RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11670994 \ CV EXPL 25-6450
Vonnis van 18 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. S. Storch,
tegen
1. GREENFLUX ASSETS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gemachtigde: mr. I.L.E. de Waard,2. VATTENFALL CUSTUMERS & SOLUTIONS NETHERLANDS N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gemachtigde: mr. A.M. Heijning,3. EQUANS IFM B.V.,
gevestigd te Bunnik,
gemachtigde: mr. I.S. 't Mannetje,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden en afzonderlijk Greenflux, Vattenfall en Equans.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding van 14 april 2025, met producties, - de conclusie van antwoord van Equans van 27 juni 2025, met producties,- de conclusie van antwoord van Vattenfall van 27 juni 2025, met producties,
- het tussenvonnis van 11 juli 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - de conclusie van antwoord van Greenflux van 6 maart 2026, met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 augustus 2026, waarbij door de griffier spreekaantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[eiser] heeft een elektrische auto (hierna: de auto).
Op 5 juli 2024 heeft [eiser] zijn auto aangesloten aan een laadpaal met kenmerk [nummer 1] (hierna: ‘de laadpaal’ en ‘de laadsessie’).
In de oplaadhistorie van [eiser] staat het volgende over de laadsessie:
“ [adres] [plaats]
05.07.2024, 19:51
Laadpas [nummer 2]
€ 13,82
39 h 46 min
59.79 kWh”
Kort daarna is [eiser] naar de autogarage gegaan, omdat de auto na de laadsessie elektronische storingen gaf. In de offerte van 19 juli 2024 van de garage staat een bedrag van € 9.973,09 aan reparatiekosten genoemd.
[eiser] heeft contact opgenomen met de klantenservice van Vattenfall over de laadsessie. In het verslag van de klantenservice hierover staat: “U heeft aangegeven dat de laadsessie gedaan op 05-07-2024 9:51:06 07-07-2024 11:37:44 een onbekende laadsessie is door de te hoge aantal kWh. De aantal aangegeven kWh zijn te hoog. Wij hebben de laadsessie geannuleerd. (…) U ontvangt een credit factuur van de geannuleerde laadsessie.”
Op 13 september 2024 heeft Vattenfall de credit factuur gestuurd:
“Alstublieft, dit is de correctiefactuur voor de producten die u van ons heeft gebruikt in de periode 01-07-2024 – 31-07-2024
(…)
Hoeveelheid Bedrag 59,790 kWh -13.82
(…)”
Equans heeft het volgende laadschema van de laadpaal overgelegd:
3. Het geschil
[eiser] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank:
Primair:
I. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 9.973,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024 c.q. 8 april 2025;
II. Gedaagden veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.057,12.
Subsidiair:
III. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 9.973,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024 c.q. 8 april 2025;
IV. Gedaagden veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.057,12.
Meer subsidiair:
V. Gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 9.973,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2024 c.q. 8 april 2025;
VI. Gedaagden veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.057,12.
Met veroordeling van gedaagden in de proceskosten plus de wettelijke rente daarover.
[eiser] legt hieraan ten grondslag dat gedaagden zijn tekortgeschoten in de nakoming, dan wel is er sprake van een gebrekkige opstal en/of productaansprakelijkheid.
Gedaagden voeren verweer. Gedaagden concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Alle drie de gedaagden hebben als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zij niet de partij zijn die had moeten worden gedagvaard. Gelet op het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is van een tekortkoming, zal de rechtbank niet op dit verweer ingaan.
Geen sprake van een tekortkoming
[eiser] stelt dat hij zijn auto op 5 juli 2024 heeft opgeladen bij een laadpaal van gedaagden. De laadpaal heeft toen een excessieve en overmatige hoeveelheid stroom afgegeven. Kort daarna gaf de auto elektrische storingen aan op het dashboard en reed de auto niet harder dan 20 kilometer per uur. Deze klachten zouden niet zijn ontstaan als de laadpaal niet excessief veel stroom zou hebben vrijgegeven. Gedaagden zijn dan ook tekortgeschoten in de nakoming van hun verbintenis, te weten het gangbaar en op veilige wijze opladen van een auto.
