RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/782115 / HA ZA 26-65
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M.M. Hazewinkel,
tegen
1. TOP MONDZORG SSC B.V.,
gevestigd te Hilversum,2. EUROPEAN DENTAL GROUP HOLDING B.V.,
gevestigd te Hilversum,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: TMZ en EDG,
advocaat: mr. A.H.B. Balm.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding van 5 januari 2025, met producties, - de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 22 april 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 augustus 2026, en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Feiten
[eiser] heeft een eenmanszaak met de naam [bedrijf] . Daarmee adviseert hij over onder meer fusies en overnames (M&A), financiële analyse en projectmanagement.
TMZ is een Nederlands concern op het gebied van mondzorgdiensten en maakt op haar beurt onderdeel uit van de European Dental Group (hierna: EDG).
Op 22 april 2024 treedt [eiser] in dienst bij TMZ. Voorafgaand hieraan ontvangt hij op 9 april 2024 de volgende brief van EDG:
“ RE: Confirmation of your personal retention bonus
(…)
we would like to offer you the opportunity to participate in the value creation of EDG via a retention bonus. (…)
The retention bonus is awarded to a selected group of high valued employees that stay with us until the next Exit of EDG.
The potential maximum retention bonus awarded to you is EUR 175.000 (the Maximum Bonus).
The retention bonus amount to which you will be entitled, is closely related to the success of the company at the Exit. If EDG’s investors receive a repayment of 75% on their preference shares (including accrued dividend), you will receive a pay-out of 75% of your Maximum Bonus. If they receive a repayment of 100%, you will receive 100%. Detailed Terms and Conditions are included in the annex of this letter. (…)”
In bijlage 3 behorende bij de brief van 9 april 2024 staat, voor zover relevant:
“If you cease to be an employee of the EDG Group prior to an Exit, then your rights to the retention bonus shall lapse except where you cease to be an employee:
(…)
because your employment was terminated by your employer, other than for Cause, then you will still be eligible to receive 20% of the Maximum Bonus. If, in this situation, an Exit takes place within six months of your termination date, you will still be eligible to the full Maximum Bonus.
(…)
You will receive the relevant net amount within 60 days following an Exit.”
De arbeidsovereenkomst eindigt op 21 juni 2024.
Vervolgens gaan partijen in gesprek over een overeenkomst van opdracht (hierna: de overeenkomst). In de periode van 18 en 21 juni 2024 vindt hierover de volgende e-mailcorrespondentie plaats tussen [eiser] en [naam 1] (Head of M&A and Business Development bij TMZ):
E-mail van 18 juni 2024 van [naam 1] aan [eiser] :
“(…) what i didn’t take into account is that on consultancy the company will pay ~20% VAT that is not recoverable. they are ok in slightly increasing the monthly payment to say 15,000-15,500 Euro and have the bonus mechanism that we talked about which would be similar to employment term and slightly more expensive to the company given VAT. (…)”
E-mail van 19 juni 2024 van [eiser] aan [naam 1] :
“Thanks for this. I presume this is to also keep things simple, i.e. you’re suggesting an monthly retainer. That also makes sense to me. In that case I think we’re getting closer if the bonus structure is also as per my understanding (see below). (…) In any case, parallel to the ongoing rate discussion, I thought I’d put the bonus structure in wording to keep things moving forward. See below draft wording which I believe reflects your proposal. (…)
the following bonus will be due:
A fee of 2.5% over acquired (or Closed) QoE EBITDA above EUR 1 million in 2024 per calendar year; in
A fee of 2.0% over QoE EBITDA as reflected in signed LOIs and accepted NBOs (…)
E-mail van 18 juni 2024 van [naam 1] aan [eiser] :
“3. On monthly fee – lets discuss to get your download and can explain the VAT point
4. On Bonus – we should agree 2024 now, we do it on a yearly basis. See below inputs on your wording
5. On the Exit bonus – no prob to adjust, suggest that this will enter into force if OVO is in place by 31/12/2024”
(…)
the following bonus will be due:
A fee of 2.5% over acquired (or Closed) QoE EBITDA above EUR 1 million in 2024 per calendar year; in
A fee of 2.0% over QoE EBITDA as reflected in signed LOIs and accepted NBOs (…). [ok to include an accepted NBO (i.e. if we are in exclusivity)”
E-mail van 19 juni 2024 van [eiser] aan [naam 1] :
“As discussed, attached a more detailed breakdown on a (very) conservative basis. I see your point on the bonus structure to be agreed on a yearly basis, so I defined this for 2024, and added wording for 2025.
(…)
A bonus fee structure for next year will be agreed upon in December 2024, following the same / similar structure.”
E-mail van 20 juni 2024 van [naam 1] aan [eiser] :
“Spoke with [naam 2] and what we can propose is the following
1. Monthly fee
a. 15,500 per month
2024 Yearly bonus
a. Max bonus is 42K (…)”
E-mail van 21 juni 2024 van [eiser] aan [naam 1] :
“(…) I’ll shortly send you and [naam 4] the OvO as discussed, according to the terms below.”
Op 1 juli 2024 stuurt [eiser] drie facturen naar TMZ:
Factuurnummer Bedrag (incl. btw) Omschrijving
Factuur [factuurnummer 1] € 4.688,75 1x Retainer juni (5/20 dagen);
Factuur [factuurnummer 2] € 18.755 1x Retainer juli
Factuur [factuurnummer 3] € 19.384,42 1x LOI Signing-fee related to TH,
LDV and PPI-K Transactions
Op 12 juli 2024 gaan TMZ en [eiser] de overeenkomst aan. In de overeenkomst is onder andere het volgende opgenomen:
“ 2. Duur en beëindiging van de overeenkomst
1. De Opdracht vangt aan op 22 juni 2024 en wordt elke eerste dag van een kalendermaand op een rollende, maandelijkse basis verlengd tot en met een onderling af te stemmen moment van afronding.(…)
3. Partijen zijn bevoegd deze Overeenkomst gedurende de looptijd op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand. (…)
4. Bij opzegging door Opdrachtgever als bedoeld in artikel 2 lid 3, is Opdrachtgever gehouden de vergoeding te voldoen voor een periode tot en met de einddatum van de overeenkomst, ervan uitgaande dat Opdrachtnemer de overeengekomen werkzaamheden blijft verrichten.
3. Vergoeding, facturering en betaling
(…)
(…)
1. Opdrachtgever betaalt aan Opdrachtnemer een honorarium, bestaande uit de volgende elementen:
a. Een Retainer van € 15.500,= per kalendermaand, verschuldigd aan het begin van de desbetreffende maand (de ‘Retainer’); en
b. Een bonus met betrekking tot het financiële jaar 2024, bestaande uit de volgende elementen met betrekking tot (potentiële en lopende) single clinic and small multisite Transacties in de Benelux in 2024 (inclusief Green Field / BrownField en Patiëntenboeken), tot een maximum van in totaal € 42.000,=:
i. Een fee van 2.0% over de QoE EBITDA in het geval van LOI-Signing met betrekking tot een Transactie (de ‘LOI Signing-fee’); en
ii. Een fee van 0.5% over de gekochte QoE EBITDA in het geval van Voltooiing van een Transactie (de ‘SPA Signing-fee’);
(…)
4. LOI-Signing is gedefinieerd als het tekenen van een LOI (of vergelijkbaar document) door Opdrachtgever en een Wederpartij met betrekking tot de beoogde Transactie, alsmede de situatie van een door een Wederpartij van Opdrachtgever geaccepteerde NBO (of vergelijkbaar document) waarbij Opdrachtgever de enige Wederpartij voor een beoogde Transactie is, of als er daarbij exclusiviteit is overeengekomen tussen Opdrachtgever en Wederpartij om tot een Transactie te komen, of enige andere vergelijkbare situatie (de ‘LOI-Signing’).
5. De LOI Signing-fee is alsnog verschuldigd in het geval dat er voor een Transactie om wat voor reden dan ook geen LOI-Signing heeft plaatsgevonden, maar er vervolgens wel sprake is van het tekenen van een SPA tussen Opdrachtgever en een Wederpartij.
8. Opdrachtnemer zal aan het begin van elke kalendermaand een factuur voor het toepasselijke honorarium aan Opdrachtgever zenden.
10. Opdrachtgever betaalt het gefactureerde bedrag aan Opdrachtnemer binnen 21 dagen na factuurdatum.”
In de Bijlage behorende bij de overeenkomst staat, voor zover relevant:
“ 2. Transactie, Voltooiing van een Transactie en bepaling Transactiesom
1. Een Transactie wordt als gevolgd gedefinieerd (elk afzonderlijk en/of gezamenlijk (‘Transactie’):
a. Elke koop, verkoop, overdracht, samenvoeging en/of uitruil van (een deel van) het aandelenkapitaal van een onderneming of optie daarop, waarbij Opdrachtgever partij is, zowel onmiddellijk als uitgesteld en/of conditioneel;
b. Elke koop, verkoop, overdracht, samenvoeging en/of uitruil van (een deel van) de activa en/of passiva van een onderneming of optie daarop, waarbij Opdrachtgever partij is, zowel materieel als immaterieel, op welk moment dan ook;
Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [eiser] van toepassing verklaard (hierna: de algemene voorwaarden).
In de algemene voorwaarden staat, voor zover relevant:
“ Duur, opschorting en (tussentijdse) beëindiging van de Overeenkomst
(…)
8. Indien tot (tussentijdse) beëindiging van de Overeenkomst is overgegaan door Opdrachtgever, heeft Opdrachtnemer recht op vergoeding van het aan zijn zijde ontstane en aannemelijk te maken bezettingsverlies, alsmede van additionele kosten die Opdrachtnemer redelijkerwijs heeft moeten maken of moet maken ten gevolge van de vroegtijdige beëindiging van de Overeenkomst (zoals onder meer kosten met betrekking tot eventuele onderaanneming), tenzij er feiten en omstandigheden aan de beëindiging ten grondslag liggen die aan Opdrachtnemer zijn toe te rekenen.”
Op 19 juli 2024 betaalt TMZ de facturen genoemd in 2.7.
Op 2 augustus 2024 stuurt [eiser] een factuur [factuurnummer 4] voor een bedrag van € 25.652 incl. btw met de omschrijving: ‘1x Retainer augustus’ en ‘1x LOI-Signing fee Haarlem RSW’.
Op 8 augustus 2024 stuurt TMZ via WhatsApp het volgende bericht naar [eiser] : “(…) Ik heb je factuur even tegengehouden; die vergt namelijk aanpassing. De bonusberekening vindt plaats aan het eind van het jaar.”
Op 26 augustus 2024 vindt er een gesprek plaats tussen [eiser] en [naam 3] , destijds general counsel van TMZ. In de e-mail die [eiser] de volgende dag naar TMZ stuurt, staat onder andere dat: “I am entitled to suspend my services in case on non-payment based on the law and on the contract (OvO) and T&Cs. Now that it is unequivocal that TMZ is not fulfilling its obligations under the contract, and does not intend to do so, I am forced to suspend my services with immediate effect until full payment of all outstanding invoices.”
Op 1 september 2024 stuurt [eiser] een factuur met [factuurnummer 5] voor een bedrag van € 33.159,11 incl. btw met de omschrijving: ‘1x Retainer september’ en ‘1x LOI-signing fee Hattem + MMC’.
Op 2 september 2024 zegt TMZ de overeenkomst op. In de e-mail die TMZ daarover stuurt, staat:
“(…) To avoid any further escalation, TMZ will proceed with the payment of the outstanding invoice [nummer 1] [rb: factuurnummer [factuurnummer 4] ], even though the LOI Haarlem has been signed without your interference.
(…)
However, the nature of our recent interactions has the manner in which this discussion has unfolded have led to a loss of trust. As a result, TopMondzorg has made the decision to terminate the service agreement.
Therefore we ask you to send a credit-invoice for [nummer 2] [rb: [factuurnummer 5] ], and send a new Retainer for September. We have no signed LOI’s for Hattem and MMC, so a signing fee cannot be invoiced.
In accordance with Article 2, clause 3 of the service agreement, this email serves as notice of termination. With the required one-month notice period, we kindly ask that you continue your services until September 30th 2024.
All fees to which you are entitled under the agreement will be paid through the termination date, assuming that your services continue until that time. (…)”
Op 3 september 2024 betaalt TMZ de factuur [factuurnummer 4] met de omschrijving: ‘1x Retainer augustus’ en ‘1x LOI-Signing fee Haarlem RSW’.
Op 1 oktober 2024 stuurt [eiser] een factuur met factuurnummer [factuurnummer 6] voor een bedrag van € 21.780 incl. btw met de omschrijving: ‘1x Retainer oktober’ en ‘1x LOI-Signing fee (Leeuwarden)’. Deze factuur is tot op heden niet betaald.
3. Het geschil
[eiser] vordert na wijziging van eis – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. TMZ te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 80.625,16, alsmede de wettelijke rente daarover vanaf 6 november 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;
II. TMZ te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente tot en met 5 november van € 5.245,64;
III. TMZ te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 9.990,63;
IV. Voor recht te verklaren dat EDG gehouden is een bedrag van € 35.000 aan [eiser] te voldoen binnen 60 dagen na de Exit van EDG;
V. TMZ te veroordelen in de proceskosten plus de wettelijke rente daarover.
[eiser] legt hieraan ten grondslag dat partijen een overeenkomst hebben gesloten die TMZ niet is nagekomen. De overeenkomst is geëindigd per 1 november 2024 waardoor [eiser] nog recht heeft op de retainer van september en oktober én de bonus met betrekking tot Hattem (factuur [factuurnummer 5] ). Verder heeft [eiser] recht op compensatie voor het door hem geleden bezettingsverlies, gerekend op twee maanden aan retainer en misgelopen bonussen. Voor zover het beroep op nakoming niet slaagt, beroept [eiser] zich subsidiair op wanprestatie, omdat TMZ abrupt de overeenkomst heeft opgezegd. Indien de bonusvergoeding over Hattem niet wordt toegewezen in het kader van de nakoming van de factuur, dient dit bedrag meegenomen te worden bij het te berekenen bezettingsverlies. Tot slot is TMZ op grond van de algemene voorwaarden 15% buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd en wettelijke rente. Voor wat betreft de vordering op EDG legt [eiser] hieraan ten grondslag dat er sprake is van een verbintenis conform de brief van 9 april 2024. Nu er aan de voorwaarden is voldaan voor uitbetaling en EDG niet heeft betaald, dient zij dat alsnog te doen.
TMZ en EDG voeren verweer. TMZ en EDG concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Wat is er afgesproken?
[eiser] en TMZ zijn het niet eens over de inhoud van de overeenkomst. Zij verschillen van mening over de vraag 1) op welke datum de overeenkomst is geëindigd, 2) of de bonusvergoeding maandelijks of jaarlijks moet worden uitbetaald en 3) of een LOI Signing Fee voor de transactie met betrekking tot de tandartsenpraktijk in Hattem is verschuldigd.
De rechtbank dient daarom te beoordelen hoe de overeenkomst moet worden uitgelegd. Bij deze uitleg wordt gekeken naar hoe [eiser] en TMZ in de gegeven omstandigheden elkaars verklaringen en gedragingen moesten begrijpen en wat zij daarbij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De bewoording, de aard en de strekking van de overeenkomst worden hierbij in aanmerking genomen.
Einde overeenkomst oktober 2024
Partijen zijn het erover eens dat TMZ de overeenkomst op 2 september 2024 heeft opgezegd (zie 2.19). De vraag die voorligt is per welke datum de overeenkomst is geëindigd. [eiser] stelt dat dit 1 november 2024 is en verwijst daarvoor naar artikel 2.1 in samenhang met 2.3 van de overeenkomst. Met een ‘opzegtermijn van 1 maand’ wordt, door de samenhang van deze artikelen, volgens [eiser] een kalendermaand bedoeld. Door de opzegging op 2 september 2024 liep de overeenkomst door tot 1 november 2024. TMZ betwist dit en voert aan dat de overeenkomst per 2 oktober 2024 was geëindigd. TMZ wijst daarbij op de letterlijke bewoording van artikel 2.3. Met ‘een opzegtermijn van 1 maand’ hebben partijen niet één kalendermaand bedoeld, maar gewoon ‘1 maand’. Dat [eiser] dit volgens TMZ ook zo heeft bedoeld blijkt uit zijn algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst. Daarin staat dat er een opzegtermijn van vier weken geldt.
De rechtbank overweegt dat de onderbouwing van partijen voor hun standpunten voornamelijk grammaticaal van aard is. Nu er niet veel andere omstandigheden zijn aangevoerd, betekent dit dat het zwaartepunt voor de uitleg van hetgeen partijen hebben bedoeld, dan ook moet worden gevonden in de grammaticale uitleg. In de overeenkomst staat dat er kan worden opgezegd met een opzegtermijn van 1 maand. Grammaticaal betekent dit dat de opzegtermijn is gaan lopen vanaf het moment dat de overeenkomst werd opgezegd, dus 2 september 2024. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor de lezing van [eiser] . Het enkele feit dat er in de overeenkomst staat dat deze op de eerste van de kalendermaand telkens wordt verlengd, is onvoldoende om aan te nemen dat daarmee ook is bedoeld dat er voor opzegging een kalendermaand in acht moet worden genomen. Dat TMZ in haar e-mails van 2 september 2024 en 2 oktober 2024 schreef dat de samenwerking per 1 oktober 2024 (en niet per 2 oktober 2024) was geëindigd, is daarvoor eveneens onvoldoende. Het komt de rechtbank evenmin onredelijk voor dat een opzegtermijn van een opdrachtovereenkomst gaat lopen op het moment van opzegging. De rechtbank oordeelt dan ook in lijn met de uitleg van TMZ dat de overeenkomst is geëindigd per 2 oktober 2024.
Bonusvergoeding op jaarbasis
De volgende vraag is of de bonusvergoeding, bedoeld in artikel 3.1 onder b van de overeenkomst (zie 2.9) maandelijks (volgens [eiser] ) of jaarlijks (volgens TMZ) uitbetaald dient te worden. [eiser] wijst erop dat de bonusvergoeding in artikel 3 lid 1 van de overeenkomst één van de componenten van het honorarium is en in artikel 3.8 van de overeenkomst staat dat de opdrachtnemer aan het begin van elke kalendermaand een factuur voor het toepasselijke honorarium zal sturen. TMZ heeft ook uitvoering gegeven aan deze lezing. Op 1 juli 2024 heeft [eiser] namelijk factuur [factuurnummer 3] gestuurd met daarin een bonusvergoeding. TMZ heeft de factuur zonder bezwaar voldaan.
TMZ betwist dat partijen dit zo hebben afgesproken. De bonusvergoeding is jaarlijks verschuldigd en daarover bestond geen twijfel. Uit de betaling van de factuur [factuurnummer 3] kan ook geen andere bedoeling worden afgeleid. Die factuur is in de vakantieperiode abusievelijk betaald. Bij de eerstvolgende factuur van [eiser] is deze fout gesignaleerd en heeft zij dit aan [eiser] laten weten.
Dat er geen twijfel is geweest over de afspraak dat de bonusvergoeding jaarlijks wordt betaald, volgt volgens TMZ uit de totstandkoming van de overeenkomst. TMZ heeft gemotiveerd dat meerdere telefoongesprekken zijn gevoerd tussen [eiser] en TMZ (specifiek met [naam 3] en [naam 1] ). Het was daarbij voor alle partijen helder dat de bonusvergoeding conform het groepsbeleid jaarlijks uitgekeerd zou worden. Deze uitleg vindt ondersteuning in de door TMZ overgelegde e-mailcorrespondentie tussen [eiser] en TMZ in de periode tussen 18 en 20 juni 2024 (zie 2.6). In deze e-mails schrijft TMZ dat de bonus is bepaald ‘on a yearly basis’. Vervolgens reageert [eiser] daarop in zijn e-mail van 19 juni 2024 met ‘I see your point on the bonus structure to be agreed on a yearly basis’. Vervolgens stuurt [eiser] TMZ een aangepaste conceptovereenkomst. Als reactie daarop stelt TMZ een ‘monthly fee’ van ‘15,000 per month’ en een ´2024 Yearly bonus’ van maximaal € 42.000 voor. Vanuit dat uitgangspunt, een maandelijkse retainer van € 15.000,- en een jaarlijkse bonusvergoeding, zijn partijen de overeenkomst met elkaar aangegaan. TMZ heeft vervolgens geen acht geslagen op het door [eiser] geformuleerde artikel 3 lid 8 van de overeenkomst.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft (de advocaat van) [eiser] betoogd dat voornoemde e-mails gaan over de wijze waarop en de periode waarvoor de bonusstructuur wordt vastgesteld, en niet over het facturatiemoment. De rechtbank acht dit standpunt in het licht van hetgeen TMZ daarover heeft aangevoerd niet overtuigend. Nergens blijkt dat partijen ‘de wijze waarop en de periode waarvoor’ in hun gesprekken hebben gesplitst van het facturatiemoment. Een gesprek daarover of andere motivering van [eiser] in lijn daarmee ontbreekt, terwijl dit wel op zijn weg lag om dat te onderbouwen. Uit het logisch verloop van de e-mails kan ook geen aanknopingspunt worden gevonden voor het standpunt van [eiser] . Daarbij komt dat de letterlijke tekst van het gezamenlijk geformuleerde artikel 3 lid 1 van de overeenkomst beter aansluit bij de uitleg van TMZ dan de uitleg van [eiser] . Daarin staat immers expliciet dat TMZ een honorarium betaalt dat bestaat uit een retainer (…) “per kalendermaand, verschuldigd aan het begin van de desbetreffende maand” en een bonus “met betrekking tot het financiële jaar 2024”. De rechtbank volgt dan ook de lezing van TMZ.
Tussenconclusie
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de overeenkomst tussen partijen is geëindigd per 2 oktober 2024 en dat partijen een jaarlijks uit te betalen bonusvergoeding zijn overeengekomen. Met inachtneming daarvan oordeelt de rechtbank dat de vordering van [eiser] voor zover die betrekking heeft op de retainers van september en oktober moet worden afgewezen. Dat wordt hieronder gemotiveerd.
Geen retainer voor september en/of oktober
[eiser] vordert de retainer van september en oktober. Voor de retainer van oktober geldt dat de rechtbank in 4.4 heeft geoordeeld dat de overeenkomst tussen partijen is geëindigd per 2 oktober 2024. Daarmee is de grond voor het uitbetalen van de retainer voor oktober vervallen. De rechtbank wijst dit deel van de vordering af.
Ten aanzien van de retainer van september is in geschil of [eiser] zijn werkzaamheden terecht heeft opgeschort. De rechtbank komt tot het oordeel dat dit niet het geval is en dat [eiser] geen recht heeft op een retainer voor september. De rechtbank wijst dit deel van de vordering af. Zij overweegt daartoe het volgende.
Op 2 augustus 2024 stuurt [eiser] een factuur voor de retainer over de maand augustus en een bonusvergoeding (factuurnummer [factuurnummer 4] ). TMZ houdt deze factuur aan en geeft bij [eiser] aan dat de bonusberekening plaatsvindt aan het einde van het jaar. Ook vraagt zij hem in een e-mail van 26 augustus 2024 om een aangepaste factuur die alleen ziet op de retainer van augustus. Vervolgens schort [eiser] per e-mail van 26 augustus 2024 zijn werkzaamheden op ‘untill full payment of all outstanding invoices’.
Volgens artikel 3.4 van de algemene voorwaarden is [eiser] – kort gezegd – bevoegd om nakoming van zijn verplichtingen op te schorten, indien TMZ de verplichtingen uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet tijdig nakomt. In 4.6 heeft de rechtbank geoordeeld dat partijen hebben afgesproken dat de bonusvergoeding jaarlijks verschuldigd is. TMZ was dan ook niet verplicht om de factuur uit augustus 2024 te voldoen. Dit heeft tot gevolg dat [eiser] op 26 augustus 2024 zijn verplichtingen uit de overeenkomst onbevoegd heeft opgeschort.
Vervolgens heeft [eiser] op 1 september 2024 een factuur gestuurd met daarin de retainer voor september en een bonusvergoeding voor Hattem + MMC. Op 3 september 2024 heeft TMZ in het kader van de afwikkeling van de samenwerking alsnog de factuur die ziet op de retainer voor augustus en de bonusvergoeding betaald.
De advocaat van [eiser] heeft tijdens de mondeling behandeling verklaard dat TMZ de factuur voor de retainer van september en de bonusvergoeding ( [factuurnummer 5] ) ook niet wilde betalen en dat [eiser] mede daarom al zijn werkzaamheden gerechtvaardigd bleef opschorten. Hier gaat de rechtbank niet in mee. In de e-mail van 2 september 2024 waarin TMZ de overeenkomst opzegt, verzoekt zij [eiser] om een nieuwe factuur met daarin alleen de retainer voor september. Nergens blijkt uit dat TMZ niet voornemens was om die retainer niet te betalen. Dat TMZ vraagt om een credit-factuur is boekhoudkundig gezien ook niet vreemd. [eiser] stuurt echter geen nieuwe factuur en hervat zijn werkzaamheden evenmin. Dat TMZ [eiser] formeel zou hebben vrijgesteld dan wel belemmerd zou hebben zijn werkzaamheden te hervatten, heeft TMZ gemotiveerd betwist. Volgens TMZ betrof een eventuele vrijstelling van werkzaamheden een onderdeel van een – niet geaccepteerd – schikkingsvoorstel. Dat zij op 11 september 2024 de toegang tot de systemen afgesloot en de geplande afspraken annuleerde, acht de rechtbank gerechtvaardigd. Nergens blijkt namelijk uit dat [eiser] op enig moment weer beschikbaar was voor het verrichten van werkzaamheden. Nu geen sprake is van een bevoegde opschorting of van omstandigheden die rechtvaardigen dat [eiser] zijn werkzaamheden niet hoefde uit te voeren, had hij geen recht op een retainer voor september.
Geen recht op bonusvergoeding
[eiser] stelt dat hij recht heeft op een LOI Signing Fee voor de transactie met betrekking tot de tandartspraktijk in Hattem. Volgens hem was er in augustus 2024 sprake van ‘enige andere vergelijkbare situatie’ als bedoeld in artikel 3 lid 4 van de overeenkomst. Ter onderbouwing daarvan wijst [eiser] op zijn berichten van 11 juli 2024 en 2 augustus 2024 aan TMZ waarin hij schrijft dat het team ‘uiteraard bezig [blijft] met DD, LOI-signing van Tandarts West en Hattem’, een bericht van de CFO van TMZ van 20 augustus 2024 in de interne WhatsAppgroeps-chat dat luidt ‘Hattem kiest voor Dental Clinics’ en op de SalesForce-omgeving waarin de tandartspraktijk op 11 september 2024 stond aangemerkt als ‘Offer Acceptance/LOI Signing’. Ook verwijst hij naar de website van TMZ, waarop op 8 juli 2025 is gepubliceerd dat dat de transactie tot stand is gekomen.
TMZ betwist dat in augustus 2024 sprake was van ‘enig andere vergelijkbare situatie’. In die periode was er geen LOI, noch een NBO, noch enig ander vergelijkbaar document ondertekend. Er was op dat moment geen sprake van exclusiviteit tussen TMZ en de betreffende tandartspraktijk noch was TMZ de enige wederpartij voor de beoogde transactie; er vonden slechts eerste verkennende gesprekken plaats.
De rechtbank oordeelt dat TMZ de stelling van [eiser] voldoende gemotiveerd heeft betwist. Tijdens de mondelinge behandeling heeft TMZ het onderhandelingsproces toegelicht. Voordat de zogeheten ‘termsheet-fase’ aanvangt, is er in de praktijk al een verstandhouding met de beoogd over te nemen tandartspraktijk. Er wordt dan gesproken over de beoogde transactie, maar er is nog geen duidelijkheid over prijs of andere voorwaarden. Er is ook geen sprake van exclusiviteit; het staat de verkoper vrij om voor een andere partij te kiezen. Na deze voorfase start de termsheet-fase waarin de onderhandelingen daadwerkelijk plaatsvinden. Op het moment dat de berichten van 2 augustus 2024 en 20 augustus 2024 werden gestuurd, zat TMZ nog in de pre-termsheet-fase. Het bericht van de CFO zag er slechts op dat de verkoper met TMZ wilde praten. Pas op 12 december 2024, 6 maanden na de berichten uit augustus, startte de termsheetfase en een half jaar later is de koopovereenkomst gesloten. Aan de kwalificatie in het SalesForce-programma kan geen waarde worden gehecht, omdat het programma alleen bedoeld is om de pijplijn aan transacties te managen en het niets over de daadwerkelijke status van de beoogde transactie zegt. Bovendien komt het met enige regelmaat voor dat een transactie met een dergelijke titel niet doorgaat, zoals het geval was met de tandartspraktijk Venserpolder die op hetzelfde moment ook hetzelfde als Hattem was gelabeld.
Daarnaast gaat de rechtbank niet mee in de stelling van [eiser] dat hij, nu er na het einde van de overeenkomst tussen hem en TMZ, een overeenkomst is gesloten tussen TMZ en de tandartspraktijk in Hattem, recht heeft op een bonusvergoeding op grond van artikel 3.5 van de overeenkomst. Enig aanknopingspunt daarvoor in de overeenkomst ontbreekt. Dit betekent dat [eiser] geen recht heeft op een bonusvergoeding.
Geen bezettingsverlies
[eiser] vordert vergoeding van het door hem geleden bezettingsverlies. [eiser] baseert die vordering primair op artikel 3 lid 8 van de algemene voorwaarden en subsidiair op een schadevergoeding in verband met een abrupte opzegging door TMZ van de opdrachtovereenkomst tussen partijen.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft TMZ zich er terecht op beroepen dat artikel 3 lid 8 van de algemene voorwaarden geen recht op compensatie biedt als er feiten en omstandigheden aan de beëindiging van de overeenkomst ten grondslag liggen die aan [eiser] zijn toe te rekenen. Volgens TMZ was de discussie over de betaling van de bonusvergoedingen en de opschorting van de werkzaamheden door [eiser] reden om de overeenkomst op te zeggen. Zoals hiervoor onder 4.8 overwogen, was TMZ niet verplicht de bonussen maandelijks uit te betalen en was [eiser] niet gerechtigd om zijn werkzaamheden op te schorten. Hierdoor is de beëindiging aan [eiser] toe te rekenen en is TMZ niet contractueel verplicht een eventueel bezettingsverlies te vergoeden.
Ook wanprestatie biedt in dit geval geen grondslag voor geleden bezettingsverlies.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] , gelet op de omstandigheid dat TMZ de overeenkomst rechtmatig heeft opgezegd, onvoldoende onderbouwd dat zij in enige verplichting jegens [eiser] tekort is geschoten. De vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen.
Het voorgaande betekent dat alle vorderingen gericht aan TMZ worden afgewezen.
Geen verklaring voor recht
Tot slot vordert [eiser] een verklaring voor recht dat EDG gehouden is een bedrag van € 35.000 te voldoen aan [eiser] binnen 60 dagen na de exit van EDG. [eiser] verwijst naar de brief en de bijlage van 9 april 2024 van EDG. Nu TMZ de overeenkomst heeft opgezegd, heeft hij recht op 20% van de maximale bonus van € 75.000 (aldus € 35.000).
[eiser] voert aan dat hoewel de uitkering van de bonus in beginsel afhankelijk is van het succes van de exit, dit niet geldt bij de beëindiging van de overeenkomst. In dat geval is een vast percentage verschuldigd van 20% van de maximale bonus ongeacht de opbrengst van de exit. EDG betwist dit. Zij geeft aan dat, zoals ook in de brief van 9 april 2024 staat, de hoogte van de bonus ‘closely [is] related to the success of the company at the exit’. De hoogte van de bonus wordt namelijk bepaald aan de hand van de koopprijs van de aandelen in relatie tot hetgeen de aandeelhouders daarvoor hebben betaald. Daarom moeten de aandelen eerst worden verkocht, hetgeen nog niet is gebeurd, en daarna kan pas worden bepaald wat de maximum bonus is. Vervolgens kan [eiser] aanspraak maken op 20% daarvan.
Niet in geschil is dat er geen sprake is van een exit, noch dat die op handen is. De vraag hoe de hoogte van de bonus wordt bepaald, kan dan ook in het midden blijven. Duidelijk is dat er vooralsnog niet aan de voorwaarden is voldaan om überhaupt tot een uitkering te komen. De vordering zal daarom worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
Nu de hoofdvordering van [eiser] wordt afgewezen, betekent dit dat buitengerechtelijke incassokosten ook niet voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank acht in dat kader wel nog het volgende van belang. [eiser] vordert een bedrag van € 9.9990,63 aan buitengerechtelijke incassokosten. Ter onderbouwing daarvan heeft hij een Excel-sheet overgelegd met daarop zeven posten namelijk: augustus, september, oktober, Haarlem RSW, Hattem, MMC en Leeuwarden. De rechtbank begrijpt dat ‘augustus’, ‘september’ en ‘oktober’ terug te voeren is op de retainers en de overige posten zien op bonusvergoedingen. De factuur met daarin de bonusvergoeding voor Haarlem is echter geen onderdeel van deze procedure. Desondanks vordert [eiser] wel de buitengerechtelijke incassokosten daarover. Indien [eiser] van oordeel is dat hij recht heeft op buitengerechtelijke incassokosten voor die post, had hij hier een zelfstandige vordering voor moeten instellen. Dat is niet gebeurd. Hetzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke rente. In de door [eiser] overgelegde berekening blijkt dat een deel van de gevorderde rente is berekend over deze zelfde factuur. Ook hiervoor ontbreekt een zelfstandige vordering, zodat aan de verschuldigdheid daarvan niet wordt toegekomen.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijden van TMZ en EDG tot op heden begroot op:
- griffierecht
€
7.062
- salaris advocaat
€
4.102
(2 punten × € 2.051)
- nakosten
€
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
11.353
5. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 11.353, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart deze uitspraak wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. in 't Veld-Vernooij, rechter, bijgestaan door mr. S.C.C. Valk, griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.