RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.53666
V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. J. van Appia),
en
Procesverloop
De minister heeft op 11 mei 2026 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiseres heeft ook verzocht om schadevergoeding.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiseres heeft hier niet op gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Overwegingen
1. Eiseres stelt van Ghanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op
[geboortedatum] 1981.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 augustus 2026 (in de zaak NL26.41583) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
3. De rechtbank stelt vast dat eiseres de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de vreemdelingenbewaring inhoudelijk niet heeft betwist. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure op 10 en 31 augustus 2026 en op 7 september 2026 vertrekgesprekken zijn gevoerd met eiseres. Daarnaast heeft de minister op 20 augustus 2026 en 8 september 2026 gerappelleerd bij de Ghanese autoriteiten. De rechtbank merkt verder op dat het asielberoep van eiseres staat ingepland op de zitting van 8 december 2026.
4. Verder leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van
M.A. van Garder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.