ECLI:NL:RBAMS:2026:9388

ECLI:NL:RBAMS:2026:9388

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 1317338926
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Executie-EAB uit Polen. Artikel 12, sub b, OLW aan de orde. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-173389-26

Datum uitspraak: 3 september 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 3 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 29 mei 2026 door the Regional Court of Toruń, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 2002,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. H.G. Koopman, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt:

een vonnis van the District Court in Toruń van 11 januari 2022, met kenmerk II K 1936/21 (hierna: vonnis I); en

een vonnis van the District Court in Toruń van 21 augustus 2023, met kenmerk VIII K 737/23 (hierna: vonnis II).

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van:

De opgeëiste persoon is tot deze straffen veroordeeld in de hiervoor genoemde vonnissen en hij moet deze straffen ondergaan in Polen.

De hiervoor genoemde veroordelingen zien op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Vonnis I

Inleiding

In het EAB staat bij onderdeel d) vermeld:

No, the person did not appear in person at the trial resulting in the decision (II K

1936/21):

Daarbij is aangekruist:

c. knowing about the trial, the person had given a mandate to a legal counsellor, who was appointed by the person concerned to defend him or her at the trial, and was indeed defended by that counsellor at the trial;

en staat tevens vermeld:

[opgeëiste persoon] failed to appear at the trial on 11th January 2022 in case file reference number II K 1936/21; he was correctly notified, however, his defence attorney did appear and he declared that he had contacted his principal who had declared he had been aware of the date of the trial.

In de aanvullende informatie van 22 juli 2026 van de Poolse autoriteiten staat vermeld dat:

[opgeëiste persoon] did not appear in person at the hearing held on 11 January 2022, at which the judgment was delivered. However, he was represented by his defence counsel, Mr Jacek Kozlowski, Advocate. Furthermore, during the hearing the defence counsel stated that he had been in contact with [opgeëiste persoon] and had obtained information confirming that the convicted person was aware of the date of the hearing. The same defence counsel also represented [opgeëiste persoon] during the prepatatory proceedings, and an authorization for defence is contained on page 23 of the main case file.

In de aanvullende informatie van 29 juli 2026 staat vermeld dat:

1. Mr [opgeëiste persoon] was notified of the date and place of the trial hearing by means of a summons sent to 4/34 Kniaziewicza Street, Toruń, being the address which he had indicated as his current residential address during his interview conducted by a police officer at the Toruń Śródmieście Police Station on 5 June 2021, in the course of the preparatory proceedings (casefile, p. 25). The postal operator attempted to deliver the summons on two occasions, both unsuccessfully. Under the applicable provisions of Polish law, such correspondence is deemed to have been effectively served. The convicted person's defence counsel was also present during the above-mentioned interview. Subsequently, he appeared at the trial hearing representing Mr [opgeëiste persoon] and confirmed for the record that the convicted person was fully aware of the date and place of the hearing,

2. Yes, the summons to appear at the trial hearing was sent to the address provided by Mr [opgeëiste persoon] during the preparatory proceedings.

3. Yes, Mr [opgeëiste persoon] was informed of the rights and obligations of a suspect in criminal proceedings, including the obligation to notify the competent authorities without delay of any change of address and of the consequences of failing to comply with that obligation. The convicted person acknowledged having received these instructions by affìxing his handwritten signature to the relevant document on 5 June 2021 (casefile, p. 24 verso).

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de weigeringsgrond van artikel 12 OLW geen standpunt ingenomen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon is geïnformeerd over de datum en plaats van het proces. De gemachtigd advocaat van de opgeëiste persoon heeft dit ter zitting bevestigd. De opgeëiste persoon is tevens opgeroepen op het adres dat hij naar aanleiding van een adresinstructie heeft opgegeven. Indien de rechtbank het primaire standpunt niet volgt, wordt subsidiair betoogd dat de rechtbank kan afzien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een beslissing in eerste aanleg. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon op de hoogte was het voorgenomen proces (doordat hij daadwerkelijk in kennis is gesteld van datum en plaats van het voorgenomen proces) en een advocaat heeft gemachtigd om hem te verdedigen. Hoewel in de aanvullende informatie staat dat het tot twee keer toe niet gelukt is de oproep voor de zitting aan de opgeëiste persoon te betekenen, stelt de rechtbank vast dat de aanvullende informatie ook vermeldt dat de oproep voor de zitting naar het adres is gezonden dat door de opgeëiste persoon is opgegeven. Deze mededeling in combinatie met het feit dat de gemachtigd advocaat op de zitting heeft verklaard dat “he had been in contact with [opgeëiste persoon] and had obtained information confirming that the convicted person was aware of the date of the hearing” leidt de rechtbank in dit geval tot het oordeel dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk in kennis is gesteld van datum en plaats van het voorgenomen proces De opgeëiste persoon heeft zelf ter zitting bevestigd dat hij een advocaat heeft gemachtigd. Uit de aanvullende informatie volgt verder dat de gemachtigd advocaat de opgeëiste persoon ook tijdens het proces heeft verdedigd. Dit betekent dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW. De weigeringsgrond is daarom niet van toepassing.

Vonnis II

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de weigeringsgrond van artikel 12 OLW geen standpunt ingenomen.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet op dit vonnis van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.

Oordeel van de rechtbank

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet op dit vonnis van toepassing.

5. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.

Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.

6. Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court of Toruń, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. W.A.J.P. van den Reek en E.M. de Bie, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Mulder, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.R.P.J. Davids

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand