief van de zijde van de man van 3 augustus 2026;

- schriftelijke reactie van de vrouw;

- de op 5 augustus 2026 gehouden mondelinge behandeling.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. Ter zitting zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door zijn advocaat en K. Blom, een tolk;

- de vrouw, bijgestaan door P. van Nieuwenhuizen, een tolk.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2018 tot [datum 2] 2023. Zij zijn de ouders van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats]. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over beide kinderen.

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2025 is, voor zover hier van belang,:

aan de vrouw vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de man vervangt, om de kinderen bij de Belgische overheid te registreren teneinde Belgische paspoorten voor hen aan te vragen, met bepaling dat deze paspoorten in beheer bij de vrouw zullen zijn;

aan de vrouw vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de man vervangt, om voor [minderjarige 1] een nieuw Nederlands paspoort aan te vragen;

bepaald dat de vrouw de Nederlandse paspoorten van de kinderen aan de man dient af te geven en dat deze Nederlandse paspoorten in zijn beheer zullen blijven.

3. Het geschil

De man vordert, na intrekking van zijn overige vorderingen, de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde, met dien verstande dat, indien niet binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan, daarover tevens wettelijke rente verschuldigd zal zijn.

Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. Indien de vrouw de beschikking van 17 december 2025 tijdig had uitgevoerd, was deze procedure achterwege gebleven en zouden geen kosten zijn gemaakt. De vrouw heeft na het uitbrengen van de dagvaarding en nadat een datum voor de mondelinge behandeling was bepaald ervoor gekozen om de beschikking op alternatieve wijze alsnog uit te voeren.

De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Kort voorafgaand aan de mondelinge zitting is gebleken dat de vrouw heeft voldaan aan de beschikking van 17 december 2025, in die zin dat zij de man het paspoort van [minderjarige 2] per post heeft doen toekomen. Daarnaast heeft zij de man gemachtigd om zelf een Nederlands paspoort voor [minderjarige 1] aan te vragen bij de gemeente [plaats]. De man heeft gelet hierop al zijn vorderingen ingetrokken, behalve de vordering tot veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.

Hoewel het in familierechtelijke zaken als deze gebruikelijk is om de proceskosten te compenseren, zal de voorzieningenrechter de vrouw veroordelen in de proceskosten. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt.

De vrouw voert aan dat zij reeds voor de beschikking van 17 december 2025 de man meerdere keren toestemming heeft gegeven voor de aanvraag van een nieuw paspoort voor [minderjarige 1]. De voorzieningenrechter gaat hieraan voorbij, omdat zij ervan uitgaat dat dit reeds is meegenomen in het oordeel van de rechtbank in december 2025. Verder voert de vrouw aan dat het voor haar lastig is gebleken om uitvoering te geven aan de beschikking omdat zij voltijds werkt en niet in de gelegenheid is om doordeweeks naar [plaats], de gemeente waarin [minderjarige 1] ingeschreven staat, te gaan om een paspoort aan te vragen. Eerder gemaakte afspraken heeft zij moeten afzeggen wegens clusterhoofdpijn.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de man vrijwel direct na ontvangst van de beschikking van de rechtbank is overgaan tot het vragen om nakoming van de beschikking. Dat de vrouw geen mogelijkheid zou hebben gehad om naar [plaats] te reizen wegens haar werk, kan geen reden zijn om geen uitvoering te geven aan de beschikking van 17 december 2025. Het was immers de vrouw zelf die toen de rechtbank heeft verzocht om vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een nieuw paspoort ten behoeve van [minderjarige 1] en de voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat dit voor de vrouw uitvoerbaar is geweest. Ook blijkt uit de stukken dat de vrouw voorwaarden heeft gesteld aan haar medewerking, met name over de verdeling van de financiën. Ook op de mondelinge behandeling in kort geding liet zij blijken dat dit punt haar hoog zit. De voorzieningenrechter stelt vast dat de rechtbank Amsterdam in haar beschikking van 17 december 2026 geen voorwaarden heeft verbonden aan de aanvraag en afgiften van de paspoorten van de kinderen, zodat er ook geen ruimte is voor de vrouw om deze voorwaarden eigenhandig te stellen.

Daarnaast stelt de voorzieningenrechter vast dat pas na het uitbrengen van de dagvaarding in kort geding de vrouw ervoor heeft gekozen om het paspoort van [minderjarige 2] op te sturen en de man te machtigen voor de aanvraag voor een nieuw paspoort voor [minderjarige 1]. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat geen sprake is van onnodig procederen van de zijde van de man, maar dat deze prikkel nodig was om de vrouw tot actie te bewegen.

Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de vrouw in beginsel veroordelen om de kosten van de dagvaarding (€ 153,02), het griffierecht (€ 92,-) en het salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief (€ 760,-) aan de man te vergoeden. De voorzieningenrechter maximeert de proceskosten tot de eigen bijdrage van de man, die € 762,- bedraagt.

Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 189,-). In geval van betekening wordt een extra bedrag (€ 98,-) toegekend.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt de vrouw in de kosten van dit geding zoals omschreven in 4.6, derhalve aan de zijde van de man begroot op € 762,- , te vermeerderen met nakosten zoals vermeld in 4.7;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Witteman en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

ncg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand