ECLI:NL:OGEAC:2026:183

ECLI:NL:OGEAC:2026:183

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer CUR202602554 en CUR202602798
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Het Gerecht verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de Infrastructuurbeschikking. De bestreden Infrastructuurbeschikking kwalificeert namelijk niet als een beschikking in de zin van artikel 3 van de Lar, omdat zij van algemene strekking is. De daarin door de minister vastgelegde (technische) eisen gelden onverkort, ongeacht welke (rechts)persoon de betreffende weg zal aanleggen. Die eisen richten zich naar hun aard en strekking dan ook niet specifiek tot de vergunninghouder of tot een specifieke groep (rechts)personen.

Uitspraak

Uitspraak

op het verzoek om voorlopige voorziening en, met toepassing van artikel 95 van de Lar, op het beroep in de zaak tussen:

De stichting Fundashon Julianadorp (Fundashon),

gevestigd in Curaçao,

(naam eiseres 1),

(naam eiser 2),

(naam eiseres 3),

(naam eiseres 4),

(naam eiseres 5),

(naam eiser 6),

(naam eiseres 7),

(naam eiser 8),

(naam eiser 9),

(naam eiser 10),

(naam eiser 11),

(naam eiseres 12),

(naam eiseres 13),

(naam eiseres 14),

(naam eiseres 15),

(naam eiser 16),

(naam eiseres 17),

(naam eiser 18),

(naam eiser 19),

(naam eiser 20),

(naam eiseres 21),

(naam eiseres 22),

(naam eiser 23),

(naam eiser 24),

wonende in Curaçao,

allen eisers in beroep en/of verzoekers in de voorlopige voorzieningsprocedure,

hierna: eisers,

gemachtigde: mr. R. Rijnberg, advocaat,

en

de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (de minister),

verweerder in beroep en in de voorlopige voorzieningsprocedure,

gemachtigde: mr. G.N. Hollander,

met als derde-belanghebbende in beroep en in de voorlopige voorzieningsprocedure:

de besloten vennootschap Perseus Living B.V. (Perseus),

gemachtigden: mr. M.G. Woudstra en mr. R.M.C.S. van der Heide, beiden advocaat.

Inleiding

Eisers hebben pro forma beroep ingesteld tegen de ministeriële beschikking van de minister van 5 maart 2026, no. 2025/011151 (de infrastructuurbeschikking) en hebben connex daaraan een verzoek om voorlopige voorziening ingediend strekkende tot schorsing daarvan (het verzoek).

Eisers hebben aanvullende stukken en een pleitnota ingediend in de voorlopige voorzieningsprocedure.

De minister heeft een verweerschrift en producties ingediend in de voorlopige voorzieningsprocedure.

Perseus heeft een schriftelijke reactie met bijlagen ingediend in de voorlopige voorzieningsprocedure.

Het verzoek is ter zitting van 24 augustus 2026 behandeld. Ter zitting waren aanwezig (naam voorzitter) (voorzitter van Fundashon), (naam secretaris van Fundashon tevens eiseres 21), (naam bestuurslid) (bestuurslid van Fundashon), (naam bestuurslid 2) (bestuurslid van Fundashon) en eisers (naam eiseres 7), (naam eiser 8), (naam eiseres 13), en (naam eiseres 22), bijgestaan door de gemachtigde en (naam deskundige) (deskundige op het gebied van waterhuishouding, in het bijzonder wat betreft het grondwater op Curaçao). De minister heeft zich doen vertegenwoordigen door de gemachtigde, die is vergezeld door (naam secretaris) (secretaris van de bezwaarcommissie van de minister) en (naam waarnemend directeur) (wnd. directeur van de Uitvoeringsorganisatie Ruimtelijke Ordening en Planning, ROP, van het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, VVRP). Namens Perseus is verschenen (naam directeur) (directeur), bijgestaan door mr. Van der Heide voornoemd en (naam landmeter) (landmeter).

De beoordeling door het Gerecht

Wettelijk kader

Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.

Op grond van artikel 85, eerste lid, van de Lar kan een beschikking waartegen een beroepschrift bij het Gerecht is ingediend, of waaromtrent een bestuurlijke heroverweging plaatsvindt als bedoeld in hoofdstuk 4, op verzoek van de indiener van het beroepschrift onderscheidenlijk de bezwaarde geheel of gedeeltelijk door het Gerecht worden geschorst op grond dat de uitvoering van de beschikking voor hem een onevenredig nadeel met zich mee zal brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van de beschikking te dienen belang. Ook kan op zijn verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen ter voorkoming van onevenredig nadeel als in de eerste volzin bedoeld.

Op grond van artikel 95, eerste lid en aanhef, onder b, van de Lar kan het Gerecht, indien een verzoek als bedoeld in artikel 85, eerste lid, is gedaan, onmiddellijk uitspraak doen op het beroepschrift indien het Gerecht oordeelt dat de feiten geen nader onderzoek vergen.

Beslissing op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening

Het Gerecht is van oordeel dat een nader onderzoek naar de feiten niet noodzakelijk is. De reden daarvoor is dat, zoals hierna zal worden toegelicht, het Gerecht zich onbevoegd zal verklaren om kennis te nemen van de infrastructuurbeschikking. Het Gerecht ziet daarin aanleiding om met toepassing van artikel 95, eerste lid en aanhef, onder b, van de Lar niet alleen uitspraak doen op het verzoek, maar ook in het beroep.

Wat is de achtergrond van deze procedure?

Fundashon is een stichting met als doel het bevorderen van een goed leefmilieu voor de bewoners van de wijk Julianadorp in de ruimste zin des woord. De overige eisers wonen in de wijk Julianadorp.

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de ministeriële beschikking d.d. 6 maart 2026, no. 2025/011151, zijnde de door de minister aan Perseus verleende bouwvergunning voor het bouwen van vijfentwintig woningen op een perceel aan de (straatnaam) te Julianadorp, meetbriefno. (nummer meetbrief), (het bouwperceel).

Hangende dat bezwaar hebben eisers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij het Gerecht strekkende tot schorsing van die bouwvergunning. Dat schorsingsverzoek is op dezelfde zitting behandeld als het verzoek. Het Gerecht zal in een aparte uitspraak op dat schorsingsverzoek beslissen. In deze uitspraak zal het Gerecht op het beroep van eisers beslissen.

Het beroep is gericht tegen de infrastructuurbeschikking, waarin de minister onder meer het volgende heeft vermeld:

- dat op grond van artikel 11 van de Bouw- en Woningverordening 1935 (BWV) het verboden is om een woning of ander gebouw op te richten of als eigenaar c.q. rechthebbende te laten oprichten anders dan aan een openbare weg in eigendom toebehorende aan het Land, of aan een weg die voldoet aan de eisen, terzake bij ministeriële beschikking gesteld;

- dat het onderhavig perceel, gelegen in bet Tweede District van Curacao te Julianadorp ter grootte van 20.784 m2, nader omschreven in de meetbrief no. (nummer meetbrief) niet aan het land in eigendom toebehoren en dientengevolge dienen de hierop te realiseren wegen te voldoen aan terzake bij ministeriële beschikking gestelde eisen;

- dat ingevolge artikel 1 van de BWV tot de wegen moeten worden geacht te behoren de wegbermen en de voor de afwatering benodigde buizen, goten en bermsloten langs de weg, waardoor ook deze voorzieningen moeten voldoen aan terzake bij ministeriële beschikking gestelde eisen;

Veder heeft de minister in die ministeriële beschikking, voor zover hier van belang, besloten dat de wegen die zullen worden aangelegd op de percelen, gelegen in het Tweede District van Curacao te Julianadorp ter grootte van 20.784 m2, nader omschreven in de meetbrief no. (nummer meetbrief), zoals aangegeven op de bij deze ministeriele beschikking behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening V&A 25-04 d.d. 01 augustus 2025

een aaneengesloten verbinding moeten vormen met de bestaande aangrenzende openbare weg genaamd (straatnaam), e.e.a. zoals aangegeven op de tekening V&A 25-04 d.d. 1 augustus 2025. Verder heeft de minister in die ministeriële beschikking gespecificeerd aan welke (technische) eisen de wegen moeten voldoen.

Is het Gerecht bevoegd om de infrastructuurbeschikking te beoordelen?

Het Gerecht dient ambtshalve te beoordelen of hij bevoegd is om de infrastructuurbeschikking te beoordelen. Dat is het geval als deze voldoet aan de in artikel 3, eerste lid, van de Lar vastgelegde definitie van “beschikking”.

Naar het oordeel van het Gerecht is de infrastructuurbeschikking een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Immers, de minister heeft op grond van de aan hem op grond van de Bouw- en Woningverordening verleende bevoegdheid toestemming gegeven aan Perseus om de in de infrastructuurbeschikking genoemde infrastructurele werken te realiseren. De vraag die zich voordoet is of de infrastructuurbeschikking al dan niet van algemene strekking is. Als het van algemene strekking is, is het geen beschikking op grond van de Lar en is het Gerecht niet bevoegd om deze te beoordelen. Het Gerecht is van oordeel dat de infrastructuurbeschikking van algemene strekking is en licht dat als volgt toe.

Op grond van artikel 11 van de Bouw- en woningverordening (BWV) is het verboden een woning of ander gebouw op te richten of als eigenaar c.q. rechthebbende te laten oprichten anders dan aan een openbare weg in eigendom toebehorend aan het Land Curaçao, of aan een weg die voldoet aan de eisen, terzake bij landsbesluit gesteld.

Zoals Perseus ter zitting heeft toegelicht, moest zij vanwege het feit dat het bouwperceel niet aan een openbare weg lag op grond van artikel 11 van de BWV zelf zorgdragen voor de aanleg van een weg. Anders had de minister met inachtneming van die bepaling de bouwvergunningsaanvraag van Perseus niet kunnen toewijzen. Dat Perseus wegens haar bouwplannen belang had bij het aanvragen van de infrastructuurbeschikking neemt niet weg dat de daarin door de minister vastgelegde (technische) eisen onverkort gelden, ongeacht welke (rechts)persoon de betreffende weg zal aanleggen. Die eisen richten zich naar hun aard en strekking dus niet tot specifiek tot Perseus of een specifieke groep (rechts)personen maar tot iedere willekeurige (rechts)persoon die de weg gaat aanleggen. Indien Perseus het bouwperceel zou verkopen voordat zij bedoelde weg zou aanleggen, zou dus ook de nieuwe eigenaar van het bouwperceel een weg moeten aanleggen die voldoet aan precies dezelfde eisen als de in de infrastructuurbeschikking vastgelegde eisen om de vijfentwintig woningen te kunnen bouwen. De infrastructuurbeschikking is daarmee een besluit van algemene strekking waarin de minister (technische) eisen heeft vastgelegd waaraan een, in verband met het bepaalde in artikel 11 van de BWV, aan te leggen weg moet voldoen. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar is de infrastructuurbeschikking hiermee geen Lar-beschikking en staat daartegen dus geen beroep open bij dit Gerecht.

Doordat dit Gerecht niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep is hij evenmin bevoegd om kennis te nemen van het verzoek, ongeacht of de hiervoor genoemde eisers ook beroep hebben ingesteld.

Het verzoek om de minister te veroordelen tot betaling van de proceskosten van eisers zal in het licht van het voorgaande worden afgewezen.

Beslissing

Het Gerecht:

In de zaken CUR202602554 (beroep), CUR202602798 (vovo)

- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.

Aldus vastgesteld door mr. N.M. Martinez, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt te Curaçao op 30 september 2026, in aanwezigheid van H. Van der Schaft, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak, voor zover deze gaat over het beroep, kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening kan geen hoger beroep worden ingesteld.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand