ECLI:NL:RBAMS:2026:9340

ECLI:NL:RBAMS:2026:9340

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 12070862 \ CV EXPL 26-1012
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Ontbinding en ontruiming vanwege huurachterstand toegewezen. Ruimere ontruimingstermijn vanwege minderjarige kinderen in de woning. Het rentebeding in de algemene voorwaarden is oneerlijk en wordt daarom vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12070862 \ CV EXPL 26-1012

Vonnis van 15 september 2026

in de zaak van

WOMO EXPLOITATIE-MAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Woerden,

eisende partij,

hierna te noemen: Womo,

gemachtigde: [gemachtigde],

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon,

gedaagde partij.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 januari 2026, met producties 1-15,

- het proces-verbaal van het mondeling gegeven antwoord van 30 januari 2026,

- het aanvullend antwoord, ontvangen op 27 februari 2026,

- de akte houdende een eiswijziging en specificatie van de huurachterstand van 6 augustus 2026.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2026. Namens de gemachtigde van Womo is verschenen de heer [naam 1]. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Womo heeft vervolgens een schikking met de heer [naam 2] - ex-echtgenoot van [gedaagde] die mede gedagvaard was (hierna: [naam 2]) - getroffen, waarna de procedure tegenover de heer [naam 2] is doorgehaald. Van de mondelinge behandeling is verkort proces-verbaal opgemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald in de procedure tegen [gedaagde].

2. De feiten

Womo heeft een “Huurovereenkomst Zelfstandige Woonruimte” (hierna: de huurovereenkomst) gesloten met [gedaagde] en [naam 2] ten aanzien van de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huurovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd met een minimale duur van één jaar, ingaande op 30 juni 2020. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.

De huurprijs bedraagt € 2.148,33 per maand.

[gedaagde] en [naam 2] hebben (een deel van) de huur niet betaald. Womo heeft [gedaagde] en [naam 2] meermaals aangemaand op om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen.

Per 15 augustus 2025 staat [naam 2] niet meer als contractuele medehuurder geregistreerd en wordt hij door Womo niet meer aangesproken uit hoofde van de huurovereenkomst. Ten aanzien van de vordering tegen [naam 2] hebben Womo en [naam 2] op de zitting van 17 augustus 2026 een schikking getroffen, inhoudende dat [naam 2] een bedrag van € 4.855,67 in maandelijkse termijnen aan (de gemachtigde van) Womo voldoet. Womo en [naam 2] hebben ook afgesproken dat de procedure tussen hen wordt beëindigd.

3. Het geschil

Womo vordert na eiswijziging – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 26.648,33 aan huurachterstand met nevenvorderingen.

Womo legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Womo de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

[gedaagde] voert verweer. Zij stelt dat zij in 2024 als zzp’er is gaan werken en in betalingsproblemen is geraakt door investeringen in haar onderneming en doordat haar inkomsten lager uitvielen dan verwacht.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen

De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).

Voor de beoordeling van de vordering zijn relevant artikel 1.2 van de huurovereenkomst (huurverhoging) en artikel 20 van de algemene voorwaarden (in verzuim zijn/boetebeding).

Artikel 1.2 van de huurovereenkomst (huurverhogingsbeding) is getoetst en niet oneerlijk bevonden.

Artikel 20 van de algemene voorwaarden luidt als volgt, voor zover van belang:

“20.2 Voor elk geval dat huurder in verzuim is met de tijdige en volledige betaling van een geldsom, is hij 1% rente per maand verschuldigd over de verschuldigde hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening van de hoofdsom. (…)

Indien een partij toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van enige verplichting welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op haar rust en de andere partij daardoor gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moet nemen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de tekortschietende partij.

(…)

Huurder is aan verhuurder een direct opeisbare boete van € 25,-- per kalenderdag verschuldigd voor elke verplichting uit deze overeenkomst met de bijbehorende algemene bepalingen die hij niet nakomt of overtreedt, onverminderd zijn verplichting om alsnog aan die verplichting te voldoen en onverminderd verhuurders overige rechten op schadevergoeding of anderszins. (…)”

De afgesproken rente (artikel 20.2 algemene voorwaarden) is aanzienlijk hoger dan de wettelijke rente. Het rentebeding is daarom oneerlijk en wordt vernietigd. Artikel 20.6 van de algemene voorwaarden geeft Womo daarnaast de mogelijkheid een boete op te leggen aan de huurder als deze de huur niet volledig en op tijd betaalt. Deze boete is of kan veel hoger zijn de wettelijke rente, die een consument normaliter is verschuldigd. Dit maakt dat het boetebeding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoort, in het nadeel van de consument. Ook dit beding is daarom oneerlijk en wordt vernietigd. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen.

Artikel 20.3 is oneerlijk omdat het de mogelijkheid biedt om meer proceskosten in rekening te brengen dan bij wet voorzien. De kantonrechter is op grond van de wet gehouden om de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen en deze proceskosten worden vastgesteld conform het liquidatietarief. De Hoge Raad heeft op 4 juli 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1081) de prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) gesteld, kort gezegd, of een consument met toepassing van artikel 237 Rv kan worden veroordeeld in de proceskosten na vernietiging van het oneerlijke proceskostenbeding. Zolang hierover geen duidelijkheid bestaat, acht de kantonrechter het geheel achterwege laten van een proceskostenveroordeling in het geval van een huurovereenkomst niet aangewezen. De proceskosten zullen dan ook volgens het gebruikelijke liquidatietarief worden toegewezen.

Huurachterstand

[gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met 6 augustus 2026 berekend is op een bedrag van € 26.648,33. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.

Ontbinding en ontruiming

De kantonrechter heeft vastgesteld dat Womo heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.

Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna 6 maanden. Daarna is de huurachterstand opgelopen en bedraagt de huurachterstand inmiddels ruim 12 maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.

De vraag is vervolgens of een belangenafweging aan de ontbinding en ontruiming in de weg staat. [gedaagde] heeft aangevoerd dat haar minderjarige kinderen bij haar in de woning wonen en dat het behoud van stabiele huisvesting van essentieel belang is voor hun fysieke, psychische en sociale welzijn. De kinderen kunnen niet bij hun vader, de heer [naam 2], in zijn woning verblijven. Ook heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij bezig is met schuldhulpverlening via de gemeente, en dat zij verwacht vanaf september 2026 weer een stabiel inkomen te hebben.

Art. 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) vereist dat de rechter bij de beoordeling van ontruimingsvorderingen dient te waarborgen dat de belangen van het kind een eerste overweging vormen. Dat betekent echter niet dat een huurovereenkomst met een huurder met minderjarige kinderen niet mag worden ontbonden. Het feit dat [gedaagde] minderjarige kinderen heeft weegt dus wel mee, maar het betekent niet dat [gedaagde] in de woning kan blijven zonder huur te betalen. Daarbij komt dat de kantonrechter niet aannemelijk acht dat [gedaagde] de huurachterstand op korte termijn kan inlopen en de lopende huur kan betalen. Haar stellingen dat zij binnenkort hulp van de gemeente krijgt en een nieuwe baan heeft, heeft ze niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Bovendien staan tegenover de belangen van [gedaagde] de belangen van Womo. In dit geval is sprake van een huurachterstand van twaalf maanden die steeds verder oploopt. Daarom wegen de belangen van Womo in dit geval zwaarder dan de belangen van [gedaagde]. Wel ziet de kantonrechter, gezien de belangen van haar kinderen, aanleiding om een ruimere ontruimingstermijn te bepalen.

De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van twee maanden na betekening van het vonnis.

Overige beslispunten

Womo wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 2.148,33 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen vanaf september 2026.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [naam 2] en Womo zijn overeengekomen dat [naam 2] de helft van de proceskosten van Womo betaalt, moet [gedaagde] de andere helft betalen. De proceskosten van Womo worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

152,92

- griffierecht

€

752,00

(0,5 x € 1.504,00)

- salaris gemachtigde

€

432,00

(0,5 x 2 punten × € 432,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.480,92

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee maanden na dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Womo zijn, en de sleutels af te geven aan Womo,

veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Womo:

- € 26.648,33 aan achterstallige huur tot en met 6 augustus 2026,

- € 2.148,33 per maand vanaf september 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.480,92, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.

64443

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. Brokkaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand