ECLI:NL:CRVB:2026:1220

ECLI:NL:CRVB:2026:1220

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 25/1823 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Het Uwv heeft terecht de WIA-uitkering beëindigd, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Geen sprake van meer (medische) beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen.

Uitspraak

SAMENVATTING

25/1823 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2025, 24/5605 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 10 september 2026

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de WIA-uitkering per 8 november 2023 heeft beëindigd, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Volgens appellant heeft hij meer (medische) beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv de WIA-uitkering terecht heeft beëindigd.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E. Wolter, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 12 augustus 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Wolter en M.A.A. Priem als tolk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door Y. Huisman.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

Appellant heeft voor het laatst gewerkt als kok bij twee werkgevers voor in totaal 22,16 uur per week. Na afloop van de voorgeschreven wachttijd heeft het Uwv aan appellant met ingang van 3 januari 2022 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 80 tot 100%. Na afloop van de loongerelateerde periode heeft het Uwv appellant met ingang van 18 januari 2023 in aanmerking gebracht voor een WGA-loonaanvullingsuitkering, waarbij appellant onverminderd volledig arbeidsongeschikt is geacht. Een verzekeringsarts heeft appellant op 24 mei 2023 gezien op zijn spreekuur en toen een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld die ziet op de actuele medische situatie. Na ontvangst van informatie van de huisarts heeft hij deze FML op 30 augustus 2023 aangescherpt en zwaardere psychische beperkingen aangenomen. Een arbeidsdeskundige heeft voor appellant functies geselecteerd. Het Uwv heeft bij besluit van 7 september 2023 de WIA-uitkering van appellant met ingang van 8 november 2023 beëindigd, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Bij besluit van 20 augustus 2024 (bestreden besluit) heeft het Uwv het hiertegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Hieraan liggen rapporten van een arts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. De arts bezwaar en beroep heeft geen reden gezien om af te wijken van het primaire medische oordeel. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft een reservefunctie geschrapt in verband met een mogelijke overschrijding van de belastbaarheid.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Het onderzoek van de verzekeringsartsen is voldoende zorgvuldig geweest en de door hen opgestelde rapporten bevatten geen tegenstrijdigheden en zijn voldoende begrijpelijk. Appellant heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen. Appellant stelt dat hij onder behandeling is van specialisten, maar dit blijkt niet uit het dossier. Dat appellant inmiddels een scootmobiel is toegekend leidt niet tot een ander oordeel. De brief van de huisarts, waarin staat dat appellant deze voorziening nodig heeft, is gedateerd ruim na de datum in geding. Het Uwv heeft terecht aangevoerd dat de klachten van appellant na die datum kunnen zijn toegenomen. Bovendien gelden voor een scootmobiel andere maatstaven dan waarmee het Uwv rekening houdt bij een beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor hem een grotere urenbeperking moet worden aangenomen. Appellant heeft ook in dit verband geen medische stukken overgelegd en er is geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel daarover van de artsen van het Uwv.

Het standpunt van appellant

3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen die uitspraak aangevoerd dat hij als gevolg van zijn lichamelijke en psychische klachten forsere beperkingen heeft dan het Uwv heeft aangenomen. Zo heeft hij bijwerkingen als gevolg van zijn medicijnen voor zijn angststoornis en is hij daardoor meer beperkt voor persoonlijk en sociaal functioneren. Ook is hij beperkt voor dynamische handelingen zoals bijvoorbeeld duwen en trekken. Appellant voert aan dat aan hem een scootmobiel in bruikleen is gegeven in verband met zijn mobiliteitsproblemen. Het daaraan ten grondslag liggende rapport van Argonaut van 11 juli 2024 heeft appellant in hoger beroep overlegd. Volgens appellant blijkt uit dit rapport dat hij niet in staat is om vier uur per werkdag te lopen en vier uur per werkdag te staan. Volgens appellant is een substantiële urenbeperking noodzakelijk. Daarbij wijst hij op zijn vermoeidheidsklachten en zijn hartklachten en angst voor herhaling van een infarct.

Het standpunt van het Uwv

4. Het Uwv heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen.

Het oordeel van de Raad

5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de beëindiging van de WIA-uitkering van appellant in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Op grond van artikel 5 van de Wet WIA bestaat recht op een WIA-uitkering als een betrokkene ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat een betrokkene in zijn laatste werk nog had kunnen verdienen, te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. Beide aspecten worden hieronder besproken.

Medische beoordeling

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van wat hij in de beroepsprocedure heeft aangevoerd. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Het oordeel van de rechtbank daarover en de hieraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.

De stelling van appellant dat hij als gevolg van bijwerkingen van het gebruik van medicijnen zwaarder beperkt moet worden geacht, wordt niet gevolgd. Appellant heeft deze stelling niet onderbouwd. Zo heeft hij niet toegelicht welke medicatie het betreft en wat de bijwerkingen zijn. Evenmin heeft hij zijn stelling onderbouwd met nieuwe medische informatie.

Het door appellant in hoger beroep overgelegde rapport van Argonaut van 11 juli 2024 leidt niet tot een ander oordeel. Onduidelijk is met welke arts de opsteller van dit rapport overleg heeft gehad en daarmee is onbekend van wie bepaalde medische conclusies afkomstig zijn. Voor zover in dit rapport is verwezen naar informatie van de huisarts en cardioloog, was deze informatie reeds in bezwaar en/of beroep beschikbaar en heeft de arts bezwaar en beroep hierop afdoende gereageerd in de rapporten van 7 augustus 2024 en 2 juni 2025. Aangezien het rapport van Argonaut verder geen objectieve medische informatie bevat die de stellingen van appellant kunnen onderbouwen en is opgesteld meer dan acht maanden na de datum in geding, bestaat geen aanknopingspunt om te twijfelen aan de juistheid van de FML van 30 augustus 2023. De rechtbank heeft er terecht op gewezen dat voor het toekennen van een scootmobiel andere criteria gelden dan voor een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.

Arbeidskundige beoordeling

Uitgaande van de juistheid van de FML van 30 augustus 2023 wordt de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep gevolgd in zijn conclusie dat de geselecteerde functies voor appellant geschikt zijn.

Conclusie en gevolgen

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft.

6. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van B. Uçurum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026.

(getekend) A.I. van der Kris

(getekend) B. Uçurum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand