ECLI:NL:RBDHA:2026:27284

ECLI:NL:RBDHA:2026:27284

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer NL26.29786
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vovo toegewezen, 8 EVRM, geen reactie verweerder, artikel 8 Vw.

Uitspraak

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 2004, van Japanse nationaliteit, verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Vreede),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker, dat ertoe strekt dat verzoeker niet uit Nederland mag worden verwijderd totdat vier weken zijn verstreken nadat op het beroepschrift is beslist.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Feiten en omstandigheden

3. Verzoeker heeft op 11 juni 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon] ’.

De minister heeft de aanvraag met het primaire besluit van 28 augustus 2025 afgewezen. De minister neemt aan dat sprake is van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM, maar de belangenafweging valt in het nadeel van verzoeker uit.

Met het bestreden besluit van 30 april 2026 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Verzoeker heeft vervolgens beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Standpunt verzoeker

4. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitzetting te verbieden tot vier weken nadat er op het beroep is beslist. De minister staat namelijk niet toe dat verzoeker de beslissing op zijn beroep in Nederland mag afwachten, waardoor er rekening mee gehouden moet worden dat verzoeker op korte termijn uit Nederland wordt verwijderd. Hoewel het beleid van de minister is dat door het indienen van het verzoek geen uitzettingshandelingen zullen worden verricht, levert het geen rechtmatig verblijf op in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. Daardoor is verzoeker in theorie nog uitzetbaar en kan hij geen verblijfssticker in zijn paspoort krijgen waaruit zijn rechtmatige verblijf blijkt. Deze sticker is voor hem van belang omdat het goed mogelijk is dat verzoeker hangende de beroepsprocedure onverwacht en dan op korte termijn met zijn ouders naar Japan moet reizen, omdat de gezondheid van zijn grootvader snel en ernstig achteruitgaat. De grootvader van verzoeker heeft kanker en wordt enkel nog palliatief behandeld.

Oordeel van de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter heeft de minister op 25 juni 2026 met een bericht in het digitale dossier en met een e-mail verzocht om uiterlijk op 29 juni 2026 te reageren op de gronden van het verzoek. De minister heeft nagelaten om binnen de gestelde termijn te reageren.

6. Omdat de minister niet binnen de termijn heeft gereageerd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de minister zich niet verzet tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening. Omdat de voorzieningenrechter ook verder geen beletsel ziet dat zich tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening verzet, zal zij dit verzoek dan ook als kennelijk gegrond toewijzen.

7. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B. Kingma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. Kingma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand