ECLI:NL:RBDHA:2026:27272

ECLI:NL:RBDHA:2026:27272

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer NL26.37592 NL26.37593
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Dublin, interstatelijk vertrouwensbeginsel, artikel 17 Dublinverordening, ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , eiser en verzoeker, hierna: eiser

(gemachtigde: mr. M.S. Nizamoeddin),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiser heeft op 24 maart 2026 verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister heeft de asielaanvraag met het bestreden besluit van 17 juni 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt zijn uitzetting te verbieden tot op zijn beroep is beslist.

De rechtbank doet op grond van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Met ingang van 12 juni 2026 gelden de regels die zijn neergelegd in Verordening (EU) 2024/1351 betreffende asiel- en migratiebeheer (AMbV). Welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat vóór 12 juni 2026 is geregistreerd, wordt bepaald volgens de in Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) vastgelegde criteria.

Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om overname gedaan. Spanje heeft het verzoek geaccepteerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de van de Dublinverordening.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

5. Het betoog van eiser komt erop neer dat dat ten aanzien van Spanje niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

De rechtbank overweegt dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel de minister er in het algemeen van uit mag gaan dat de lidstaten die partij zijn bij de Dublinverordening – waaronder ook Spanje – hun verplichtingen uit hoofde van internationale verdragen naleven. Dit betekent dat de minister mag uitgaan van het vermoeden dat de behandeling van eiser na overdracht aan Spanje in overeenstemming is met de bepalingen uit het EVRM, het Handvest en het Vluchtelingenverdrag zal plaatsvinden. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan, omdat de asielprocedure in Spanje een fundamentele systeemfout bevat die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt als bedoeld in het arrest Jawo van het Hof. De rechtbank is van oordeel dat eiser hier niet in is geslaagd en overweegt hiertoe als volgt.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 12 januari 2026 geoordeeld dat ten aanzien van Spanje nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling heeft in die uitspraak de overwegingen van de rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 12 december 2025 overgenomen. Daarbij is ingegaan op de opvangomstandigheden in Spanje. Hoewel het lastig kan zijn voor Dublinclaimanten om toegang te verkrijgen tot opvangvoorzieningen en de asielprocedure, blijkt niet dat die problemen dermate structureel en ernstig zijn, dat bij overdracht aan Spanje op voorhand sprake is van een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest strijdige behandeling. Het AIDA-rapport update 2025 (april 2026) dat in april 2026 is verschenen geeft naar het oordeel van de rechtbank ook geen wezenlijk ander of slechter beeld van de asiel- en opvangsituatie voor Dublinclaimanten ten opzichte van de eerdere rapporten, waardoor niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden.

De rechtbank ziet in wat eiser verder aanvoert geen reden voor een ander oordeel. Eiser heeft de door hem gestelde slechte ervaringen met de Spaanse autoriteiten, waaronder het gebruik van pepperspray en het terugsturen naar Marokko, niet onderbouwd. Wat hier ook van zij, deze ervaringen maken op zichzelf niet dat hij bij overdracht aan Spanje, als Dublinterugkeerder, een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest. Spanje heeft met het claimakkoord gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen met inachtneming van de internationale verplichtingen. Als eiser vindt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt, ligt het op zijn weg om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Hij heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is. Er is niet gebleken dat de autoriteiten in Spanje hem niet zouden kunnen of willen helpen. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 17 van de Dublinverordening

7. Eiser voert aan dat de minister in de bestreden beschikking niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van de Dublinverordening.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd dat geen aanleiding wordt gezien toepassing te geven aan de discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken. De rechtbank overweegt daarover dat de omstandigheden die eiser hierover naar voren heeft gebracht allereerst betrekking hebben op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Verder heeft de minister in het voornemen overwogen dat in het geval van eiser niet is gebleken van een heel bijzondere situatie die bij overdracht aan Spanje leidt tot onevenredige hardheid. In het bestreden besluit is de minister uitvoerig ingegaan op hetgeen eiser in de zienswijze heeft aangevoerd en heeft de minister gepersisteerd bij het besluit om de asielaanvraag van eiser niet in behandeling nemen. Eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de minister gehouden was een andere afweging te maken. Deze beroepsgrond slaagt dus ook niet.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft de aanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.

10. Omdat met deze uitspraak op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL26.37592:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer NL26.37593:

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van M.R. van Kerkwijk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand