RECHTBANK AMSTERDAM
[betrokkene]
CJIB-nummer: [nummer 1]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. J.M.B. Cramwinckel
zaaknummer: 12033575 WM VERZ 25-23438
beslissing van: 8 september 2026
func.: 65186
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 8 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:
[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 17 augustus 2025 en is gericht tegen de beslissing van 15 augustus 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991.
Aan betrokkene is bij beschikking van 17 december 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 8 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gedeeltelijk gegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Op het moment dat betrokkene zijn auto parkeerde was er nog een zak over het bord geplaatst. Echter toen hij zijn auto weghaalde was de zak losgekomen. Deze lag om de paal op de grond. Betrokkene heeft foto’s aan het beroepschrift gevoegd, waarop is te zien dat op het ene moment de zak niet over het bord E6 is geplaatst (zoals op 15 december 2024) en op het andere moment wel (zoals op 15 augustus 2025).
Betrokkene heeft gehandeld naar beste weten.
Verder heeft betrokkene het gevoel dat verweerder niet serieus naar zijn bezwaarschrift heeft gekeken en ook is ten onrechte de boete verhoogd met € 245,00 vanwege achterstallige betaling.
4. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het door betrokkene gevoerde verweer voldoende aannemelijk is, nu de beelden op Google Maps Streetview ná 2019 steeds een afgeplakt verkeersbord laten zien op de betreffende locatie. Gelet hierop verzoekt verweerder de kantonrechter om de sanctie te matigen tot nihil.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een door bord E6 RVV 1990 aangeduide gehandicaptenparkeerplaats. Het bord E6 was voorzien van een onderbord. Blijkens het onderbord is het gebruik van deze gehandicaptenparkeerplaats voorbehouden aan het voertuig met kenteken [kentekennummer 2] . Bij het constateren va het feit werd vastgesteld dat er gedurende een tijd van ongeveer 10 minuten geen activiteit met betrekking tot het voertuig plaats vond, zodat er geen sprake was van onmiddellijk laden of lossen van goederen, dan wel het in of uit laten stappen van personen”.
Er is een foto van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.
7. Betrokkene betwist niet dat zijn voertuig ter plaatse stond geparkeerd, maar bestrijdt wel de geldigheid van het bord E6 van het RVV 1990, omdat de persoon op wiens naam het kenteken staat dat op het onderbord is vermeld inmiddels is overleden, en het bord E6 met onderbord was afgedekt met een zak toen hij zijn auto daar parkeerde.
8. De kantonrechter heeft zich naar aanleiding van het verweer van betrokkene door middel van Google Maps Streetview georiënteerd op de situatie ter plaatse. Hieruit is gebleken dat het verkeersbord in ieder geval in november 2020, maart 2021, september 2022 en ook nog in mei 2024 afgedekt is geweest.
9. In Wahv-zaken biedt een verklaring van een opsporingsambtenaar in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de aan betrokkene verweten gedraging is verricht. Dit is anders indien betrokkene voor zijn of haar zaak specifieke feiten en/of omstandigheden aanvoert die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van een of meer onderdelen van de opgemaakte verklaring in het zaakoverzicht dan wel dat uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
10. Dit is in de onderhavige zaak het geval. Nu niet valt uit te sluiten dat het bord E6 van het RVV 1990 op het moment dat betrokkene het voornoemde voertuig parkeerde afgedekt is geweest, dient naar het oordeel van de kantonrechter betrokkene het voordeel van de twijfel te krijgen. Betrokkene moet erop kunnen vertrouwen dat als een verkeersbord is afgeplakt, dit niet meer van toepassing is. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
11. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, behoeven de overige argumenten geen nadere bespreking meer.
12. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De kantonrechter:
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.