ECLI:NL:PHR:2026:900

ECLI:NL:PHR:2026:900

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 23-06-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer 24/04112
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2026:1489

Samenvatting

Conclusie AG. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Diverse bewijsklachten. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 24/04112

Zitting 23 juni 2026

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte

‘hij op 7 oktober 2021 te [plaats] , op de weg, de [a-straat] , als bestuurder een motorrijtuig (bedrijfsauto (bestelauto)), van categorie B heeft bestuurd, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, en aan hem geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven.’

5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende in het bestreden arrest opgenomen bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):

‘1. Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet, (…) afgesloten d.d. 7 oktober 2021, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] – (…) - inhoudende het onderzoek naar de geldigheid van het rijbewijs van verdachte:

“Op donderdag 7 oktober 2021 om 16:15 uur zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie. (...) Te weten [verdachte] , [verdachte] geboren [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] in Nederland. (...) Op straat hebben wij telefonisch contact gehad met CBR & CVOM, zij gaven beiden aan dat zij de maatregel ongeldigheid verklaring niet hadden opgelegd. Hierna is telefonisch contact opgenomen met RDW, zij gaven aan dat zij per 10 september 2021 het rijbewijs ongeldig hebben verklaard voor de categorie AM-B.”

2. Een geschrift, te weten de in persoon betekende dagvaarding voor de zitting van 20 februari 2020, (…), met vermelding tweede punt 123b, zakelijk weergegeven:

“Dagvaarding. (...) Naam [verdachte] . Voornamen: [verdachte] . Wonende te [b-straat 1] [postcode] [plaats] . (...) Tweede strafpunt en ongeldigheid rijbewijs. U bent gedagvaard voor het rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicijnen of een combinatie daarvan. (…) U bent voor een soortgelijk feit al eerder veroordeeld. U heeft toen een eerste strafpunt gekregen. Als u voor het nieuwe feit in deze dagvaarding wordt veroordeeld, krijgt u een tweede strafpunt. (...) Door het tweede strafpunt wordt uw rijbewijs automatisch ongeldig. U moet uw rijbewijs dan inleveren.”

3. De aantekening van het mondeling arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2021 (…):

"TEGENSPRAAK (...) Uitspraak van mr. [betrokkene 1] , lid van de enkelvoudige strafkamer, van 7 juli 2021 op het hoger beroep tegen het vonnis dat is gewezen in de zaak met parketnummer 96-010218-19 tegen de verdachte

naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Veroordeelt de verdachte"

4. Een geschrift, te weten de brief van 9 september 2021 aan verdachte met als onderwerp kennisgeving ongeldigheid rijbewijs veroordeelde, waaruit blijkt dat verdachte niet in cassatie is gegaan tegen het hiervoor bedoelde arrest:

"Bij het onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2021 bent u veroordeeld (...) Dit arrest is onherroepelijk geworden op 22 juli 2021.

(...) Hierbij deel ik u mede dat uw rijbewijs als gevolg van deze veroordeling ongeldig is geworden op basis van artikel 123b Wegenverkeerswet 1994. De ongeldigheid is ingegaan op de hiervoor vermelde datum van onherroepelijkheid."

5. Het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 september 2024, betreffende [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , voor zover inhoudende:

Instantie/zaaknr. Ressortsparket Arnhem-Leeuwarden 21-001088-20 (Rechtsmiddel van 96-010318-19)

Datum zitting 7 juli 2021 te Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, zittingsplaats Zwolle

Feit 2 art 9 lid 7 Wegenverkeerswet 1994

Status Onherroepelijk 22 juli 2021

6. Uit een en ander volgt dat het hof niet heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen. Voor zover de steller van het middel klaagt dat met een opgave van bewijsmiddelen is volstaan, faalt het middel derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag. Voor zover de steller van het middel wijst op de aantekening van het mondeling arrest attendeer ik erop dat deze aantekening ingevolge art. 426, vierde lid, Sv is komen te vervallen.

7. De eerste deelklacht faalt.

8. De tweede deelklacht houdt in dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd nu de bewijsvoering van het hof er geen blijk van geeft dat het besluit van de RDW strekkende tot ongeldigverklaring aan de verdachte is betekend en aan hem naderhand geen nieuw rijbewijs is afgegeven.

9. Artikel 9, tweede lid, WVW 1994 luidt als volgt:

‘Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, indien aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van die categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur te besturen of als bestuurder te doen besturen. Hetzelfde verbod geldt voor degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren en dat hij bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs moet voldoen aan de bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 123b, derde lid, gestelde voorwaarden, tenzij aan hem, nadat hij aan deze voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven.

10. Uw Raad heeft in een arrest van 9 juli 2019 de volgende overwegingen gewijd aan de eisen die worden gesteld aan een bewezenverklaring van een op art. 9, tweede lid, eerste volzin, WVW 1994 toegesneden tenlastelegging:

‘2.4.2. Om tot een bewezenverklaring van een op art. 9, tweede lid, eerste volzin WVW 1994 toegesneden tenlastelegging te kunnen komen, zal uit de bewijsvoering allereerst moeten blijken dat het rijbewijs van de verdachte ongeldig is verklaard, het desbetreffende besluit is bekend gemaakt aan de verdachte en van kracht was doordat zeven dagen zijn verlopen na die bekendmaking (vgl. art. 3:40 en 3:41 Awb respectievelijk art. 124, derde lid, en 132, vierde lid, WVW 1994). Dat aan dit vereiste is voldaan kan bijvoorbeeld blijken uit een mededeling van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) aan de houder van het rijbewijs, waarin het besluit is weergegeven, alsmede een aantekening waaruit blijkt dat, wanneer en op welke wijze verzending van die mededeling aan de houder van het rijbewijs heeft plaatsgevonden. Opmerking verdient dat een tegen dat besluit door of namens de verdachte ingesteld administratief bezwaar of beroep niet leidt tot schorsing van het besluit tot ongeldigverklaring. Wel kan een geslaagd bezwaar of beroep meebrengen dat achteraf bezien de ongeldigverklaring nooit heeft gegolden.

2.4.3. In de tweede plaats moet uit de bewijsvoering blijken dat na de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan de verdachte geen ander rijbewijs is afgegeven. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren aan de hand van gegevens uit het rijbewijsregister, waaruit blijkt dat geen geldig rijbewijs van kracht was tijdens het besturen door de verdachte.

2.4.4. In de derde plaats moet uit de bewijsvoering kunnen worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het besturen van het motorrijtuig "wist of redelijkerwijs moest weten" dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Dit vereiste hangt ermee samen dat art. 9 WVW 1994 een misdrijf oplevert; een dergelijk vereiste geldt bijvoorbeeld niet bij de overtreding van art. 107 WVW 1994. De vraag of aan dit vereiste is voldaan kan bijzondere aandacht verdienen, in het bijzonder in die gevallen waarin daaromtrent niets blijkt uit de verklaringen van de verdachte, noch uit gedragingen zoals het voldoen aan de verplichting het ongeldig verklaarde rijbewijs in te leveren (vgl. art. 124, vierde lid, onderscheidenlijk art. 132, vijfde lid, WVW 1994). In dat verband is van belang dat in de rechtspraak van de Hoge Raad meermalen is beslist dat uit de enkele omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende brief en als gewone brief naar de verdachte is verzonden en die brieven vervolgens niet als onbestelbaar retour zijn gekomen, niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte "wist of redelijkerwijs moest weten" dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard (vgl. bijvoorbeeld HR 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6762). Welke bijkomende of andere omstandigheden wel toereikend zijn, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Dat wordt geïllustreerd door het overzicht van de rechtspraak in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 10.1 tot en met 10.6. Opmerking verdient dat de bewijsmotivering in dit opzicht wel toereikend is wanneer uit de bewijsvoering volgt dat een uitreiking van het besluit tot ongeldigverklaring in persoon heeft plaatsgevonden.’

11. De bewezenverklaring is in de onderhavige zaak evenwel toegesneden op art. 9, tweede lid, tweede volzin, WVW 1994. Die delictsomschrijving eist niet dat de verdachte weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs ongeldig is verklaard, maar dat de verdachte weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren. Voor dat verlies van geldigheid is geen besluit van het RDW nodig; uit art. 123b WVW 1994 volgt dat het rijbewijs bij een daar omschreven onherroepelijke rechterlijke uitspraak zijn geldigheid automatisch verliest. Mogelijk heeft de inhoud van bewijsmiddel 1, voor zover inhoudend dat de RDW in een telefonisch contact zou hebben aangegeven het rijbewijs ongeldig te hebben ‘verklaard’ de steller van het middel op het verkeerde been gezet. Uit een en ander volgt dat het middel faalt voor zover het ervan uitgaat dat uit de bewijsvoering van een op art. 9, tweede lid, tweede volzin, WVW 1994 toegesneden bewezenverklaring dient te volgen dat de RDW tot ongeldigverklaring heeft besloten en dat dit besluit aan de verdachte is betekend of anderszins bekend is gemaakt.

12. Anders ligt het met de klacht dat uit de bewijsvoering niet volgt dat naderhand aan de verdachte geen nieuw rijbewijs is afgegeven. Art. 9, tweede lid, tweede volzin, WVW 1994 maakt duidelijk dat de verdachte vrijuit gaat als aan hem, nadat hij aan de in art. 123b, derde lid, WVW 1994 gestelde voorwaarden heeft voldaan, een ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën is afgegeven. De bewezenverklaring houdt in dat aan de verdachte (kort gezegd) geen ander rijbewijs was afgegeven. Dat kan, meen ik, evenwel niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. Dat het RDW in een telefonisch contact heeft aangegeven dat het rijbewijs per 10 september 2021 ongeldig is (bewijsmiddel 1) sluit nog niet uit dat nadien een nieuw rijbewijs is afgegeven. Het ligt in de rede aan de bewijsvoering van dit bestanddeel dezelfde eisen te stellen als aan de bewijsvoering van het vergelijkbare bestanddeel in de delictsomschrijving van de eerste volzin van art. 9, eerste lid, WVW 1994. Ook in dit geval kan het bewijs worden geleverd aan de hand van gegevens uit het rijbewijsregister, waaruit blijkt dat geen geldig rijbewijs van kracht was tijdens het besturen door de verdachte.

12. De tweede deelklacht slaagt gedeeltelijk.

12. De derde deelklacht houdt in dat uit de bewijsvoering niet volgt dat sprake is van een onherroepelijke veroordeling ter zake overtreding van een van de in artikel 123b WVW 1994 genoemde artikelen.

12. Uit de bewijsvoering volgt dat de verdachte in de zaak die tot de ongeldigheid van het rijbewijs van de verdachte heeft geleid is gedagvaard voor ‘het rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicijnen of een combinatie daarvan’ (bewijsmiddel 2). In de in persoon betekende dagvaarding (bewijsmiddel 2) is voorts vermeld dat de verdachte een tweede strafpunt krijgt als hij ‘voor het nieuwe feit in deze dagvaarding wordt veroordeeld’ (bewijsmiddel 2). Uit die bewijsvoering volgt voorts dat de verdachte is veroordeeld (bewijsmiddelen 3, 4 en 5). Daarmee volgt uit de bewijsvoering naar het mij voorkomt in toereikende mate dat, zoals bewezenverklaard, ‘een op zijn naam gesteld rijbewijs zijn geldigheid had verloren’. Ik neem daarbij in aanmerking dat de raadsman niet het verweer heeft gevoerd dat de veroordeling niet een in art. 123b, eerste lid, WVW 1994 genoemd strafbaar feit betrof.

12. De derde deelklacht faalt.

12. Het middel slaagt.

12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand