ECLI:NL:CRVB:2026:1234

ECLI:NL:CRVB:2026:1234

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 25/1802 ZW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het Uwv heeft terecht geweigerd appellant een ZW-uitkering toe te kennen. De Raad volgt appellant niet dat hij door zijn (medische) beperkingen niet in staat was om zijn eigen werk te verrichten.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/1802 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 augustus 2025, 24/3866 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 17 september 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd appellant per 1 mei 2024 een ZW-uitkering toe te kennen. Volgens appellant was hij door zijn (medische) beperkingen niet in staat om zijn eigen werk te verrichten. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht een ZW-uitkering heeft geweigerd.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L. Boon, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 6 augustus 2026. Voor appellant is mr. Boon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft gewerkt als kok bij een [naam eetgelegenheid] eethuis voor 5 uur per week. Zijn dienstverband is op 1 oktober 2023 geëindigd. Aan appellant is met ingang van 2 oktober 2023 tot en met 1 mei 2024 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet toegekend.

Op 1 mei 2024 heeft appellant zich ziekgemeld met mentale en fysieke klachten. Op 26 juni 2024 heeft hij het spreekuur van een arts bezocht. Deze arts heeft appellant per 1 mei 2024 geschikt geacht voor zijn laatste werk. Met een besluit van 1 juli 2024 heeft het Uwv een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per die datum geweigerd.

Bij besluit van 11 oktober 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Hieraan ligt een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep ten grondslag.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat appellant van 1 februari 2023 tot het einde van zijn dienstverband op 30 september 2023 gemiddeld vijf uur per week als kok heeft gewerkt. De behandeling van zijn psychische klachten is in augustus 2023 gestart en tijdens dit traject heeft appellant in de maatgevende arbeid gewerkt. Appellant is dus na het overlijden van zijn dochtertje in mei 2023 tot het einde van zijn dienstverband op 30 september 2023 in de maatgevende arbeid blijven werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft hiermee inzichtelijk gemaakt waarom hij vindt dat appellant, ondanks zijn psychische beperkingen in verband met het overlijden van zijn dochtertje, in staat is gebleken zijn arbeid te verrichten. De conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellant per 1 mei 2024 geschikt kan worden geacht voor zijn eigen werk heeft de rechtbank kunnen volgen. Appellant heeft in beroep geen nieuwe medische informatie ter onderbouwing van zijn standpunt ingediend.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Hij heeft aangevoerd dat hij op 1 mei 2024 niet in staat was tot het verrichten van zijn maatgevende arbeid. Het overlijden van zijn dochter in mei 2023 heeft geleid tot psychische klachten, waarvoor hij sinds augustus 2023 werd behandeld. Zijn klachten namen steeds verder toe, wat heeft geleid tot de ziekmelding op 1 mei 2024. Ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij op 1 mei 2024 niet in staat was zijn arbeid te verrichten heeft appellant verwezen naar het behandelplan van GGZ [plaats] van 8 augustus 2023. Daaruit blijkt dat hij in augustus 2023 is gestart met traumabehandeling, waarbij hij aan meerdere behandelingsvormen heeft deelgenomen en dat uiteindelijk is gekozen voor individuele gesprekken gericht op persisterende en traumatische rouw.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de weigering van een ZW-uitkering in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft een verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid. Op grond van artikel 19, vijfde lid, van de ZW wordt voor een verzekerde die geen werkgever heeft onder ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid verstaan: ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die bij een soortgelijke werkgever gewoonlijk kenmerkend zijn voor zijn arbeid.

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van wat in beroep naar voren is gebracht. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat deze niet slagen. De overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, worden onderschreven. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.

Uit het behandelplan van GGZ [plaats] van 8 augustus 2023 blijkt niet wat de psychische situatie was van appellant op 1 mei 2024. Daarbij is nog van belang dat – zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht heeft opgemerkt – appellant ook na de start van de behandeling bij GGZ [plaats] is blijven werken in de maatgevende arbeid en dat de primaire arts tijdens het spreekuur op 26 juni 2024 bij het psychisch onderzoek geen aanwijzingen voor psychopathologie en/of ernstige persoonlijkheidsproblematiek heeft gezien en ten aanzien van aandacht, concentratie en overige cognitieve functies geen bijzonderheden heeft geconstateerd. Dat de arts tijdens het spreekuur kenmerken van een aanpassingsstoornis met hoge lijdensdruk heeft waargenomen betekent niet dat appellant als gevolg daarvan per 1 mei 2024 niet geschikt was voor zijn maatgevende arbeid, mede gelet op wat hiervoor is overwogen. Appellant heeft ook in hoger beroep geen nadere medische informatie omtrent de datum in geding ingebracht. Het Uwv heeft dan ook op goede gronden appellant per 1 mei 2024 geschikt heeft geacht voor zijn eigen werk.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering van een ZW-uitkering in stand blijft.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin in tegenwoordigheid van M.J.D. van Haren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.

(getekend) M.E. Fortuin

(getekend) M.J.D. van Haren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand