ECLI:NL:CRVB:2026:1224

ECLI:NL:CRVB:2026:1224

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer 25/728 WAJONG
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het Uwv heeft terecht geweigerd terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019, waarin het Uwv de aanvraag van appellante om een Wajong-uitkering heeft afgewezen. Uit de door appellante overgelegde medische gegevens blijkt niet dat zij nu wel recht heeft op een Wajong-uitkering.

Uitspraak

SAMENVATTING

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/728 WAJONG

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 3 maart 2025, 24/500 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 16 september 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019, waarin het Uwv de aanvraag van appellante om een Wajong-uitkering heeft afgewezen. Volgens appellante blijkt uit de door haar overgelegde medische gegevens dat zij nu wel recht heeft op een Wajong-uitkering. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht heeft geweigerd terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.L. van Onna, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellante heeft een nader stuk overgelegd.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 19 augustus 2026. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Onna. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.I. Damsma.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellante, geboren op [geboortedatum] 1995, heeft op 5 augustus 2019 verzocht om toekenning van een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het Uwv geweigerd appellante een Wajong-uitkering toe te kennen omdat appellante arbeidsvermogen heeft.

Met een door het Uwv op 7 juni 2023 ontvangen formulier heeft appellante opnieuw om een Wajong-uitkering verzocht. Bij besluit van 10 juli 2023 heeft het Uwv appellante te kennen gegeven dat geen aanleiding bestaat om terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019 omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, waaruit blijkt dat het besluit van 21 oktober 2019 onjuist zou zijn. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv met het besluit van 21 december 2023 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.

De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv op de aanvraag van appellante heeft beslist met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van de beroepsgronden tot het oordeel komen dat het bestreden besluit evident onredelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv zich terecht en zorgvuldig voorbereid op het standpunt gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn om terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019. De door appellante ter onderbouwing van haar aanvraag overgelegde informatie ziet vooral op haar (medische) situatie vanaf 2019, dus na de voor de Wajong relevante periode. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd heeft aangegeven dat uit deze informatie geen nieuwe medische feiten naar voren komen die tot een ander oordeel over de belastbaarheid van appellante op haar achttiende jaar leiden. Ook heeft hij voldoende gemotiveerd dat uit deze informatie geen toename van de beperkingen van appellante blijkt in de vijf jaar na haar achttiende verjaardag, dus tot [geboortedatum] 2018. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft opgemerkt dat het vinden van een passende werkplek of werkervaringsplek na de afwijzing van de eerdere Wajong-aanvraag, voor appellante zeer moeizaam is verlopen en dat er veel inspanningen zijn geleverd met tijdelijk resultaat. Dit betekent echter nog niet dat appellante voldoet aan de strenge voorwaarden voor een Wajong-uitkering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht dat voor het recht op Wajong is vereist dat iemand niet alleen geen functie, maar ook geen taak kan verrichten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uitgelegd dat dit in de situatie van appellante niet aan de orde is. Dit is ook gemotiveerd weergegeven in het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 5 november 2024. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv voldoende gemotiveerd dat het feit dat appellante na de voor de Wajong relevante periode de functie van dierenverzorgster niet meer heeft kunnen verrichten, nog niet maakt dat zij ook geen taak in een arbeidsorganisatie kon verrichten op achttienjarige leeftijd en in de periode van vijf jaar daarna. Het Uwv heeft bij zijn standpunt ook kunnen betrekken dat appellante kort na deze periode van vijf jaar in het kader van een zogeheten Eerstejaars Ziektewetbeoordeling, met inachtneming van de voor haar vastgestelde beperkingen voor het verrichten van arbeid, fulltime belastbaar is geacht.

Nu de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit van 21 oktober 2019 niet is komen vast te staan, is er volgens de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de afwijzing van het verzoek om voor het verleden terug te komen van dat besluit evident onredelijk is. Om diezelfde reden is er evenmin aanleiding om voor de toekomst van dat besluit terug te komen.

Het standpunt van appellante

3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en heeft daartoe aangevoerd dat zij bij de tweede Wajong-aanvraag nieuwe medische informatie heeft overgelegd. In dit verband heeft appellante naar voren gebracht dat bij haar als sinds kinds af aan sprake is van een autismespectrumstoornis (ASS) en dat een disharmonisch profiel is opgesteld. Dit ziektebeeld was al aanwezig op het moment dat appellante achttien jaar werd. Dit betekent volgens appellante dat toen zij op haar 23e levensjaar in de Ziektewet terecht kwam en vanaf toen nooit meer een baan of zelfs dagbesteding heeft kunnen krijgen, dezelfde arbeids(on)mogelijkheden bestonden als op het moment dat zij achttien jaar is geworden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante in hoger beroep een brief overgelegd van de gemeente Leeuwarden van 25 maart 2026, waarin aan appellante in het kader van haar bijstandsuitkering is meegedeeld dat voor haar tot 25 maart 2028 geen arbeidsverplichtingen gelden.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft gevraagd om de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden, of de rechtbank het bestreden besluit over de weigering terug te komen van de afwijzing van de eerdere Wajong-aanvraag terecht in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Het Uwv heeft op de herhaalde aanvraag van appellante beslist met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Dit betekent dat de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetst of het bestuursorgaan zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin aan de hand van de beroepsgronden tot het oordeel komen dat het bestreden besluit evident onredelijk is.

Onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden worden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de stukken die appellante bij haar tweede aanvraag, en daarna in bezwaar, beroep en hoger beroep heeft overgelegd, geen nieuwe informatie bevatten over de (medische) situatie van appellante op haar achttiende jaar en de vijf jaren erna. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft hierover in het rapport van 28 oktober 2024 terecht opgemerkt dat bij appellante na haar achttiende jaar en de vijf jaren daarna (tot [geboortedatum] 2018) wel nieuwe diagnoses zijn gesteld, namelijk ASS en een disharmonisch intelligentieprofiel, maar dat appellante voorheen als gevolg hiervan dezelfde klachten had. De omstandigheid dat achteraf voor al bekende klachten diagnoses zijn gesteld, is geen nieuw feit als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid van de Awb en heeft geen invloed op de eerdere vaststelling van het functioneren van appellante op haar achttiende verjaardag en in de vijf jaren daarna. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellante haar aanvraag van 7 juni 2023 niet heeft onderbouwd met nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. De desbetreffende overwegingen van de rechtbank worden onderschreven.

Dat appellante, die nu een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet (Pw), op grond van die wet is ontheven van haar arbeidsverplichtingen is eveneens geen nieuw feit als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Nog daargelaten dat het bij een ontheffing van de arbeidsverplichtingen op grond van de Pw gaat om een andere beoordeling met een ander toetsingskader, heeft het beoordelingsmoment (25 maart 2026 tot 25 maart 2028) geen betrekking op de periode van de achttiende leeftijd van appellante en de vijf jaar daarna.

Uit het voorgaande volgt dat het Uwv zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft gesteld, die maken dat het Uwv had moeten terugkomen van het besluit van 21 oktober 2019. Omdat de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit niet is komen vast te staan, is er geen aanleiding voor het oordeel dat de afwijzing van het verzoek om terug te komen van dat besluit evident onredelijk is.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de weigering om terug te komen van het besluit van 21 oktober 2019 in stand blijft.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van B. Ucurum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026.

(getekend) F.M. Rijnbeek

(getekend) B. Ucurum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand