[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. M.A.R. Schuckink Kool),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. G. Chkadua).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 21 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 november 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Eiseres moet haar studentenwoning verlaten en is niet in staat om een particuliere woonruimte te vinden, omdat zij vanwege haar bijstandsuitkering onvoldoende inkomen heeft. Daarnaast heeft zij belang bij een particuliere woning, vanwege haar psychische klachten.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat op de situatie van eiseres meerdere zelfstandige weigeringsgronden van toepassing zijn. Zo kan eiseres het woonprobleem op een andere manier oplossen door een kamer te zoeken. Anders dan eiseres stelt, blijkt uit de overgelegde stukken niet dat het voor eiseres, vanwege haar psychische gesteldheid, niet mogelijk is om een kamer te huren. Ook kon eiseres het woonprobleem zien aankomen, omdat eiseres een studentenwoning heeft gehuurd onder voorwaarde dat zij de woning moest verlaten op het moment dat zij niet meer studeerde. Daarnaast is dreigende dakloosheid geen urgent woonprobleem.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder handelt in strijd met het fair play beginsel door het bezwaardossier niet toe te zenden. Verweerder werpt ook ten onrechte tegen dat eiseres het woonprobleem op een andere manier kan oplossen nu uit de verklaring van de behandelend psycholoog blijkt dat het delen van voorzieningen en de afwezigheid van een prikkelvrije omgeving een negatieve invloed heeft op de geestelijke gezondheid van eiseres en het behandeltraject. Daarnaast is het bestreden besluit is onzorgvuldig tot stand gekomen omdat verweerder heeft nagelaten onafhankelijk medisch advies in te winnen. Verder werpt verweerder ten onrechte tegen dat het woonprobleem voorzienbaar was. Het woonprobleem is namelijk pas ontstaan na haar afstuderen. Verweerder heeft daarnaast onvoldoende gemotiveerd waarom geen toepassing is gegeven aan de hardheidsclausule. Verweerder heeft in dat kader onvoldoende rekening gehouden met de individuele omstandigheden. Het bestreden besluit is in strijd met het recht op privéleven en woning op grond van artikel 8 van het EVRM en artikel 14 van het EVRM nu eiseres ongelijk wordt behandeld ten opzichte van andere woningzoekenden zonder psychische kwetsbaarheid.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting de gronden die zien op het fair play beginsel, artikel 8 van het EVRM en artikel 14 van het EVRM ingetrokken zodat de rechtbank zich daarover niet zal uitlaten in haar oordeel.
5. De rechtbank overweegt dat verweerder bij het verlenen van urgentieverklaringen gehouden is aan het opgestelde beoordelingssysteem. Indien zich één van de algemene weigeringsgronden voordoet, wordt een urgentieverklaring door verweerder in beginsel geweigerd. Een inhoudelijke toets om te kijken of de woonsituatie van eiseres door sociale of medische omstandigheden als levensbedreigend of ontwrichtend moet worden aangemerkt blijft in dat geval achterwege. Dit restrictieve beleid van verweerder is door de hoogste bestuursrechter niet onredelijk geacht, vanwege het grote aantal aanvragen voor een urgentieverklaring en het kleine aantal toewijsbare huurwoningen dat beschikbaar komt.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de urgentieaanvraag van eiseres mocht afwijzen. Er is sprake van meerdere weigeringsgronden. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat eiseres haar probleem op een andere manier kan oplossen. Hoewel uit de stukken blijkt dat het voor eiseres prettiger zou zijn om zelfstandig te wonen, blijkt hier niet uit dat het voor eiseres niet mogelijk is om op kamers te wonen. Ook heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiseres haar woonprobleem kon voorzien. Eiseres heeft haar huidige woning gehuurd onder de voorwaarde dat zij deze zou moeten verlaten op het moment dat zij geen student meer zou zijn. Eiseres was er dan ook van op de hoogte dat zij de woning na haar afstuderen in 2022 zou moeten verlaten. Daarnaast heeft verweerder ook de weigeringsgrond kunnen tegenwerpen dat dreigende dakloosheid geen urgent woonprobleem is.
Omdat er sprake is van meerdere weigeringsgronden, is verweerder niet gehouden tot het laten uitvoeren van een onafhankelijk medisch onderzoek. Eiseres kan dan ook niet gevolgd worden in haar betoog dat de overgelegde stukken aanleiding geven om haar te laten onderzoeken door een keuringsarts. Verweerder heeft in zoverre de urgentieverklaring dan ook mogen weigeren. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder het besluit op deze punten onzorgvuldig heeft voorbereid of onvoldoende heeft gemotiveerd.
6. Ten aanzien van het beroep op de hardheidsclausule overweegt de rechtbank als volgt. De hardheidsclausule wordt alleen toegepast in gevallen waarin het niet toekennen van urgentie leidt tot een schrijnende situatie. In het geval van eiseres heeft verweerder in redelijkheid kunnen concluderen dat geen sprake is van een dermate schrijnende situatie. Verweerder heeft kunnen stellen dat met de overgelegde stukken niet aannemelijk is gemaakt dat de psychische gesteldheid van eiseres dusdanig is dat zij in het geheel niet in staat is om op kamers te wonen. Daarnaast is ter zitting gebleken dat eiseres nog steeds in haar huidige woning woont en tot op heden niet gedwongen is om haar woning te verlaten. Bovendien heeft eiseres aangegeven inmiddels weer te studeren, zodat niet valt uit te sluiten dat zij (weer) voldoet aan de voorwaarden voor het huren van haar huidige studentenwoning.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.