Gedaagden betwisten dat er sprake is van een tekortkoming. De auto van [eiser] is niet excessief en overmatig opgeladen. De vermelding in de oplaadhistorie dat de oplaadsessie 39 uur en 46 minuten heeft geduurd en dat daarbij 59.79 kWh is vrijgegeven, klopt niet. Er is simpelweg sprake geweest van een administratieve samenvoeging met laadsessies van andere voertuigen. Ter onderbouwing daarvan is het laadschema overgelegd (zie 2.6). Gedaagden hebben uitgelegd dat de betreffende laadsessie op 5 juli 2024 om 20:21 uur is begonnen. Op dat moment is er enkele uren geladen met een vermogen van ongeveer 3,28 kW. Op 6 juli 2024 om 00:55 uur is de auto volledig opgeladen en de laadsessie gestopt. Dit is terug te zien in het laadschema in de rechter kolom waar het aantal kW is gedaald naar ‘0’. [eiser] is vervolgens op 6 juli 2024 om 10:11 uur vertrokken. Op dezelfde dag om 18:41 uur is er een andere auto aan de laadpaal gekoppeld die begint met laden. Vanaf de door gedaagden geel gemarkeerde rij, betreffen alle afgegeven aantallen Kw een andere auto met een ander laadvermogen. Dat is ook te zien aan het feit dat het aantal Kw afwijkt van de auto van [eiser], waarbij gemiddeld 3,28 kW werd afgegeven. De laadsessies zijn vervolgens abusievelijk administratief samengevoegd, hetgeen [eiser] ook heeft gezien en waarover hij contact met de klantenservice van Vattenfall heeft opgenomen. Vervolgens is de administratieve fout door Vattenfall gecorrigeerd met de creditfactuur.
De rechtbank volgt de uitleg van gedaagden dat sprake is geweest van een administratieve fout waarbij twee verschillende laadsessies zijn samengevoegd. Dit volgt niet alleen uit het laadschema en de daarbij gegeven uitleg, maar ook uit de verklaring van [eiser] tijdens de mondelinge behandeling. Hij heeft tijdens de mondelinge behandeling immers verklaard dat hij op 5 juli 2024 zijn auto heeft gekoppeld aan de laadpaal en deze de volgende ochtend weer heeft losgekoppeld en is weggereden. Op de vraag of hij zeker wist dat dit direct de volgende ochtend was, waarbij is opgemerkt dat die verklaring dus niet strookte met hetgeen tot dan toe was aangevoerd, antwoordde [eiser] dat hij daar zeker van was. Hij gebruikt zijn auto namelijk elke dag en laat de auto nooit een hele dag staan. Dat betekent dat de auto dus niet 39 uur en 46 minuten is opgeladen en geen 59.79 kWh is vrijgegeven aan alleen zijn auto. Voorgaande betekent dat een tekortkoming dus niet is komen vast te staan.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ook niet kan worden vastgesteld dat de elektronische storingen aan de auto door de laadsessie zijn veroorzaakt. Hoewel uit de offerte van 19 juli 2024 blijkt dat de ‘Elektromotorelektronica’ moet worden vervangen, hebben gedaagden terecht betoogd dat uit de factuur van 24 november 2023, een datum van meer dan een half jaar vóór de laadsessie, blijkt dat de auto ook al problemen had met onder meer de boordspanning. Ook staat in de offerte van 19 juli 2024 vermeld: “Auto heeft diverse storingen geen vermogen bij accelereren. Klant geeft aan probleem weer terug gekeerd. Was hier pas geleden voor geweest.” Hieruit kan worden afgeleid dat de auto ook al voor het moment van de laadsessie problemen had.
Het voorgaande betekent dat de vordering zal worden afgewezen.
Proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gedaagden wordt als volgt begroot: voor Equans en Greenflux ieder € 1.008,- (1 punt x € 432,00 voor de conclusie van antwoord en 1 punt € 432,00 voor de mondelinge behandeling plus nakosten € 144,-) Voor Vattenfall € 576,- (1 punt x € 432,00 voor de conclusie van antwoord plus nakosten € 144,-). Daarbovenop komen de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
Greenflux en Equans hebben verder wettelijke rente gevorderd over de proceskosten. Deze wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Vattenfall van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Equans van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van Equans als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Greenflux van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van Greenflux als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.J. Klaver, kantonrechter, bijgestaan door. mr. S.C.C. Valk, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.